De ondergang van een Haagse volksclub

Vroeger had Den Haag twee profclubs: ADO en Holland Sport. In 1971 kwam het op initiatief van de gemeente tot een fusie. Gisteren verscheen er een boek over het legendarische Holland Sport.

Het is ruim 27 jaar geleden dat Holland Sport met stadgenoot ADO fuseerde. Toch zit muntenhandelaar Hans Kattenburg, oud-bestuurslid van de club, nog steeds vol wrok. ,,Het was geen fusie, maar een liquidatie!'', roept hij geëmotioneerd tijdens de presentatie van het boek Op Hout-rust geen zegen, Opkomst en ondergang van Holland Sport. ,,De mensen die destijds de beslissing namen, waren ja-knikkers. Die deden alles in belang van hun eigen hachje. Er is een vies spelletje gespeeld.''

Kattenburg wijst op een grote groep oud-spelers die aan een tafel sterke verhalen ophalen. ,,Kijk ze eens zitten, vrienden onder elkaar. Allemaal gewone jongens. De kameraadschap was groot. Het was ook altijd een feest om bij Holland Sport te zijn. Al dat moois is de mensen ontnomen. Jan de Arbeider is de dupe. Die kon bij Holland Sport voor twintig gulden op de hoofdtribune zitten en dat werd ineens veertig gulden. Ben je lekker mee.''

Het boek vermeldt dat Kattenburg destijds toch instemde met de fusie en zijn handtekening zette. Zowel ADO als Holland Sport had het financieel moeilijk en de gemeente had geen geld om twee clubs te steunen. Onder leiding van sportwethouder Vink stuurde men aan op een samensmelting. De naam werd FC Den Haag/ADO. Het aandeel van Holland Sport was klein, er kwamen maar drie spelers van de club in de nieuwe selectie. ,,Meneer, ik heb destijds zo 300.000 gulden op tafel gegooid'', reageert Kattenburg. ,,Maar ik kon niet tegen een overmacht op. Ze hebben alles achter mijn rug om geregeld. Holland Sport moest gewoon weg, want we overvleugelden ADO en dat mocht natuurlijk niet!''

Kattenburg, 73 jaar inmiddels, was een uniek bestuurslid, want hij trainde elke dag mee met de selectie. ,,Ik deed dat als stimulans voor de spelers'', vertelt hij. ,,Ik zorgde dat er ik altijd was. Als ik naar een muntenbeurs in Luxemburg of Frankrijk moest, reed ik 's ochtends om vijf uur weg en was ik weer op tijd terug voor de training. En dan liep ik voorop, hoor. Ik bezit een enorme wilskracht. Ik heb niet voor niets vijf jaar concentratiekamp overleefd.''

De selectie stond de laatste vijf jaar van het bestaan onder leiding van Cor van der Hart. Publicist Hans Pars, een van de auteurs van het boek, noemt de oud-international ,,de enige succesvolle trainer van Holland Sport''. In het tweede seizoen (1967-'68) onder Van der Hart promoveerde de club naar de eredivisie en hield daarin tot het einde stand. Voor die tijd was Holland Sport één seizoen op het hoogste niveau uitgekomen, maar het degradeerde toen met liefst 111 doelpunten tegen. In totaal speelden de groen-witten zeventien jaar betaald voetbal, gedeeltelijk onder de naam Scheveningen Holland Sport, kortweg SHS. Vele bekende spelers kwamen, soms maar voor een jaartje, voor Holland Sport uit, zoals de boomlange keeper Martin van Vianen, de Goddelijke Kale Bertus de Harder, Hans Dorjee, Bennie Muller, Jan Boskamp en Sjaak Roggeveen.

Ze herinneren zich allemaal mooie tijden op Houtrust waarin vooral veel werd gelachen. ,,Het kwam voor dat ik tegen die gasten zei: laat de training maar zitten, we gaan een pilsje kopen'', vertelt Van der Hart. Niet zelden trok voorzitter Luc Kroesemeijer, een gefortuneerde schroothandelaar, spontaan zijn portemonnee om een premie uit te keren. Van der Hart: ,,We hadden een stel fantastische jongens. Technisch misschien niet geweldig, maar wel harde werkers. Als het er op aankwam, werd er niet meer geouwehoerd. Als ik ze daar zie zitten, zou ik het zo over willen doen.''

De anekdotes zijn talrijk. Van der Hart zal die keer nooit vergeten dat Holland Sport door Feyenoord werd weggespeeld. De oud-trainer spreekt over een uitslag van 9-0 – in werkelijkheid was het slechts 6-0. ,,We hadden een complete off-day en werden uitgelachen in De Kuip. Van der Hart ha, ha. Dat soort werk. Ik heb toen gezworen dat we in de tweede wedstrijd revanche zouden nemen. Al moesten de Feyenoorders van het veld worden gedragen. En we wonnen inderdaad, met 1-0 door een doelpunt van Theo Valkenhoff.''

Volgens Van der Hart stond er een bijzondere extra premie op die wedstrijd. ,,Iemand van FC Twente, concurrent van Feyenoord, had er wel wat voor over als wij zouden winnen. Ik geloof dat het 3.000 gulden was, noem het een aanmoedigingspremie. Twente had er weinig aan, want het verloor zelf ook. We hebben het geld wel gekregen. Wat er mee is gedaan? We hebben het onderling verdeeld.''

In het boek staan ook minder leuke momenten uit de clubhistorie beschreven. Veel valt er echter niet te lezen over doelman Wim Landman, van wie wordt beweerd dat hij eind jaren vijftig en begin zestig in wedstrijden tegen NAC en BVV was omgekocht en bewust doelpunten heeft doorgelaten. ,,Het stuk Landman is weg uit de archieven'', legt auteur Pars uit. ,,Er is een hele hoop dat niet deugde bij Holland Sport'', weet hij inmiddels. Het zorgt voor een felle reactie van Kattenburg. ,,Is er bij ADO dan helemaal niets fout gegaan?''

Van der Hart kan zich de wrok van Kattenburg niet goed voorstellen. ,,Ik voelde destijds al dat het zo niet meer kon. Te weinig mensen moesten de kar trekken. Het was gewoon niet haalbaar meer.'' De onverbiddelijke Kattenburg: ,,En kijk nu eens wat er allemaal van is gekomen in Den Haag: niets, kloten!''