Effect van vrijere telecommarkt voorlopig gering

Sinds de liberalisering van de telecommarkt per 1 juli 1997 stegen de telefoonkosten van 30 tot 40 procent van de abonnees. Kabelmaatschappijen zijn nog bijna nergens in Nederland een serieus alternatief voor KPN.

Zelfs met de zakcalculator in de aanslag zal de doorsnee beller niet eenvoudig kunnen vaststellen wat de liberalisering op de Nederlandse telecommarkt hem tot op heden heeft opgeleverd. Neem de zogenoemde voordeelnummers, drie telefoonnummers met tien procent korting die sinds 1 april iedere KPN-abonnee ter beschikking staan. De Consumentenbond heeft becijferd dat die nummers buiten de stad 13 tot 35 uur gebeld moeten worden om het tientje terug te verdienen dat KPN ervoor rekent. Internetters moeten in de avonduren ten minste vijftig uur surfen voordat ze met de aanbieding voordeel behalen.

De Consumentenbond stelt dat de doorsnee Nederlandse telefoonabonnee sinds 1994 twintig procent meer is gaan betalen; zestig procent van de consumenten zou duurder uit zijn. De liberalisering en de ingrepen van toezichthouder Opta hebben op het eerste gezicht dus niets opgeleverd.

Bij deze conclusie passen kanttekeningen. De Nederlandse markt was alleen in de laatste twee jaar van de meetperiode van de Consumentenbond geliberaliseerd. Bij het begin van die liberalisering, op 1 juli 1997, gaf KPN telefoonabonnees een klein voordeel met de invoering van rekeningen per seconde. In de twintig maanden daarna is het effect van de liberalisering zwaar beïnvloed door ingrepen van de Onafhankelijke Post en Telecom Autoriteit (Opta). Zo heeft de toezichthouder medio vorig jaar bepaald dat een prijs van 34,60 gulden voor een regulier maandabonnement redelijk is, een verhoging van 7,40 gulden. Daar stond een bescheiden verlaging van de gesprekstarieven tegenover. Gisteren erkende een woordvoerder van Opta dat door deze zogenoemde herbalancering 60 procent van de abonnees is geconfronteerd met een hogere telefoonrekening.

Eind vorig jaar werd vastgesteld dat KPN het abonnementstarief zelfs nog iets zou mogen verhogen, omdat het door Opta toegestane rendement van 13,2 procent in 1998 niet werd gehaald. Deze tariefswijziging is opgeschort.

Begin september bracht Opta zwaar geschut in stelling toen voorzitter J. Arnbak aankondigde dat binnenlandse telefoontarieven met tenminste een kwart omlaag moesten. KPN reageerde furieus en zelfs de Consumentenbond gaf aan dat zij de ingrepen aan de zware kant vond. Uiteindelijk accepteerde Opta dat KPN de investeringen (en daarmee de kosten) verhoogde, zodat begin dit jaar kon worden volstaan met een tariefsreductie van niet meer dan 10 procent voor interlokaal bellen en 33 procent voor lokaal bellen op zondag.

Intussen heeft KPN met de voordeelnummers en de uitbreiding van de zondagkorting voor lokaal bellen naar 's nachts en zaterdag nog wat tariefsreducties bijeen gesprokkeld. Volgens Opta resulteren alle tariefsaanpassingen van KPN sinds juli 1997 voor 60 tot 70 procent van de gebruikers in een lagere rekening. Dit betekent dat 30 tot 40 procent van de abonnees er de afgelopen twintig maanden op achteruit is gegaan.

Dat is geen resultaat om over naar huis te schrijven, maar Opta maant tot geduld. Over ruim tweeënhalve maand moet de toezichthouder definitief bepalen of de tarieven van KPN door de beugel kunnen. Daartoe zal het onder meer beoordelen of KPN inderdaad de investeringen in het binnenlandse netwerk fors heeft opgevoerd.

Nog belangrijker is de vraag of KPN serieuze concurrentie kan verwachten van bedrijven die eigen lijnen willen leggen tot aan de voordeur van de gebruiker. Naast Brusselse regelgeving was de aanwakkering van investeringen op dit gebied voor Opta immers de belangrijkste reden om KPN hogere abonnementstarieven toe te staan.

Volgens het Bredase onderzoeksbureau Heliview had in oktober vorig jaar al negen procent van de bedrijven met meer dan twintig werknemers zijn telefoonaansluitingen ondergebracht bij een concurrent van KPN. Met de aansluiting van particulieren en kleinere bedrijven loopt het minder storm. Zo'n twintig Nederlandse kabelbedrijven hebben zich gestort op de markt voor Internettoegang, maar voor telefonie via de kabel bestaat nog weinig animo. De Amsterdamse kabelmaatschappij A2000 was eind vorig jaar met 18.111 particuliere abonnees en zo'n drieduizend zakelijke klanten de enige serieuze partij op dit gebied.

De trage opkomst van concurrenten met een eigen netwerk is geen reden voor paniek. De liberalisering in Nederland is nog pril. British Telecom kent in Groot-Brittannië al veertien jaar concurrentie en beheerde het afgelopen jaar nog altijd zo'n 90 procent van de telefoonaansluitingen.

Snelle ontwikkelingen in technologie kunnen een cruciale stimulans zijn voor de concurrentie. De kwaliteit van telefonie via de kabel verbetert met rasse schreden en mobiele telefonie bezorgt ook de kleine beller een alternatief. Wie alleen bereikbaar wil zijn kan nu al goedkoper uit zijn met een zaktelefoon.