Studentenblad mist het dwarse gedram

,,Maar helaas: ik ben geen Willem Frederik Hermans,'' verzucht schrijfster Lisette Lewin in het nieuwste nummer van Propria Cures. Het Amsterdamse Studentenweekblad staat opnieuw met een been in het graf. De `Beestachtige Benefietvoorstelling', die vanavond in de Kleine Komedie in Amsterdam wordt gehouden, moet geld bijeen brengen om het blad met een oplage van drieduizend voor de ondergang te behoeden. Lisette Lewins frase klinkt, als het zover mocht komen, als een treffend grafschrift.

Dat de huidige redacteuren en schrijvers in het eens zo roemrijke blad geen van alle het satirische, vernietigende kaliber bezitten van W.F. Hermans blijkt helaas in elke aflevering opnieuw. Het dwarse drammen is voorbij, er zijn geen zere schenen meer waar eens flink tegenaan moet geschopt. Sterker: de lofzang is de kolommen binnengeslopen, ongelooflijk. Nummer 25/26 van 10 april, 109e jaargang, is gewijd aan `Winnaars en verliezers in de literatuur.'

De grootste winnaar, door PC naar voren geschoven, is Theodor Holman. Twee bladzijden lang heeft Martin van Amerongen nodig om Holman hoog boven elke schrijvende Nederlander te plaatsen: ,,Theodor Holman is een onderschat schrijver. (-) Ik ken hem als de woord- en vleesgeworden betrouwbaarheid.''

Van Amerongen, als hoofdredacteur van De Groene Amsterdammer, nam Holman als columnist aan. Aanvankelijk dacht ik dat het een grap was, Van Amerongen bedoelde het cynisch. Maar nee, ernstig en taai, zonder zwier huldigt hij Holman. De openingszin van het stuk is van een bedenkelijke stijl: ,,Het geschiedde op een late woensdagnamiddag in de herfst van 1990.''

PC zonder satire is als een geweer zonder kogels. Harry Mulisch en Leon de Winter, om twee eeuwige doelwitten van PC te noemen, hebben nooit een centje pijn geleden. Dat is tekenend voor het niveau. De boektitels onderaan de stukken hebben niks met de stukken te maken; die stukken op hun beurt lijden aan het kwaad van de alomvattende greep. Elke eerste zin klinkt als een statement van groot literair-filosofisch gehalte, en valt daardoor door de mand.

Redacteur Steven Stol geeft de voorzet: ,,Een echte winnaar in de literatuur telt, als hij schrijver is, ettelijke recensenten onder zijn vrienden.'' Overbodig dat tussenvoegsel `als hij schrijver is'. Dan redacteur Peter Hoomans: ,,De geschiedenis van de wereldliteratuur is het verhaal van een figuur met een merkwaardige populariteit: de loser.'' En tot slot redacteur Ward Ferdinandusse: ,,Het is niet eenvoudig te slagen in de literatuur.'' En, in zijn tweede stukje: ,,Er wordt veel afgeleden in de literatuur.'' Volgt een uiteenzetting die het niveau van een schoolkrant nauwelijks overtreft. Je kunt, zoals H.J.A. Hofland eens memoreerde, het wel schudden met PC.

De braafheid, maar vooral gespeelde zieligheid is opmerkelijk in dit nummer. Rik Lambers klaagt over gebrek aan werkkracht en overdaad aan verveling; Peter Smit is ook al een wandelende mislukking, wiens boeken aldoor net bij half-failliete uitgevers verschijnen. Hij vraagt zich zelfs af of hij maar niet moet stoppen met schrijven, dat zou hem veel ellende besparen.

Het Amsterdam-gehalte is hoog, in elke bijdrage komt de ene PC-redacteur de andere tegen op weg naar het café, er vandaan komend en vooral natuurlijk in het café. De bijdrage van Lisette Lewin is veruit het beste; met bijtende voltreffers geeft ze een beschrijving van de uitreiking van haar eerste literaire prijs, het Gouden Ezelsoor: ,,Wie een prijs naar een ezelsoor noemt kan nooit een boekenliefhebber zijn.'' Haar rivaal Frans Pointl krijgt ervan langs, ongericht, zomaar ineens en zo hoort dat ook: ,,Het Nederlandse volk werd collectief overmand door vertedering voor deze vooroorlogse schlemiel en kocht uit schuldgevoel voor wat het joodse volk was aangedaan, enkele honderdduizenden exemplaren van De kip die over de soep vloog.'' Lewins woede geldt de mevrouw die haar de prijs overhandigde na eerst, in het openbaar, haar boek Voor bijna alles bang geweest af te branden. Lewin: ,,Eigenlijk zou ik jou die fooi in je smoel moeten smijten, stomme trut.''

Gelukkig, de satire, het bijten en slaan steekt de kop op. Lewin is de enige. Het gaat erg verkeerd met Propria Cures wanneer de tamheid en het gewijsneus over `de geschiedenis van de wereldliteratuur' en `dat het niet eenvoudig slagen is in de literatuur' de overhand voert. Waar blijven de onverhoedse, dodelijke steken, de grimmige lach? Leefde W.F. Hermans nog maar.

Propria Cures, ƒ1,00. Beestachtige Benefietvoorstelling. De Kleine Komedie, Amsterdam, 12/4. Aanvang 20.30u. Res. (020) 6240534.