Niet alleen maar slobberwijn

Italië is in feite een jong land. Dat is te merken aan de ontwikkeling van de kwaliteit van de wijn, die begon nadat in de vorige eeuw Italië een eenheid werd, en pas goed op gang kwam na de toetreding tot de EEG. Voor Italiaanse tafelwijn wordt nu veel geld betaald. Wat gebeurde er precies?

In vele gedichten roemt de Romeinse dichter Horatius (1e eeuw voor Chr.) de kwaliteiten van de wijn uit zijn vaderland. Vooral wijnen uit het gebied rond de Vesuvius zoals de Falernum hebben een ongekende renommé. Nog eeuwen na de val van het West-Romeinse rijk duikt in een manuscript de naam `Falerner' als compliment op, waar iemand een goede gever wil bedanken voor een toegezonden kruik wijn.

Wat is er gebeurd met die glorieuze wijnproductie uit een ver verleden? Wie `Italië' zegt, denkt weliswaar gauw aan wijn, maar meer in de zin van `veel' dan `goed' – zeker tot aan het begin van de jaren tachtig.

De ontwikkeling van de kwalitatieve wijnbouw in Italië is een goed voorbeeld voor de relatie tussen infrastructuur, internationale vraag en de kwaliteit van wijn, zoals we die ook in Frankrijk waarnemen. Alleen stond Frankrijk door de eeuwen heen aan de top van de ladder en bevond Italië zich aan de onderkant.

Nadat de krachtige infrastructuur van het Romeinse rijk – wegen, wetten, munteenheid – met zijn wereldomspannende handelsnet in de vijfde eeuw was weggevallen, viel Italië ten prooi aan een funeste versnippering. Dwars door de Italiaanse laars, noord en zuid van elkaar scheidend, lag de Kerkelijke Staat, met de paus als staatshoofd.

Deze staat bleef tot in de jaren twintig van deze eeuw bestaan en werd pas onder druk van Mussolini opgeheven. De rest van het land was eigendom van steden, landheren, grootgrondbezitters. Afhankelijk van hun persoonlijke kwaliteiten ging het goed of slecht met de economie in een klein deel van het land. Wie van noord naar zuid wilde reizen moest talloze grenzen passeren, veel tol betalen en pasjes regelen: niet bevorderlijk voor een vlot handelsverkeer en de uitwisseling van ideeën.

Gebieden waar vroeger beroemde wijn vandaan kwam, zoals Campanië en Sicilië, met Napels als hoofdstad, raakten door vererving in Spaanse handen en vervielen tot het produceren van alledaagse slobberwijn. Toscane, in Romeinse tijden onbekend op de wijnkaart, ging wijn produceren die het tot enige vermaardheid bracht in het buitenland, maar dit was zeker vooral te danken aan de grote naam die Florence tussen de veertiende en zeventiende eeuw had op een aantal andere gebieden, zoals bankieren, zijde- en lakenhandel. Toen die wegzakten, werd ook weinig meer van wijn uit die streken gehoord.

Niet dat er geen wijn werd gemaakt, integendeel – wijn was een onderdeel van het dagelijks voedingspakket. Alleen hadden de boeren hun wijnstokken tussen het graan en de olijfbomen staan, echte wijnproducenten waren er niet, in tegenstelling tot bijvoorbeeld Anjou en Touraine in de zestiende en zeventiende eeuw, de Médoc vanaf de zeventiende eeuw en de Bourgogne vanaf de Middeleeuwen.

Italië, het land dat de Grieken 2500 jaar geleden om zijn geschiktheid voor de wijnbouw Oenotria, Wijnland, noemden, kreeg pas weer een kans om wijn van internationaal erkende kwaliteit te produceren na zijn eenwording in 1861. Ook daarna kwam echter de drang om meer dan alleen dagelijkse vloeibare voeding te produceren laat op gang. Tot enkele tientallen jaren geleden werden miljoenen liters eenvoudige wijn geproduceerd om aan de hoge jaarquota per hoofd van de bevolking te voldoen – meer dan 100 liter. Buitenlandse bezoekers dronken deze wijn op hun vakantie en kochten mandflessen Chianti als zij weer thuis kwamen. De herinnering aan de Italiaanse zon maakte de wijn lekker, niet zijn eigen kwaliteit.

Wel stammen uit de vorige eeuw de eerste initiatieven voor het verbeteren van de wijn van Montalcino (de nu wereldberoemde Brunello), Sicilië en Chianti door respectievelijk de familie Biondi-Santi, de hertog van Salaparuta en baron Ricasoli. Piemonte, nu leverancier van de onnavolgbare Barolo, Barbaresco en Barbera, moest door zijn geïsoleerde ligging en gebrekkig wegennet nog een eeuw wachten op zijn bestemming van topwijnproducent.

Het huidige Italië is eigenlijk nog maar een heel jong land en zijn wijnwetgeving, garantie voor een minimumkwaliteit en herkomstbeheersing, stamt pas uit de jaren zestig van deze eeuw, nadat het land was toegetreden tot de EEG. Door deze toetreding moest het land meer op Europese schaal gaan denken en wijn was een van de producten die daar uiteindelijk bijzonder van geprofiteerd hebben. Het verborgen potentieel – verborgen door gebrek aan kennis, door slecht contact met andere wijnmakers en door de traditionele plaats van wijn in de samenleving – kreeg een kans door Europese subsidies, verbeterende communicatie en een groeiend appèl van de internationale consument op kwaliteit.

Pas in deze periode werd het systeem van de uit de Middeleeuwen stammende mezzadria, waarbij een pachtboer de helft van zijn opbrengst – waaronder wijn – aan de landheer moet afstaan, afgeschaft. Het maakt het ontstaan van zelfstandige wijnboeren mogelijk, hoewel Italië nog steeds de meeste coöperaties van de Europese wijnlanden heeft vanwege de overwegend kleine lapjes wijngrond per producent.

Langzamerhand verdwijnt zo ook het principe van gemengde bebouwing van de grond: de wijnstokken worden tussen de rijtjes graan weggehaald en apart gezet, ofschoon dit aanvankelijk tot hogere, niet betere productie leidde in Toscane, maar `veel' was in die tijd dan ook het magische woord.

Tegenwoordig is de persoon en de invloed van Angelo Gaja in Piemonte niet meer weg te denken, maar toen hij in de jaren '60 begon met zijn op Franse kwaliteitsprocedures geënte wijnbouw, werd hij – ook door zijn gewaagd hoge prijzen – door bijna iedereen voor gek versleten. Zijn medewerkers gingen in Bourgogne en Bordeaux op bezoek – voor velen de eerste keer dat ze de heuvels van de Langhe ten zuiden van Turijn verlieten. Mede dankzij de invloed van Gaja's `wijngaardwijnen' in de wereld zit er na bijna een eeuw geharrewar beweging in de richting van een nieuwe wijngaardclassificatie in Piemonte, te vergelijken met dat van de Bourgogne.

Markies Piero Antinori maakte in dezelfde periode in Toscane evenmin een geheim van de noodzaak verder te kijken dan de regionale grenzen. Als reactie op de matige Chianti's op basis van de sacrosancte blend van rode (80 procent) en witte (maximaal 20 procent) druiven maakte hij aan het begin van de jaren '70 een wijn met een zelfgekozen blend van sangiovese en Franse cabernet sauvignon. Tevens liet hij de wijn op Franse barriques (houten vaatjes) rijpen. Deze Tignanello, de eerste exclusieve tafelwijn van Europa, viel niet onder de DOC Chianti Classico, maar sloot goed aan bij de internationale markt.

Tignanello werd in de daarop volgende jaren een echte cultwijn en werd veel nagevolgd, mede dankzij de niet aflatende inzet van de vernieuwende wijnmaker Giacomo Tachis. Daarmee was ook het fenomeen van een dure wijn met een eenvoudige herkomstbenaming geboren; immers, een tafelwijn is gewoonlijk de eenvoudigste wijn die een land te bieden heeft, afkomstig uit alle mogelijke gebieden. Antinori leek de instanties te willen uitdagen door juist deze benaming te kiezen. Voor niet ingewijden is het even schrikken wanneer aan zo'n tafelwijn zo'n 75 tot 125 gulden kost, maar het concept wordt ook in Frankrijk, met name in de Midi, speeltuin van producenten die wijnen maken van voor de wet ontoelaatbare druivenrascombinaties.

Door de aandacht voor de dure Toscaanse Vini da Tavola en hun internationale allure is, in een ricocherende beweging, in de jaren '80 het Consorzio del Gallo Nero, overkoepelend orgaan van de Chianti Classico, gestart met ingrijpende vernieuwing en betere wetgeving: betere klonale selecties, dichtere aanplant, geen witte druiven meer in de blend. Men wil graag zijn graantje meepikken van de internationale faam die Toscaanse wijn eindelijk heeft gekregen.

Met het project `Chianti 2000' mikken ze op internationale erkenning van Chianti als kwaliteitswijn met een concurrerende prijs ten opzichte van die van de zogeheten `Supertoscanen'. Volgens de voorzitter van het Consorzio del Gallo Nero hebben de wijnproducenten weinig geld op de bank en veel in de kelder en de wijngaard. Er wordt geïnvesteerd in nieuwe installaties en aanplant in de wijngaarden. Er is een tendens om de rendementen (en dus de inkomsten) – altijd een teer punt in zuidelijke gebieden waar de overvloedige zon voor grote opbrengsten kan zorgen – te laten dalen van 80-100 hl/ha naar 50-30 hl/ha

Ook de andere grote en goede wijnen van Toscane, de Brunello di Montalcino en de Vino Nobile di Montepulciano, hebben geprofiteerd van de betere economische positie van Italië op de Europese en vooral op de Amerikaanse markt. De grote gangmakers hebben door hun internationale uitstraling een soort spiegeleffect op de hele regio, met als gevolg een steeds gepassioneerder kwaliteitsstreven. Hoewel instigator Biondi-Santi geen lid is van het Consorzio del Brunello di Montalcino, heeft zijn allure – en de grif voor zijn wijn betaalde prijzen – de Consorzioleden uitgedaagd tot een gedreven kwaliteitsbewustzijn – en met succes.

De positie op de Nederlandse markt van deze wijnen voor liefhebbers valt tegen. Voor een goede fles Chianti Classico en Vino Nobile di Montalcino moet toch al gauw 20 gulden en meer worden betaald en de Brunello di Montalcino en Supertoscanen beginnen pas bij ca. 50 gulden, evenals de mooie Barolo's en Barberesco's uit Piemonte. Naar de eenvoudiger maar uitstekende kwaliteit voor zijn prijs biedende Barbera, Rosso di Montepulciano en Montalcino wordt nog te weinig gekeken. Net als voor Duitse wijnen is het voor Italiaanse en met name Toscaanse wijnen moeilijk om van het image van goedkoop, dun massaproduct af te komen en zolang er nog tweeliterflessen Merlot voor ƒ6,98 uit de regio achter Venetië worden aangeboden, blijft dat ook moeilijk.

Duitsland is met bijna 30 procent afname topimporteur van Chianti Classico, maar de Nederlandse consument heeft – getuige de magere 1,5 procent op de Italiaanse exportbalans – nog niet het licht gezien. De stap om een wijn in een hogere prijsklasse wijn uit een ander land dan Frankrijk te kopen is voor velen angstaanjagend. De vertrouwde smaak van Bordeaux en Bourgogne wint het nog steeds van de impuls om eens de spannende, authentieke smaak van Italië op tafel te zetten.

Informatie: Huib Brand Wijnimport (alleen Italiaanse wijnen), tel. 071 5790902