Whizzkids hebben geen tijd om te eten

In Eindhoven had gisteren het wereldkampioenschap programmeren voor studenten plaats. Een race tegen de klok.

Haastig lopen vrijwilligers in grijze T-shirts heen en weer om papieren te overhandigen en ballonnen uit te delen. In de strijd om het wereldkampioenschap programmeren breken 186 whizzkids zich in een zaal vol zoemende pc's het hoofd over ingewikkelde programmeerproblemen. Wie een tussentijdse beoordeling wil, kan een opgave naar de jury sturen via het interne computernetwerk. Zodra een team een opgave heeft opgelost, wordt er een gekleurde ballon aan hun tafel bevestigd. Zo kunnen de teams in één oogopslag zien hoe de concurrentie het doet.

Aan de Technische Universiteit Eindhoven namen gisteren 62 universiteitsteams uit ongeveer twintig landen deel aan de 23ste Programming Contest World Finals, het wereldkampioenschap programmeren voor studenten. In een vriendschappelijke, maar zeer competitieve sfeer moesten de studenten en beginnende promovendi uit onder meer de Verenigde Staten, Nederland, Polen en China acht verschillende computerprogramma's schrijven om eenzelfde aantal wiskundige en praktische vraagstukken op te lossen. Voor de meeste deelnemers, 178 mannen en acht vrouwen, was het een race tegen de klok. Tijd om te eten gunden de jonge informatici zich nauwelijks. De tafels lagen bezaaid met half opgegeten broodjes. Geen enkel team slaagde erin binnen vijf uur alle acht opgaven op te lossen. Met zes goede programma's en de minste strafpunten werd de Canadese Waterloo-universiteit wereldkampioen.

Alleen de allerslimste whizzkids mogen na een strenge selectie meedoen aan de finale van de programmeerwedstrijd, die is georganiseerd door de internationale beroepsvereniging van informatici ACM en wordt gesponsord door computergigant IBM. De belangstelling voor het kampioenschap, dat dit jaar voor het eerst buiten de Verenigde Staten werd georganiseerd, is van oudsher groot. Aan de regionale voorrondes deden dit jaar zesduizend informatica-, wiskunde- en techniekstudenten mee.

IBM was voor het tweede achtereenvolgende jaar hoofdsponsor. Het computerbedrijf liet er geen misverstand over bestaan het kampioenschap vooral te sponsoren om jonge IT'ers te werven. ,,We willen niet alleen jullie geesten, maar ook jullie lichamen'', zei Gabby Silverman van IBM bij de opening van de wedstrijd. IBM is voortdurend op zoek naar nieuw personeel. Vorig jaar heeft het bedrijf dertigduizend werknemers aangenomen, van wie ongeveer zevenhonderdvijftig in Nederland. ,,De studenten die wij hier ontmoeten zijn dé programmeurs van de toekomst en daarmee mogelijk nieuwe medewerkers voor IBM'', aldus IBM-personeelsmanager Michael Steiner. In de Verenigde Staten is het tekort aan automatiseringspersoneel zo nijpend geworden – volgend jaar zijn er 750.000 posities te vervullen – dat IBM en andere high tech bedrijven tegenwoordig ook op het strand studenten benaderen tijdens semestervakanties.

De Nederlandse deelnemers aan de wedstrijd, drie studenten van de Rijksuniversiteit Groningen, zijn niet onder de indruk van het vooruitzicht van een baan bij IBM. ,,IT-bedrijven benaderen vaak studenten van onze faculteit'', vertelt informaticastudent Ernst Jan Plugge (24), die samen met zijn team op de achttiende plaats eindigde. De meeste van de banen die worden aangeboden vindt Plugge niet zo interessant. Zijn studie zou de derdejaarsstudent, die een baan bij het NatLab (natuurkundig laboratorium) van Philips of bij een onderzoeksafdeling van KPN ambieert, er nooit voor onderbreken.

Ook de rest van de jonge informatici in Eindhoven verkiest een onderzoeksbaan of een baan bij een beginnend bedrijf boven een carrière bij IBM, dat ondanks hippe reclamecampagnes met hackers, rugzakken vol dure software en petten in skaters look onder jonge informatietechnologen een `suf' en ouderwets imago heeft. Een Nederlandse woordvoerder van IBM zegt de onafhankelijkheid van de deelnemers te bewonderen. ,,Ze laten zich niet zomaar inpakken door een mooie rugzak.''

Hoewel de wedstrijd tot dit jaar telkens in de Verenigde Staten heeft plaatsgehad, is het evenement zeker geen puur Amerikaanse aangelegenheid. Van de 62 teams die aan de finale meededen, kwam meer dan de helft uit Europa, Azië en Latijns Amerika. De tweede prijs ging naar de Duitse Universiteit van Freiburg. Onder de twaalf beste teams bevonden zich zes Russische en Oost-Europese universiteiten.

OPGAVEN: via www.nrc.nl/Doc