Park van de toekomst is ook groen

Een park dat betekent grassprietjes die tussen je tenen kietelen, terwijl je liggend op je rug naar de zwiepende takken tegen een blauwe lucht kijkt. Maar een park is meer dan natuur alleen. Er zijn jongleurs te vinden, baasjes die hun hond uitlaten, en moeders die achter een kinderwagen skaten. Hoe zal het park van de toekomst eruit zien? Met deze vraag worstelen 792 studenten deze week op het jaarlijkse seminar van de International Association of Independant Art and Design Schools (AIAS). Deze vereniging is in 1990 opgericht om de contacten tussen relatief kleine kunst- en ontwerp-hogescholen te ontwikkelen en versterken. Het seminar en de daaruit voortvloeiende megatentoonstelling Park of the future wordt gehouden in Amsterdam. Dit ter gelegenheid van het 75-jarig bestaan van de Gerrit Rietveld Academie en vanwege het afscheid van Simon den Hartog die 25 jaar als directeur aan de academie is verbonden.

De (gevorderde) studenten van vijftig kunstacademies uit Europa en Azië presenteren hun werk in en rond de monumentale gebouwen van de Westergasfabriek. Een toepasselijke locatie omdat er voor dit voormalige fabriekscomplex aan de stadsrand een plan klaar ligt voor onder meer een nieuw park – het ontwerp is van Kathryn Gustafson en Francine Houben (Mecanoo architecten).

De deelnemers zijn niet per land bij elkaar geplaatst maar op basis van de disciplines: (landschaps)architectuur, (grafische) vormgeving, fotografie, nieuwe media en autonome beeldende kunst. De meeste vormgevers en architecten hanteren het thema van het park van de toekomst als een strikt uitgangspunt. Thomas Danet, Zoé Viot en Hermine Ansquer (Ecole Superieure d'Arts Graphiques, Frankrijk) bedachten verschillende routes binnen een park gebaseerd op reuk, gehoor, zicht en tast. Er vanuit gaande dat het milieu er in de toekomst nog erger aan toe is, imiteert de `gehoor-route' de natuurlijke geluiden van vogelgezang, watervallen en de wind door de bladeren van de bomen. So Yun Byun en Yoon Gyoo Jana (Kaywon School of Art & Design, Korea) gaan een stap verder door het park als een futuristische zuiveringsinstallatie te zien, voor lichaam en geest. De maquette toont een afgesloten doorzichtige `flat' met bos, luchtpijpen en waterfilters in lagen op elkaar, waarin de hectische stadsmens zijn stress kan ontladen. Bij een tekort aan natuur kan ook een virtueel park een alternatief zijn, maar Jan Kromarek (Fachhochschule, Duitsland) bedacht een meer praktische oplossing: de Parkinabox. Een met groene stof gevoerde plastic fast food-box waarbij een pakketje miniatuurplanten en -bloemen wordt geleverd om je eigen parkje te maken.

Andere studenten, van de autome richting bijvoorbeeld, zien het thema van Park of the future meer als een metafoor, voor de wereld in het klein of een afspiegeling van de cultuur. Zo toont Gam Bodenhausen (Rietveld Academie) het fascinerende Ultra-Absorbent waarin een aantal gezichtloze kinderen met lichtblauwe schoentjes als dieren in een hok kronkelt. Een mechanisme van speelgoedhondjes zorgt ervoor dat hun geslachtsdelen ritmisch heen en weer bewegen. Zonder dat ze iets met elkaar doen, komt het werk over als humoristische porno.

Een inventarisatie van de voorstellen en kunstwerken leert dat het natuurlijke aspect van het park en het ecologische bewustzijn, de boventoon voeren. Maar waarom moet een park per se groen zijn? Een minderheid laat zich inspireren door de kunststoffen die worden geproduceerd, waarvan bovendien soms overschotten bestaan. Dat geldt wel voor Bas de Waal en Bart Hoogveld (Academie voor Beeldende Kunsten St. Joost), die recyclen kantoormeubelen, computers en andere apparatuur tot een nieuw parklandschap. Grasperken zijn vervangen door een tapijt van plastic gekleurde kraaltjes, en het gezang van vogels maakt plaats voor het ruisen van televisies.

Tentoonstelling: Park of the future. Westergasfabriek, Haarlemmerweg 8-10, Amsterdam. Dag. 10-17.00 u. T/m 18 april. Toegang ƒ5,-. Vier publicaties per stuk ƒ5,-. Website: www.gerritrietveldacademie.nl/park