Afrikaans Libië viert uitgave Afrikaanse Geschiedschrijving

In de Libische hoofdstad Tripoli is deze week de voltooiing gevierd van een monumentale geschiedenis van Afrika, die onder auspiciën van de wetenschappelijke en culturele organisatie van de Verenigde Naties, UNESCO, is geschreven.

De Algemene Geschiedenis van Afrika, die acht delen van elk zo'n 1.000 pagina's telt, omspant drie miljoen jaar. Ongeveer 350 Afrikaanse en buitenlandse historici en deskundigen hebben er dertig jaar aan gewerkt. Het werk is in het Frans, Engels en Arabisch gepubliceerd; aan onder andere een versie in het Swahili wordt gewerkt.

De plechtigheid werd bijgewoond door de Libische leider, Moammar Gaddafi, en door UNESCO-directeur-generaal Federico Mayor. Het was het eerste bezoek van een VN-topman sinds de VN-sancties tegen Libië vorige week werden opgeschort na de uitlevering van twee verdachten van de Lockerbie-aanslag voor berechting in Nederland.

Libië heeft aan de totstandkoming van de Algemene Geschiedenis van Afrika meebetaald, en het is niet alleen daarom niet toevallig dat de viering van de voltooiing in Tripoli plaatshad. Libië is zich namelijk bewust geworden van zijn Afrikaanse identiteit, zo maakte Gaddafi vorig jaar bekend, en heeft besloten ,,een leidende rol op zich te nemen op zijn Afrikaanse continent''. Gaddafi was altijd, in navolging van de door hem mateloos bewonderde Egyptische president Nasser, een fervent pan-Arabisch nationalist. Maar de Arabische wereld heeft hem onvoldoende gesteund in zijn Lockerbie-problemen – in tegenstelling tot Afrikaanse leiders, die hem in ruil voor goedkope olie en geld voor de bouw van moskeeën in strijd met de VN-sancties massaal in Tripoli kwamen opzoeken.

,,Het is afgelopen met de Arabische wereld, Afrika is een paradijs'', zei Gaddafi in september en herhaalt hij sindsdien. Hij voorspelde dat de Arabieren zouden ,,eindigen als de Koerden en de zigeuners''. ,,Ik wil geen tijd meer verliezen aan de Arabieren. Ik praat nu over pan-Afrikanisme en Afrikaanse eenheid.''

De Libische televisie verving vervolgens de kaart van de Arabische wereld die als achtergrond werd gebruikt, door een Afrikaanse, met Libië knalrood midden bovenin.

Bezoekende Afrikaanse ministers onderstreepten vorige week volgens de Libische televisie dat Gaddafi ,,een consoliderende rol heeft in de bevrijding van Afrika, in de bevestiging van de Afrikaanse waardigheid en in de verwezenlijking van zijn eenheid''.

Maar of zij in het diepst van hun hart echt zo blij zijn met Gaddafi's bekering tot Afrika, is nog maar de vraag. Met Libisch geld zijn immers in Afrika al jarenlang complotten gesmeed en interventies betaald om zittende regimes te ondermijnen dan wel tot pro-Libische standpunten te bekeren. Zo bezien heeft Gaddafi alleen zijn aanpak van Afrika veranderd.