Toneel vol tics en mallotigheden

Ze komt letterlijk uit de lucht vallen: haar vliegtuigje is gecrasht maar Lina Szczipanowska heeft geen schram; ongedeerd en ongeïntimideerd gaat zij haar gang in het gezelschap waar ze toevallig terecht is gekomen. Het huwelijksaanzoek dat ze al dadelijk krijgt schrijft ze met een stift op haar been en ze neemt niet deel aan het gebabbel maar zwiert op een step overal tussendoor.

Voor auteur George Bernard Shaw en regisseur Warre Borgmans is Lina Szczipanowska De Bevrijde Mens. Wars van conventies wijdt zij zich aan haar levenslust, die onaantastbaar is en onuitputtelijk. Zowel Shaw als Borgmans zet in Misalliance de volmaaktheid van Lina tegenover de onvolmaaktheid van de andere levende wezens, maar Shaw doet dat scherper. Hij schreef het stuk in 1909 en stopte het vol vileine kritiek op de Britse klassenmaatschappij, op de opvoeding van de jeugd, het huwelijk, de positie van de vrouw, de vooroordelen en conservatieve dogma's. Inmiddels is er het een en ander veranderd, moet Borgmans hebben gedacht toen hij het drama met assistent Jan Peter Gerrits onder handen nam. Gehoorzamend aan het nieuwe dogma van het failliet der ideologieën reduceerden zij de ideologische strekking van de vele monologen tot ruis of tot minder dan ruis, tot niets, en zo komen zij dicht bij Shaws oorspronkelijke titel Just Exactly Nothing.

Wat er bij het Antwerpse gezelschap Het Toneelhuis van Bernard Shaws ideeën overbleef, is zijn hier nogal vrijblijvende filosofie van de vitaliteit. Met Lina als licht en de overigen als dwaallichten: ook zij willen hun vitaliteit kwijt, maar steken hem in de verkeerde dingen. John Tarliton bijvoorbeeld, de eigenaar van de tuin met villa waar Lina is geland, koos niet voor het denken maar voor het produceren van onderbroeken. Waar hij schatrijk van werd maar eeuwig spijt van heeft. En zijn dochter Hypatia steekt haar energie in wachten: een lekkere vent, niet zijzelf, moet haar lichaam en geest opwinden. En de misleide vitaliteit zoekt een nooduitgang, vindt tijdelijk soelaas in tics en malligheden.

Aan deze tics en malligheden klampt Borgmans zich vast. Het decor alleen al is de mallotigheid zelve: de vloer van felgroen kunstgras draagt een vracht bol- en kubusvormige heggen – waarvan sommige tevens als koelkast fungeren – en daartussenin staan sofaatjes en quasi-Romeinse zuilen, hertegeweien en tafeltjes voor de thee, die trouwens uit plastic bekers gedronken wordt. De acteurs rennen langs deze obstakels als kinderen langs de wipkip; liever dan met die stomme spullen spelen zij met elkaar, hoewel ze zich ook daarbij zeer vervelen.

Hypatia (Karlijn Sileghem) heeft de slappe ledematen van een voddenpop en het deinende hoofd van een chronische neeknikker: voilà de karikatuur van een dwarsige, dreinzende puber. Haar vader, de gefrustreerde filosoof John (Pierre Callens), hupt tijdens zijn oraties op en neer als een bal aan een elastiekje en de anderen lijken op Muppetts of op Mr. Bean. Veel pantomime dus, met geschokschouder en stom geschater, met stijve sprongen en razende spurts. En soms zingt men een lied.

Amusant, heel amusant, maar de fysieke acrobatiek houdt geen gelijke tred met de verbale: Shaws geestige, bijtende tekst gaat in de drukte verloren en de inhoud – ach, die was toch al gekortwiekt.

Voorstelling: Misalliance, naar George Bernard Shaw, door Het Toneelhuis. Vertaling: Walter Van den Broeck; regie en bewerking: Warre Borgmans en Jan Peter Gerrits. Gezien: 6/4 Toneelschuur, Haarlem. Tournee t/m 22/5. Inl. (020) 427 5447.