Politiek praat aarzelend met achterban over oorlog

De politiek worstelt met de oorlog in Kosovo. Sommige partijen raadplegen hun achterban, andere wachten af.

`Hoe vertel ik het mijn achterban', is dezer dagen een klemmende vraag voor politieke partijen. Nederland heeft weinig ervaring met directe oorlogsvoering en politieke partijen derhalve ook. Hoe groter de twijfel, hoe sneller de inspraak, zo lijkt het.

Gisteren raadpleegde D66 als derde partij haar achterban. Vorige week gingen GroenLinks en Partij van de Arbeid de sociaal-liberalen voor. VVD en CDA wachten af. In die partijen wordt `de vinger aan de pols gehouden', maar voelt men vooralsnog weinig aandrang. De telefoontjes die binnenkomen bij de fracties en op de partijbureaus zijn eerder instemmend dan afwijzend, zo wordt gezegd. ,,Als het moet kunnen we binnen een week een flitscongres organiseren'', aldus een woordvoerder van de VVD.

Partijen zijn gespitst op hoe de stemming in het land is, maar meer nog op hoe de opvattingen in eigen gelederen zijn. Daarbij wordt heel voorzichtig geopereerd. Partijen beperken zich vooralsnog tot discussiebijeenkomsten. De top van de partijen wil vermijden dat de achterban hen vastlegt op ongewenste standpunten of dat op congressen of partijraden verdeeldheid wordt geformaliseerd. Alleen GroenLinks, de partij waarin de voor- en tegenstanders het meest geprononceerd zijn, houdt later deze maand een partijraad waarop de lijn van de fractiemeerderheid onder leiding van Rosenmöller wordt getoetst.

Iedere partij heeft zo zijn eigen methode om de achterban te raadplegen. GroenLinks koos voluit voor een discussiebijeenkomst, waarop de achterban met de fractie kon debatteren. De Partij van de Arbeid hield enkele dagen later een bijeenkomst voor het kader, die aanvankelijk besloten en pas na de nodige aandrang openbaar werd gemaakt. De sociaal-democraten hielden een functionarissenbijeenkomst met het partijbestuur, waaraan voor de buitenwereld geen ruchtbaarheid was gegeven.

D66 hield gisteren een deskundigenbijeenkomst, waarop fractie en externe deskundigen een publiek van belangstellenden informeerden. Aan de bijeenkomst was via krantenadvertenties enige bekendheid gegeven. In een zaaltje in de Amsterdamse binnenstad woonden zo'n honderd belangstellenden de bijeenkomst bij, terwijl buiten het winkelend publiek in groten getale de wekelijkse koopzondag doorbracht.

Debatteren over de oorlog in Kosovo gaat kleinschalig en zakelijk. De kring van betrokken partijleden die wil worden geïnformeerd is klein en de discussies verlopen – anders dan bij de teach-ins tegen de oorlog in Vietnam in de jaren zestig en de massademonstraties tegen de plaatsing van kruisraketten in de jaren tachtig – zonder veel emoties.

Bij de PvdA stonden vorige week de insprekers keurig in de rij achter een microfoon; bij D66 lieten de aanwezigen de oorlog gisteren netjes in `discussieblokken' verdelen. Pas als een aanwezige de fractie van ,,oorlogspropaganda'' beticht, wordt het roezemoezerig in het zaaltje en neemt fractieleider De Graaf scherp stelling.

De partijleiders gaan tegenover hun achterban ook heel verschillend om met het oorlogsvraagstuk. Rosenmöller koos voor een beheerste maar betrokken toon met veel nadruk op het vluchtelingenvraagstuk. PvdA-fractieleider Melkert nam scherp stelling en wees op de waarschijnlijkheid van een zeer langdurig `commitment' bij het Balkanconflict. De Graaf etaleerde gisteren vooral zijn aarzelingen. ,,Elke dag opnieuw moeten de twijfels worden overwonnen en vragen we ons af: zijn we wel op de goede weg'', zei hij.

De motieven waarom partijen wel of juist niet met hun achterban spreken, verschillen ook sterk. Bij GroenLinks moest de onvrede van de bezwaarden worden gekanaliseerd. Lang wachten was gevaarlijk, want tenslotte waren al twee fractieleden dissident en kon de manifeste onvrede met de aanhoudende NAVO-bombardementen zich gemakkelijk uitbreiden.

Bij de Partij van de Arbeid moest worden voorkomen dat de pacifistische tendensen bij GroenLinks over zouden slaan naar de sociaal-democratische gelederen. De radicalere opvattingen van GroenLinks oefenen wel vaker grote aantrekkingskracht uit op de achterban van de PvdA. In het verleden was de PSP, die is opgegaan in GroenLinks, op het terrein van oorlog en vrede een horzel voor de grote broer in het linkse kamp.

Bij D66 leek het raadplegen van de achterban op ,,zij wel, dan wij ook''. Fractieleider De Graaf en buitenlandspecialist Hoekema namen afgelopen week samen het intiatief voor een meeting nadat GroenLinks en PvdA al bijeen waren geweest. Zij deden dat op een moment dat bij de eigen partij nauwelijks reacties binnenkwamen. ,,Wij krijgen hooguit enkele e-mailtjes per dag'', zei een partijvoorlichter, die overigens via journalisten van het initiatief vernam.

CDA en VVD wachten nog af. Voor de christen-democraten is de afwezigheid van verdeeldheid over het oorlogsvraagstuk nieuw. De partij was begin jaren tachtig als regeringspartij ernstig verdeeld over de plaatsing van kruisraketten op Nederlands grondgebied. Zogenoemde `loyalisten' vormden in de Tweede-Kamerfractie een groep die zich tegen de lijn van toenmalig partijleider Dries van Agt keerden. Momenteel kent de partij vanuit de oppositie geen interne verdeeldheid en weet zij ook dat in de kerken het verzet tegen het voeren van oorlog in Kosovo, anders dan in het tijdperk van de kruisraketten, beperkt is.

De VVD ten slotte neemt een bijzondere positie in. De liberalen hebben nooit last gehad van pacifistische aanvechtingen bij hun achterban. Bovendien is in deze partij het gedelegeerde vertrouwen vanouds groter dan bij de concurrentie. En ten slotte heeft de VVD via zijn bewindslieden De Grave (Defensie) en Van Aartsen (Buitenlandse Zaken) een grote rechtstreekse betrokkenheid bij het opereren van de Nederlandse regering. ,,De VVD voert hier de oorlog'', zo wordt in Den Haag wel gezegd.