Gouden tip?

De dag na de opmerkelijke happening rond Cruijff in de Arena had de KRO-radio een gesprek georganiseerd. Johan was net erelid van Ajax geworden en de zoon van zijn destijdse voorzitter had onderstreept hoeveel de club aan deze recalcitrante, uitzonderlijke speler te danken had. Hugo Camps, die in deze krant niet behoeft te worden geïntroduceerd, zat helaas een eind weg, in de studio in Antwerpen. Waarom helaas? Omdat hij op een gegeven moment zei dat hij Ajax deze feestelijke avond niet gunde – en omdat ik het betreurde daarbij zijn gezicht niet te hebben kunnen zien. Viel er een twinkeling in zijn oog te ontdekken of was hij bloedserieus? Je weet het niet, maar ik gok op het laatste. Voor mij was het veel meer de avond van Cruijff (en van Van Basten) dan van Ajax. En ik gunde het Cruijff.

Bij al zijn sores, bij al zijn moeilijkdoenerij heeft hij de vaderlandse voetballiefhebbers ongelooflijk veel puur genoegen geschonken. Daar moeten we niet voortdurend over praten, maar ter gelegenheid van een erewedstrijd mogen we het ons best herinneren. Grandioze presteerders zijn altijd zeldzaam geweest en zullen dat altijd blijven. Middelmatigheid regeert de wereld. Daarbij valt de moed op om zich als middelbare mannen nog eens in shirt en broekje te steken. Er zaten daar tienduizenden mensen en thuis aan de buis een paar miljoen. Ook 30 jaar geleden zou ik mij daar niet gaarne tussen hebben begeven. Een paar mistrappen en het eerste meewarige gelach zou hebben kunnen opklinken.

Nu moet gezegd dat sommigen, zoals Piet Keizer, zich wapenden tegen kritiek door bliksemsnel het trainingspak weer aan te trekken. Sommige speelden de kortste wedstrijd van hun leven. Maar anderen, zoals Cruijff zelf, bleven tot het eindsignaal in het veld. Sommigen bleken vrijwel onherkenbaar vergeleken bij vroeger. Inge Danielsson bijvoorbeeld. Anderen, naar wier wallen wij via het scherm dikwijls mogen kijken, bleken nog verrassend-soepel uit de hoek te kunnen komen: Jan Mulder. Weer anderen leden weliswaar aan vergevorderde kaalhoofdigheid, maar toonden in hun bewegingen nog vrij wat souplesse (Horst Blankenburg).

Een verhaal apart in dit verband bleek Marco van Basten. Bepaalde schijn- en andere bewegingen leken hem nog gemakkelijk af te gaan. Ik kan nog steeds niet goed tegen het vroege afscheid van deze destijds voortreffelijke speler, die ooit gesloopt werd door duistere krachten welke tekortschietende verdedigers aanwenden om deze wereldspits het scoren te beletten. Van Basten in de kreukels trappen en ermee wegkomen: dat had nooit mogen gebeuren. Maar het is gebeurd. Ik denk dan ook aan Willy Dullens, de ongelooflijk getalenteerde middenvelder uit Limburg, die op zijn 23ste, ogenschijnlijk op weg naar eeuwige roem, geveld werd door een knie die nooit meer te genezen was. Trouwens: in dat rijtje past ook de knie van Mulder.

Wat zo leuk overkwam was de reactie van het stadionpubliek, dat van erkentelijkheid leek te getuigen voor wat de oude helden ooit hadden gepresteerd. Daarbij was het ook een avond van tegenstellingen. Al deze Ajacieden hadden een rol in de geschiedenis van hun club gespeeld, sommigen zelfs een hoofdrol. Terwijl de Arena weer galmde van het applaus hadden veel mensen een paar dagen later alweer pijnlijk te maken met de perikelen van het huidige Ajax, dat royaal door provincieclub Cambuur werd geklopt en de Champions League wel op zijn buik kan schrijven. Die ene avond een blije onderdompeling in de verdiensten van het verleden en een paar dagen later de zoveelste domper in een abominabel seizoen.

Tijdens Ajax-Barcelona zat J.C. vlak naast Wouters. En de mond klepte maar door. Hij zou wel als adviseur bezig willen zijn, heeft hij bekend. Maar dan natuurlijk wel onder bepaalde voorwaarden. Cruijff is altijd een man van voorwaarden geweest en het zou betekenen dat Jan Wouters een deel van zijn macht zou moeten inleveren. Maar stel dat hij dat opbrengt. Niemand weet zoveel over het spel zelf als Cruijff. En juist nu het slecht gaat kan Ajax gouden tips zeer goed gebruiken.