Fransen zijn pro- én anti-Amerikaans

Veel Fransen verkiezen de veroordeling van de Verenigde Staten boven handelend optreden tegen Miloševic. De Franse schrijver en filosoof Pascal Bruckner keert zich tegen deze `aberraties' en `archaïsmen'.

,,In Frankrijk zijn ideeën veel belangrijker dan feiten. Een Angelsaksisch soort pragmatisme bestaat hier niet. Die ideeënziekte blijft een van de ergste Franse kwalen. De aardige keerzijde is overigens de liefde voor conversaties en concepten. Maar in grote crises leidt het tot stommiteiten en afschuwelijke aberraties. Zoals het onder één noemer brengen van Miloševic en de NAVO. Een klein deel van dit volk zal altijd liever een dictator redden dan toegeven dat de Verenigde Staten gelijk hebben.''

Pascal Bruckner zegt het zonder stemverheffing. Zijn deelname aan het Franse publiek debat wordt al jaren gekenmerkt door goed getimede tegendraadse constateringen, die nooit zijn ontaard in comfortabele conservatieve patronen. Le Sanglot de l'homme blanc (1983) ontleedde het Westerse ontwikkelingshulp-syndroom. La Mélancholie démocratique (1990) en La Tentation de l'innocence (1995) schetsten het lastige lot van de moderne, vooruitstrevende burger.

Vorige week waagde Bruckner het op de opiniepagina van Le Monde een in Frankrijk ongebruikelijke vraag te stellen: `Waar komt deze anti-Amerikaanse razernij vandaan?' Aanleiding was de hausse aan artikelen, petities en protestmarsen tegen de NAVO-bombardementen in Servië. Voor de in het openbaar agerende coalitie van uiterst rechtse en uiterst linkse figuren waren Clinton en Hitler, Chirac en Mussolini logische paren.

Bruckner: ,,Extreem-rechts en extreem-links haten elkaar, maar van de Verenigde Staten hebben ze een nog grotere afkeer, dus hebben ze tijdelijk vrede gesloten en samen een petitie tegen de NAVO-bombardementen opgesteld. De katholieke traditie in dit land betekent: afkeer van geld, walging van liberalisme en de Angelsaksische mentaliteit. Socialisten en katholieken vinden elkaar op dit punt. Frankrijk is in veel opzichten veranderd de laatste tien, twintig jaar. Men geniet van de voordelen van het kapitalisme en de markteconomie, maar bij de minste of geringste crisis komen dit soort archaïsmen weer boven.

,,Het gaat om een minderheid die veel aan het woord komt, maar niet representatief is voor de publieke opinie. De massa in Frankrijk heeft de markteconomie omhelsd. Dankzij die spraakzame minderheid is Frankrijk ook het laatste land dat het communisme nog verdedigt. De communistische partij is wel veranderd, het zijn geen marxisten meer, maar ze kiezen nog steeds voor de Russen boven de Amerikanen.''

Bruckner ziet drie hoofdstromen in het Franse antiamerikanisme. ,,Extreem-rechts beschouwt de VS als een smeltkroes van joden, negers en gemengdbloedigen, het eind van de individuele worteling, het eind van het Europese idee van de natiestaat met één taal en één mensensoort. In hun ogen is Amerika de voorloper van één universele melange. Vroeger verzette extreem-rechts zich al tegen het `cosmopolitisme', een term die later is overgenomen door Stalin. Amerika belichaamt voor uiterst rechts alles wat men haat in de moderne wereld.

,,In zekere zin geldt dat ook voor de tweede anti-Amerikaanse stroming in Frankrijk, die van communistisch links en hun medestanders, die de VS zien als het centrum van racisme en ongelijkheid, het toppunt van de kapitalistische verschrikking. Sartre schreef in het begin van de jaren vijftig al (naar aanleiding van de Sacco en Vanzetti-zaak): `Amerika is hondsdol'. Ten tijde van de Vietnam-oorlog werd Amerika opnieuw het verdoemde land bij uitstek. Dat is nooit overgegaan.

,,Er is ook een anti-Amerikaanse trek die in alle Fransen zit. Frankrijk heeft de ambitie universele waarden zoals de mensenrechten uit te dragen. Op die universele pretentie concurreert Frankrijk direct met de Verenigde Staten, die ook zeggen voor de hele wereld op te komen. Het gaat om twee soorten beschaving. Frankrijk heeft inmiddels de middelen niet meer die bij de pretenties passen, maar de concurrentie is gebleven.

,,De georganiseerde barbarij in Kosovo heeft vooral gemeenschappelijke waarden naar boven gebracht, net als in 1917, 1942 en 1948. Dat zijn de Westerse waarden waar de meerderheid van de Fransen achter staat. Deze crisis heeft de pavlov-reacties van extreem-rechts en extreem-links genadeloos aan de kaak gesteld. Revolutionaire communisten en trotzkisten (zoals Daniel Bensaïd in Le Monde van 9 april), Pierre Bourdieu en de zijnen, veel auteurs in Le Monde Diplomatique, leven op een andere planeet. Zij maken de sociaal-democratie uit voor paladijn van het wereldkapitalisme. Zij brengen zichzelf volstrekt in diskrediet met hun hallucinerende onzin. Deze mensen willen horen noch zien. Tegenover 300 NAVO-doden staan de 250.000 die Miloševic sinds 1991 op zijn naam heeft gebracht. Als Servië verslagen is en Miloševic berecht, heeft uiterst links ieder recht van spreken verloren. Dat zullen we ze inpeperen. Die oorlog zal genadeloos zijn.''

Bruckner, die zich altijd socialist heeft gevoeld, heeft een andere verklaring voor de ideologische anti-NAVO samenwerking dezer dagen tussen Max Gallo (woordvoerder van Mitterrands eerste premier Mauroy) en Charles Pasqua (die met Philippe de Villiers een rechtse anti-Europa lijst vormt). ,,Die soevereinisten hebben heimwee naar de door De Gaulle na de verloren oorlog geniaal tot leven gebrachte mythe van Frankrijks grandeur. Hij stapte toch maar uit de NAVO. In hun antiamerikanisme maken zij een verenigd Europa, waar ze mordicus tegen zijn, alleen maar noodzakelijker. Een complete paradox.

,,In het algemeen kan je constateren dat Frankrijk zijn eigen belang wil dienen, in Europa gids wil zijn én namens de hele wereld wil spreken. Dat is Frankrijks volgende paradox. Zodra we Amerika's hypocrisie op dat punt aanvallen komen we onvermijdelijk onze eigen hypocrisie tegen. De Frans-Duitse vriendschap, de basis van het verenigd Europa, bestaat niet, die is hoogstens verstandelijk. Frankrijk is bang voor Duitsland. Echte politieke hartstocht bestaat eerder tussen Frankrijk en de Verenigde Staten.

Er is bij velen in dit land een grote nieuwsgierigheid, een heftige amerikanofilie, die even hartstochtelijk is als het antiamerikanisme van uiterst links en rechts. Fransen definiëren zichzelf aan hun mate van afkeer van het Amerikaanse model. De Amerika-haters zien dat land als een gedegenereerde versie van Europa: zij vragen zich verbeten af hoe de VS onze rol hebben kunnen overnemen. Zonder zich te realiseren dat zij ons nog verder in de armen van de Amerikanen drijven door hun anti-Europese verblinding.''