Wonen wordt zaak van kopers

Staatssecretaris Remkes (Volkshuisvesting) vindt dat de overheid een andere, en vooral ook een kleinere, rol moet gaan spelen in de volkshuisvesting.

Na twee rondetafelgesprekken en vier `diner pensants' is het staatssecretaris Remkes (Volkshuisvesting) duidelijk dat de rol van de overheid in de volkshuisvesting drastisch krimpt. Wat nog rest is het corrigeren van de woonmarkt, als het algemeen belang in het gedrang komt.

Deze grotere vrijheid op de woonmarkt vormt de rode draad in de `Agenda voor de discussie over het woonbeleid in het eerste decennium van de 21ste eeuw' die de staatssecretaris dezer dagen publiceert. De zes ontmoetingen leverden het materiaal voor deze schets van een mogelijke toekomst. Of die uiteindelijk ook zo in de nota terechtkomt die de staatssecretaris naar het parlement stuurt, hangt van de komende discussie af.

In de agenda staat dat door de individualisering van de burger de woningmarkt geleidelijk aan verandert van een verkopersmarkt in een kopersmarkt. Het worden steeds meer de kopers die de eisen formuleren waar woning en woonomgeving aan moeten voldoen. De groep kopers groeit sterk en kan het heel goed af zonder hulp van de overheid. Dat heeft nogal wat gevolgen. Met name voor de rol van de woningcorporaties, die hun beschermde status als beheerder van de sociale woningbouw verliezen.

De groep burgers die is aangewezen op sociale woningbouw krimpt en verandert bovendien van samenstelling. De corporaties zullen belangrijker worden voor ouderen, die ze woon-zorgarrangementen moeten gaan aanbieden. Op andere gebieden zullen ze net als andere aanbieders op de markt worden behandeld. Als in een regio toch meer sociale woningbouw nodig is, kunnen de corporaties inschrijven op concessies die de overheid dan kan uitgeven.

De overheid neemt minder verantwoordelijkheid op zich. Zij voorkomt wel dat de scheiding tussen kopen en huren ook een scheiding tussen sociale lagen in de samenleving wordt. Mogelijk kan de huursubsidie vervangen worden door `vouchers'. Met deze tegoedbonnen zou ook de `beschermde' huurder zich vrijer kunnen gaan gedragen.

Ook de rol van de overheid bij de ruimtelijke indeling wordt in de agenda ter discussie gesteld. Volgens Remkes moet de overheid zich beperken tot de bescherming van natuur- en waterwingebieden. Het beschermen van deze `ruimtelijke parels' lukt het beste als de vrijheid in de rest van het land groter is. De burger is daarbij mondig genoeg om zelf te kiezen waar hij wil wonen: in de stad of op het platteland. Zoals ook de moderne tweeverdiener gaat wonen op een plek die ,,optimaal ligt tussen beide werkplekken''.

Mede als gevolg daarvan zal de mobiliteit tot 2030 met zeker nog een kwart toenemen. Bovenal spelen voor de toekomstige burger bij de keuze van zijn woonplaats zaken als ,,identiteit, trots, ontplooiing, welvaart, schoonheid en symbool een belangrijke rol''. Of, zoals Remkes samenvat: ,,Liever in Mokum zonder poen, dan in Parijs met een miljoen.''