Te lastig, te goed geïnformeerd

Een eerste ontmoeting, op een herfstavond in 1991, in de deprimerende en naargeestige sfeer van de stationssnackbar van Hollands Spoor vóór de verbouwing, vaal neon, kroketten, loempia's, patat: Slavko Curuvija, een rijzige man met zwart haar en een zwart baardje, flamboyant, elegant: de verkeerde man op de verkeerde plaats. Correspondent van het Joegoslavische blad Politika in Londen en Den Haag – maar weggezuiverd, door de aanhang van Slobodan Miloševic. Werkloos en brodeloos. Niet meer welkom in Belgrado. Te kritisch. Te lastig. Te goed geïnformeerd. Politika, 's lands beste krant, was een spreekbuis van het Servische nationalisme geworden. Of hij soms voor NRC Handelsblad kon schrijven? Af en toe?

Hij kon. Van tijd tot tijd verschenen zijn artikelen op de Opiniepagina, voortreffelijke analyses, vol ins en outs die niemand wist: Slavko Curuvija's banden met Belgrado waren allerminst verbroken. Hij kende er iedereen en leek van iedereen ook alles te weten.

Een andere ontmoeting, eind december 1996. Elke avond betoogden nu al twee maanden lang duizenden op straat tegen de verkiezingsfraude van Slobodan Miloševic, en dat zouden ze blijven doen, tot februari, tot Miloševic inbond. Curuvija was in Belgrado terug, dezelfde rijzige man, elegant, grijs nu. Twee onafhankelijke kranten gaf hij uit, Dnevni Telegraf en Evropljanin. Hij zat in een achterafstraat bij het centrum van Belgrado hoog in een donkere kantoorflat in een glazen kantoor, omgeven door felverlichte redactieruimten met computers en drukke medewerkers. Hij leidde trots rond.

Een insider, nog altijd, een met banden naar alle kanten, bij alle partijen. Een journalist zonder illusies. Vuk Draškovic, de bebaarde oppositieleider met de wapperende haren die toen elke avond met Zoran Djindjic en Vesna Pešic het protest leidde? ,,Vuk zei me twee maanden geleden: ik wil dezeverkiezingen helemaal niet winnen. Draškovic is bang om te winnen. Een opportunist. Een foute man met een foute aanhang: zijn partijmensen stelen elk kiesdistrict leeg waar ze winnen. Vuk Draškovic is een beetje gek.'' Zoran Djindjic, die ging nog wel, ook al had ook hij zijn flirt met het nationalisme gehad. Vesna Pešic, Dritte im Bunde, de kleine energieke vrouw die dagelijks tussen haar beide geestverwanten voorop liep, de politiecordons tegemoet? ,,Pešic? Ach, zij wil alleen maar héél graag op het Vukmobiel komen.''

De ware boosdoener in het Joegoslavië was volgens Curuvija nog niet eens Slobodan Miloševic, maar zijn vrouw, Mirjana Markovic, leider van de neo-communistische partij JUL (Verenigd Joegoslavisch Links), die hij zelf ooit nog had geadviseerd. ,,Miloševic wilde al in een vroeg stadium tegemoetkomen aan de demonstranten. Zij niet. En zij bracht hem op andere gedachten. Miloševic zal niet op de betogers schieten. Markovic? O ja, die wel.'' Mirjana Markovic, zei Slavko Curuvija in december 1996, leidt een partij van politieke terroristen.

In oktober vorig jaar werden zijn twee bladen veroordeeld tot een boete van 100.000 dollar wegens een open brief waarin Curuvija had opgeroepen tot het aftreden van Miloševic, wiens beleid tot ,,wetteloosheid, angst, dictatuur en terreur'' had geleid. De boete was onbetaalbaar. De kranten gingen dicht.

Een derde ontmoeting, diezelfde maand, oktober 1998. ,,De sluiting van Dnevni Telegraf is een waarschuwing. Pour encourager des autres.'' Diezelfde week trachtte de politie zijn appartement binnen te vallen. Curuvija kreeg steun van Vuk Draškovic en diens vrouw Danica en van Jirí Dienstbier, ex-dissident, mensenrechtenrapporteur van de VN, die hem in zijn flat gezelschap hielden om te verhinderen dat de politie die leeg zou halen.

Curuvija, in oktober: ,,Ik denk dat ik groot gevaar loop. Mijn vijanden in de top van de regering verspreiden geruchten over me. Een vriend die in nauw contact staat met de familie Miloševic heeft me gewaarschuwd dat ik moet uitkijken. `We letten op jou', zei hij.'' Miloševic, aldus Curuvija, ,,schijnt te geloven dat ik een spion ben, het hart van een samenzwering van gematigden. Ik zou op aandrang van de Amerikanen topfiguren in het leger en de geheime dienst ronselen voor een staatsgreep.''

Kort daarop werd Momcilo Perišic ontslagen als legerleider en verdween ook de chef van de veiligheidsdiensten, Stanišic, van het toneel.

In maart kreeg Curuvija met twee van zijn collega's vijf maanden cel wegens de bewering dat een hoge Servische leider was betrokken bij de moord op een arts. Hij had zijn bladen inmiddels verhuisd naar Montenegro.

Nog iets later verkocht de opposant Vuk Draškovic zich aan het bewind: hij is nu vice-premier van Slobodan Miloševic en zegt mooie dingen over de goede bedoelingen van zijn broodheer, over vrede, verzoening en samenwerking.

Gisteren werd Slavko Curuvija door twee onbekenden opgewacht in de hal van zijn flatgebouw in Belgrado. Een van hen schoot hem in de rug en vervolgens in het hoofd. De ander sloeg zijn vriendin neer. De politie stelt een onderzoek in. Een ,,diepgaand'' onderzoek.