Serviërs hopen op Unie van Moskou en Minsk - vergeefs

Joegoslavië heeft gisteren gevraagd om toetreding tot de Unie van Rusland en Wit-Rusland. Veel meer dan retoriek is het verzoek niet.

Het regende warme woorden, gisteren in Belgrado, over Slavische broederschap en historische stappen: 136 van de 178 leden van de twee kamers van het federale parlement stemden vrijwel unaniem – geen tegenstemmen, zes onthoudingen – en vrijwel zonder debat voor aansluiting van Joegoslavië bij de Unie tussen Rusland en Wit-Rusland. Joegoslavië, zei premier Momir Bulatovic, heeft aangetoond dat het niet alleen is.

Het was mooi. Het was een prachtige neerslag van de pan-orthodoxe liefde die de Serviërs, de Russen en de Wit-Russen in haar greep heeft, en van de hoop op steun van de Slavische en orthodoxe broeders in het oosten. Voor de rest was het echter louter symboliek: veel verder dan die warme woorden en het gevoel annex de hoop niet alleen te zijn reikt het besluit niet.

Het verzoek – een laatste trap na richting Tito, wiens trotse beleid van blokvrijheid gisteren ten grave werd gedragen – is in strijd met de federale grondwet omdat de Montenegrijnse leden van het federale parlement niet waren uitgenodigd of zelfs maar geïnformeerd en zonder formele instemming van Montenegro dit soort beslissingen nu eenmaal niet kunnen worden genomen. De Montenegrijnen hebben dan ook prompt gezegd zich er niets van aan te trekken. Als de regering in Podgorica haar stukje Joegoslavië ergens bij wil aansluiten, dan bij het Westen, en zeker niet bij de Unie tussen Moskou en Minsk. Zelfs onder de Serviërs is de instemming niet unaniem: vice-premier Vuk Draškovic, géén vriend van de Russen en nog vorige week de verwoorder van bittere kritiek aan het adres van Moskou, boycotte de zitting van het parlement gisteren.

De stap is verder zonder practische betekenis omdat de Unie van Rusland en Wit-Rusland een papieren unie is. De presidenten Boris Jeltsin en Aleksandr Loekasjenko besloten in 1996 tot hun Unie. Het uiteindelijke doel: een samengaan van beide landen. Maar die blijven wel naast elkaar bestaan, met handhaving van hun eigen soevereiniteit, grondwet, beleid en staatssymbolen. Er zijn veel mooie voornemens over een gemeenschappelijke munt, wettelijke harmonisatie en economische integratie, maar in de praktijk zijn de Russen en de Wit-Russen na jaren van gehannes nog niet verder gekomen dan een douane-unie waarover de Russen zo hun twijfels hebben, want er wordt heel wat afgesmokkeld tussen beide landen en het zijn de Russen die daar veel geld mee verliezen.

Rusland en Wit-Rusland zijn, vinden vooral veel Russen, en veel waarnemers, te verschillend om samen te gaan. Rusland telt 147 miljoen inwoners, Wit-Rusland tien miljoen. In Rusland bestaat een – zij het haperende – democratie die in het Wit-Rusland van de autoritaire Loekasjenko volledig ontbreekt. In Rusland heerst de markteconomie, in Wit-Rusland de oude planeconomie. Te verenigen zijn die twee systemen niet. Gemeen hebben beide landen vooral hun diepgaande economische malaise. In die zin zijn ze niet veel meer dan de lamme en de blinde die elkaar aanklampen op een zebra met knipperlicht.

Pas sinds vorige week bestaat er een ontwerp-verdrag over de vorming van de Unie, dat evenwel in beide landen eerst nog uitvoerig moet worden besproken. Er is geen gemeenschappelijke begroting en er is ook geen gemeenschappelijk leger en die komen ook voorlopig niet. Wat het ver weg gelegen Joegoslavië in die Unie van politieke weifelaars en economische kreupelen te zoeken heeft weet niemand.

Het is duidelijk dat Belgrado met de beoogde toetreding op militaire en economische hulp rekent. Maar de lamme in Moskou en de blinde in Minsk zijn niet in staat tot economische hulp van welke aard of omvang dan ook en ten aanzien van militaire hulp bestaat een wapenembargo tegen Joegoslavië waarin – Unie of geen Unie, lid of geen lid – geen verandering komt.

Vorig jaar gooiden in Joegoslavië ultra-nationalisten als de huidige Servische vice-premier Vojislav Šešelj al een balletje op over aansluiting bij de Unie van de Slavische broeders. In Moskou werd dat denkbeeld toen afgewezen als zowel onpractisch als strijdig met de belangen van Rusland. Het verdween geruisloos van tafel, tot deze week. En onder indruk van de pan-Slavische retoriek mag men er in Minsk, Moskou en Belgrado nu even anders over denken, maar de bezwaren zijn niet veranderd en dat zal bij de practische invulling van het verzoek van Joegoslavië – als het daartoe ooit komt – ook duidelijk blijken.