THE ECONOMIST

Is het Amerikaanse economische model wel zoveel beter dan andere, vraagt The Economist zich af. Het ligt er maar aan hoe ver je terugkijkt. Tien jaar geleden kreeg het Amerikaanse bedrijfsleven tijdens de toenmalige recessie nog het advies om in de leer te gaan bij tovenaarsleerling Japan. En de Oost-Aziatische landen die twee jaar geleden nog tijgers heetten, zijn geslonken tot aftandse katten zonder nagels. De beste graadmeter voor economische prestaties is de groei van het bruto binnenlands product per hoofd van de bevolking. De afgelopen tien jaar bedroeg die groei in de VS 1,6 procent, evenveel als in Japan, en minder dan de 1,9 procent in Duitsland. Het is opmerkelijk dat de bbp-groei in Groot-Brittannië daarbij achterbleef, hoewel het land een enthousiast voorstander is van het Amerikaanse model. Economische prestaties kun je ook afmeten aan de groei van de productiviteit. Die is in de VS de afgelopen tien jaar wel iets sneller gegroeid dan de Japanse, maar de Duitse groeide twee keer zo snel als de Amerikaanse.

Alleen op het gebied van werkgelegenheidsgroei presteren de VS het best. De werkloosheid is er gedaald tot 4,5 procent, minder dan de helft van die in Duitsland, en nu voor eerst lager dan die in Japan. Daar komt bij dat de inkomensverschillen in de VS veel groter zijn dan in andere geïndustrialiseerde landen. De twintig procent rijksten in de VS verdient negen keer zo veel als de twintig procent armsten, in Duitsland zes keer zoveel, en in Japan vier keer zoveel. De twintig procent armsten in Japan is vijftig procent beter af dan de twintig procent armste Amerikanen.

The Economist is verkrijgbaar in de kiosk.

www.economist.com