Een sikh vecht voor zichzelf en voor de zwakkeren

Vandaag vieren 20 miljoen sikhs in India de driehonderdste verjaardag van de Khalsa, de belangrijkste orde van de sikhs. Portret van een trotse en dienstbare bevolkingsgroep.

Het kleurenfestival van tulbanden doet pijn aan de ogen. Een bulderend lachen stijgt uit boven het drukke middagverkeer van Amritsar: honderden sikhs vermaken zich in kleine groepjes binnen en buiten de Gouden Tempel, hun voornaamste heiligdom. Kolossale mannen met lange baarden, velen met het traditionele sikh-zwaard, maken een praatje of wisselen in groepjes de laatste sikh-grappen uit. Tussen de verkopers van zilveren sikh-armbanden en de stapels glinsterend kitsch-miniaturen van de tempel krijgt een oude sikh ongevraagd baksheesh, een fooi, van een toerist. Een taxichauffeur met een oranje tulband die het tafereel gadeslaat, stapt uit zijn auto en roept in het Punjabi: ,,Hé, dat soort dingen doen wij niet! Een sikh bedelt niet.''

India is anders in Punjab, de noordelijke deelstaat waar de meeste van de 20 miljoen sikhs wonen. Niet alleen uiterlijk, ook innerlijk onderscheiden de sardarji's zich. ,,Sikhs zijn harde werkers, trots, vrijgevig en eerlijk'', zegt Dilip Deve, een textielhandelaar uit New Delhi die veel in Amritsar komt. ,,Ze hebben gevoel voor humor'', voegt een islamitische collega eraan toe.

Ondanks de vele aanslagen op hun kleine cultuur, van islamitische mogol-vorsten en Britse kolonialisten tot Afghaanse koningen en hindoeïstische maharadja's, is de sikh-gemeenschap nooit ten onder gegaan in de Indiase jungle van mensenmassa's, armoede en godsdienstoorlogen. Integendeel: over het algemeen schoppen de sikhs het verder dan de gemiddelde Indiër.

Honderdduizenden sikhs emigreerden sinds het begin van deze eeuw naar het buitenland – richting Sydney of Singapore, naar Toronto of Nairobi, naar Londen of Los Angeles. De eerste Marsvaarders moeten de komende eeuw niet raar opkijken als zij geen Marsmannetjes, maar een sardarji tegen het lijf lopen, zo gaat het verhaal in landen waar veel sikhs wonen. Anders dan veel van hun landgenoten bleven de overzeese sikhs geen goedkope gastarbeiders aan de rand van de samenleving, maar werden ondernemer of eigenaar van kolossale landbouwbedrijven in Californië of Canada, handelaar in Singapore, of taxichauffeur in New York. Velen gingen in de politiek, zoals Dalip Singh Saund, die in 1956 het eerste Aziatische lid van het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden werd.

In India zelf dwongen de sikhs respect af om hun successsen in de landbouw, vooral tijdens de Groene Revolutie in de jaren '60 en '70, om hun sportieve talenten en, niet in de laatste plaats, om hun capaciteiten als soldaten. Nog steeds wordt een aanzienlijk deel van de Indiase strijdkrachten geleid door sikhs. Daarnaast is Punjab, de deelstaat waar sikhs ongeveer 60 procent van de bevolking vormen, een van de meest welvarende regio's van India. Waar elders het werk op het land door voorovergebogen arbeiders wordt gedaan, rijden op de velden van de Punjab overwegend tractoren en combines.

Het succes van de sikhs in en buiten India wordt mede verklaard door de aard van hun godsdienst, een mengeling van het hindoeïsme en de islam. Een van de grootste verschillen met het hindoeïsme is dat in de sikh-maatschappij geen plaats is voor het discriminerende kastenstelsel, dat de hindoeïstische bevolking van India nog steeds in duizenden afzonderlijke groepen indeelt.

,,Anders dan de hindoes neemt een sikh het heft in eigen hand als hij een tegenslag heeft of wordt bedreigd'', zegt Joginder Singh Sodhi, een oude, gepensioneerde legerkapitein uit Rawalpindi, een stad in het huidige Pakistan, die in 1947 naar India moest vluchten temidden van miljoenen hindoes en sikhs. ,,Hindoes hopen dat het in een volgend leven goedkomt en wachten vaak passief af tot de omgeving verandert; een sikh gaat aan de slag. Hij vecht voor zichzelf en voor de zwakkeren, ongeacht religie.''

Nog steeds worden dagelijks duizenden hindoes en moslims van eten voorzien in de gaarkeukens van de gurdwara's, de tempels van de sikhs. ,,Als een sikh een lange treinreis maakt, neemt hij altijd eten mee voor onderweg'', zegt Punjabi zanger Gurdas Mann. ,,En hij pakt nog wat extra in voor zeven of acht vreemdelingen die het onderweg misschien nodig hebben.''

Ondanks hun sterke uitstraling dragen veel sikhs nog de diepe littekens van het verleden. Nog maar zes jaar geleden eindigde in Punjab een van de bloedigste perioden uit hun geschiedenis. In 1984, enkele maanden nadat premier Indira Gandhi had besloten de Gouden Tempel te laten bestormen om een opstand onder leiding van de fundamentalistische leider Bhindranwale de kop in te drukken, werd zij zelf in haar tuin in New Delhi door een van haar sikh-lijfwachten doodgeschoten. De reacties van de hindoe-bevolking maakten India tot een hel voor elke sikh. Duizenden werden levend verbrand.

In de gewapende opstand van separatistische sikhs, die volgde op de religieuze rellen, kwamen duizenden sikhs om het leven voor een onafhankelijk Khalistan in de Punjab, het land van de Khalsa, de `zuivere'. ,,De geschiedenis van de sikhs is een sage van opoffering en dienstbaarheid aan de mensheid, een voorbeeld voor de natie'', zei de schoondochter van Indira Gandhi, Congres-voorzitter Sonia Gandhi, vorige week op een plechtigheid in New Delhi.

Zoals wel vaker gebeurt met religieuze twisten in India klaarde de lucht tussen hindoes en sikhs plotseling weer op; inmiddels leven ze weer vreedzaam naast elkaar op basis van roti-beti ka rishta het gezamenlijk breken van het brood en het uithuwelijken van dochters aan elkaar. Weinig doet meer denken aan de bloedige strijd van toen – Khalistan lijkt verleden tijd. ,,Sikhs lopen blakend van zelfvertrouwen door de Indiase maatschappij, een sikh kan alles beter dan een ander. Als een hindoe zegt dat iets onmogelijk is, gaat een sikh het proberen, ondertussen grappen makend over zichzelf'', zegt schrijver Khushwant Singh. Tijdens de donkere dagen na de moord op Indira Gandhi ging het verhaal in sikh-kringen dat een van Indira's moordenaars, Beant Singh, in het paradijs de zegeningen in ontvangst nam voor zijn daad van sikh-leider Bhindranwale, die bij de slag om de Gouden Tempel was gedood. Singh vroeg hem om een nieuwe baan. ,,Zeg het maar, en je hebt je baan'', riep Bhindranwale uit. ,,Ik heb nooit gestudeerd en kan alleen maar vechten'', antwoordde Singh. ,,Kan ik niet jouw lijfwacht worden?'' ,,Jongen'', antwoordde Bhindranwale geschrokken, ,,probeer iets anders, dat risico kan ik niet lopen.''

Intussen lijkt de roep om Khalistan alleen nog maar in het buitenland te bestaan, in kringen van sikhs die India ontvluchtten in de jaren '80. ,,Het was maar een kleine groep van radicale jongeren'', zegt oud-legerkapitein Sodhi. ,,Het gevaar voor de sikhs komt nu van een andere kant. Jongeren willen zich niet meer als sikh kleden, geen baard laten groeien, geen tulband meer dragen. Ze zeggen dat dat niet nodig is om een gelovige sikh te zijn. Maar ik denk dat met het afleggen van de sikh-tradities ook de innerlijke kenmerken verloren gaan in de moderne maatschappij: opoffering en tolerantie, de wil om aan iedereen die dat nodig heeft eten of bescherming te geven.'' Publicist Khushwant Singh beaamt dat. ,,Het is een onvermijdelijk proces. Sikhs moeten op zoek gaan naar middelen om de desintegratie van het sikhisme tegen te gaan en, als het mogelijk is, om te draaien.''