De Spreuken van Cruijff

et bijzondere van Johan Cruijff is niet zozeer dat hij een sympathieke volksheld is, die door de jaren heen zichzelf is gebleven en nooit naast zijn gouden schoenen is gaan lopen. Het bijzondere is ook niet dat zijn ster temidden van ontelbare vallende sterren na al die jaren nog zoveel licht geeft, al is het op zichzelf opmerkelijk genoeg dat zijn goud nooit is verdonkerd. Het bijzondere is veeleer dat hij een intellectuele ontwikkeling heeft doorgemaakt die hem intussen heeft gekwalificeerd als de meest gezaghebbende voetbalcommentator ter wereld, wiens vertogen niet alleen lucide en onderhoudend zijn, maar ook nieuwe wetenschappelijke wegen hebben geopend. De historische bijdrage die Cruijff als oefenmeester aan de tactische innovatie van het voetbal heeft geleverd is al groter dan die van al zijn gerenommeerde collega's bij elkaar, maar dat is hem lang niet genoeg. Cruijff wil nu het grote publiek de onbegrepen finesses van het spel bijbrengen, en de televisie is het ideale voertuig om die grote democratische missie te vervullen. Als hij daarin slaagt is hij niet ver meer verwijderd van zijn laatste emancipatorische ideaal: de ambitie om het voetbal erkend te krijgen als denksport.

Enkele jaren geleden zond de BBC tijdens de wereldkampioenschappen voetbal in de Verenigde Staten een aantal vraaggesprekken uit waarin Cruijff zich al als een tv-persoonlijkheid in de dop deed kennen. Het waren boeiende gesprekken, waarin de ondervragers kennis van zaken tentoonspreidden en de ondervraagde intelligent en ontspannen partij gaf. Cruijff toonde zich in de Engelse conversatie net zo slagvaardig als hij in het Nederlands pleegt te zijn en hij was zelfs in staat in muzisch Engels met zijn aforismen te jongleren. Het was evident dat Cruijff profijt had getrokken van zijn ervaring als commentator op de Amerikaanse televisie in zijn voetbaljaren in Los Angeles en Washington, maar het was daarom niet minder frappant dat hij zich niet beperkte tot het beantwoorden van de vragen die hem gesteld werden, maar ook aan de gesprekken bijdroeg door zelf het initiatief te nemen en af en toe over de grenzen van de sport heen te kijken.

Ik heb niet zoveel verstand van het moderne voetbal dat ik alles kan volgen wat Cruijff in zijn voetbalcommentaren op de NOS-televisie zegt, maar ik sla geen uitzending over, alleen al om het eigenaardige esthetisch genoegen dat ik aan zijn interpretaties en voordrachten beleef. De ondervragers die Cruijff op de Nederlandse televisie tegenover zich vindt, hebben nogal eens de neiging zich niet aan hun leeropdracht te houden en met Cruijff het gehele wereldgebeuren door te nemen. De sportpresentator Mart Smeets verloor zich vorige week in een van de uitzendingen naar aanleiding van de benefietwedstrijd voor Cruijff in geforceerde pogingen om `Jopie' tot niet ter zake doende politieke uitspraken over de toestand in Kosovo te bewegen, maar het voetbalgenie was wel zo verstandig de boot af te houden. Cruijff betoonde zich wijzer dan zijn ondervrager en liet zich niet verleiden tot grensoverschrijdende pseudodiplomatie.

Het is de kracht van Johan Cruijff dat hij bestand is tegen elk type interview en zich ook door futiele ondervraging niet van de wijs laat brengen. Zelfs de gemeenzame bejegening die hem na de wedstrijd te zijner ere op SBS-televisie ten deel viel, bracht hem niet van zijn stuk. Cruijff heeft een achtenswaardige ongevoeligheid voor het banale ontwikkeld, die hem beschermt tegen opgeblazenheid en populisme van de zijde van zijn interviewers. Ook de heldenverering die hij zijn levenlang al heeft moeten verdragen heeft nooit vat op hem gekregen. Cruijff is nog altijd een ster, maar een ster zonder sterallures, een coryfee zonder praal, het broodnuchtere middelpunt van constante belangstelling, die er altijd in geslaagd is de aandacht van zijn persoon af te leiden. Zijn geheim zit in wat de voetbalgeleerde Kees Fens heeft getypeerd als zijn zienerschap.

Cruijff is een ziener, die altijd over de beperkingen van het kleine menselijk geknoei heenkijkt naar hogere perspectieven en idealen. Nooit bezig met het hier en nu, maar altijd met het betere dat nog komen moet: een betere tactiek, betere passing. Die constante gerichtheid op het betere maakt hem mysterieus en onvatbaar voor etiketten. Door zijn onafhankelijkheid en vooruitziendheid is Johan Cruijff allengs boven de dorpsgemeenschap van de voetbalwereld uitgegroeid, waar hij soeverein en vrij van belangen zijn professorale kennis uitdraagt.

Zowel op het veld als voor de microfoons is Johan Cruijff de anderen altijd vooruit geweest, doordat hij van kindsbeen af een platonisch ideaal van voetbal heeft gekoesterd, waarin hij niet alleen als enige geloofde, maar dat hij ook als enige in staat was te realiseren. Nooit op zijn lauweren rustend, nimmer tevreden met het heden, altijd bezig met de toekomst, bij zijn geboorte was hij al de ideale leraar. Aardse kritiek op Ajax neemt in zijn mond de vorm van een wijsheid der Spreukendichters aan: ,,Ajax heeft genoeg trainers, maar te weinig leraren''.

De oud-PSV-er Jan Louwers, die in Vrij Nederland van vorige week hulde bracht aan de didactische kwaliteiten van de voormalige Nummer 14, herkent Cruijffs zienerschap ook in zijn tv-analyses. ,,Hij signaleert dingen voordat ze gebeuren, ziet subtiele foutjes en weet welke wending de wedstrijd daardoor gaat nemen.'' Maar de gemiddelde voetballiefhebber, voegt hij eraan toe, ,,snapt daar niets van''. Dat stempelt de ziener ook tot kunstenaar. De ware kunstenaar ziet dingen en vormen lang voordat de anderen ze zien.