ERNST REIJSEGER

Toen in begin 1998 de Nederlandse cellist Ernst Reijseger de Tenore e Cuncordu de Orosei uit Sardinië ontmoette in Venetië klikte het muzikaal meteen. In september van hetzelfde jaar nog besloten ze samen een cd op te nemen. Mede dankzij de technisch hoogstaande 20 bit digitale opnames en de zeer ruimtelijke akoestiek van de Cattedrale di San Pietro waar de cd is opgenomen, is het resulterende Colla Voche een bijzonder transparante weergave geworden van een ontmoeting tussen Italiaanse volksmuziek, oude Sardinische vocale tradities en improvisatie.

De hoofdrol is op deze cd weggelegd voor de Italiaanse zangers die met hun gedisciplineerde meerstemmigheid zorgen voor een licht sacrale sfeer die goed past bij de ongewone opnamelocatie. De bassen, die sterk doen denken aan Tuvaanse boventoonzang, zorgen voor een sterke basis waar de hogere stemmen in lagen overheen gelegd worden. De instrumentale begeleiding is zo naturel mogelijk gehouden. Reijseger strijkt lange, schorre noten, improviseert vingervlug of speelt ragfijne, breekbare intermezzo's. Meer dan eens neemt hij een puur percussieve rol aan door alleen te plukken aan de snaren of beschaafd te roffelen op de klankkast van zijn instrument. Hier en daar worden de nummers opgesierd met een mondharp, fluit of mondharmonica. Dit gebeurt echter zeer spaarzaam zodat de openheid van het geheel niet wordt aangetast.

Ernst Reijseger & Tenore Cuncordu de Orosei: Colla Voche (Winter & Winter, 910037-2)