Geheel Hongaarse Blauwbaard groots

Toen de Hongaarse bas Kolos Kováts in 1981 in Carré de titelrol vertolkte in een enscenering van Bartóks korte opera Hertog Blauwbaards burcht, droeg hij een mantel en een blauwe baard. Gisteravond, toen het werk in het Amsterdamse Concertgebouw ging in de serie `Opera in concert', stond Kováts daar gladgeschoren in rokkostuum. Nu was de Hongaarse Eva Marton geheel in het blauw: als Judith is zij Blauwbaards bruid. Ondanks de huiver voor Blauwbaards mysterieuze verleden en de weerzin tegen al het gruwelijks dat zij achter de zeven gesloten deuren in zijn burcht ontdekt, is Judith gefascineerd door haar bruidegom, die al zoveel vrouwen heeft verleid. Aan het slot wordt Judith met hem vereenzelvigd, Blauwbaard hult haar in een blauwe sterrenmantel en voert haar mee in het eeuwig duister.

De onverklaarbare mystiek en symboliek van Hertog Blauwbaards burcht (1911) — helaas Bartóks enige opera — blijven in deze beklemmende verklanking fascineren, hoe vaak het werk ook wordt uitgevoerd. Het zicht achter de deuren op folterkamer, bloementuin, schatkamer, het meer van tranen en de vorige vrouwen biedt een zeldzame variatie aan muzikale sfeertekeningen. Het afgelopen decennium waren er voorstellingen bij de Nederlandse Opera en de Nationale Reisopera, Bernard Haitink leidde in 1994 concertante uitvoeringen bij het Concertgebouworkest. De Hongaar Iván Fischer dirigeerde het werk in 1990 bij het Concertgebouworkest, ook met Kováts in de titelrol.

Gisteravond leidde Fischer in het Concertgebouw het Boedapest Festival Orkest, zodat deze uitvoering puur en authentiek Hongaars was. Fischer verdeelde meesterlijk spanning en dramatiek, zijn orkest speelde magnifiek, Kováts was nog steeds een geweldige Blauwbaard met heftige emoties achter een schijnbaar onaangedaan uiterlijk en Eva Marton zong met enorme vocale inzet een extatische Judith die schrikt van Blauwbaard èn van zichzelf. Het geheel was groots en indrukwekkend.

Vooraf klonk Mozarts Praagse symfonie met een rijke variatie aan klankkleuren, deels het gevolg van het gebruik van natuurtrompetten en barokpauken. Fischers klankwereld lijkt op die van Harnoncourt, maar hij mist in zijn brede gebaar gelukkig diens verbeten, kortaffe accentueringen. men hoorde hier vooral Sturm und Drang die in donkerte en zelfs duisternis hun schaduwen vooruit wierpen.

Concert: Boedapest Festival Orkest o.l.v. Iván Fischer m.m.v. Eva Marton en Kolos Kováts. Programma: W.A. Mozart: Symfonie KV 504; B. Bartók: Hertog Blauwbaards burcht. Gehoord: 12/4 Concertgebouw Amsterdam.