Otello in regie van Grüber blijft statisch en steriel

Nog duidelijker dan de première toont de herneming bij de Nederlandse Opera van Verdi's Otello waarom deze productie in 1996 een deels teleurstellende opening van het Holland Festival was. Immers: hoe kon Otello's moord uit onterechte jaloezie op Desdemona nog tragisch zijn, als er toch al nooit sprake was van echte liefde?

Regisseur Michael Grüber toont alsmaar hoe Otello, Desdemona, Jago en Cassio op noodlottige wijze verzeild raken in dubbelzinnige situaties. Liefde en ontrouw, vertrouwen en jaloezie, maatschappelijk aanzien en persoonlijke ellende, leven en dood, passie en moord, wroeging en zelfmoord: ze zijn de voor- en achterkant van elkaar en kunnen elk ogenblik in elkaar verkeren.

Alles bestaat uit tweeën: twee palmen, twee poortjes, zon en maan, dag en nacht – de voorstelling beweegt zich tussen yin en yang. Maar al zijn de omstandigheden nog zo dubbel, de personages zelf zijn ééndimensionaal. Ze zijn alleen maar goed (Desdemona), slecht (Jago), misleid (Otello) of dom (Cassio).

Het slot van de opera – de stervende Otello smeekt de dode Desdemona nog om een kus – zagen we in essentie al aan het begin van de voorstelling: Otello vroeg om een kus, maar kreeg er geen van Desdemona. De giftige intrige van Jago is daarmee overbodig: waar geen liefde was, kan hij geen liefdeloosheid zaaien; waar geen geluk is, kan hij geen ongeluk veroorzaken. Zelfs als Otello nog wordt verdubbeld – de `Leeuw van Venetië' ligt dood in een kooi – geeft dat geen andere kijk op de hoofdpersoon.

Grüber, die eerder in Amsterdam een legendarische Parsifal regisseerde en in het komende seizoen Aida ensceneert, brengt een statische en steriele kijk op Verdi's verwerking van het Shakespeare-gegeven. Daarbij zijn de personages niet meer dan pionnen in een anoniem noodlotsspel en roepen ze geen enkele persoonlijke interesse of mededogen op. Dat wordt in een aantal gevallen nog versterkt door de te eenduidige vocale uitbeelding van de cast die vrijwel dezelfde is als drie jaar geleden. Hoe hij zich ook inspant. de stem van Vladimir Bogatsjov (Otello) heeft verloren aan diepte en expressie. En ook Timothy Noble (Jago) is vocaal niet meer de schrikwekkende demon van destijds.

Nieuw in de cast is Elena Prokina (Desdemona), een goede sopraan die binnen deze regie zelfs met het treurige Wilgenlied bij mij geen echte emotie kon teweegbrengen. Helaas blijft het de vraag of Charlotte Margiono dat wel had kunnen doen. Margiono moest in 1996 vlak voor de première afzeggen wegens hooikoorts. Nu is ze daarvan genezen, maar toen was Prokina al geëngageerd. Dát is nog eens tragiek! Na het door Chailly gedirigeerde Concertgebouworkest zorgt nu onder leiding van Carlo Rizzi het Nederlands Philharmonisch Orkest voor de begeleiding, zeker het overtuigendste onderdeel van deze Otello.

Voorstelling: Otello van G. Verdi door Ned. Opera en Ned. Philh. Orkest o.l.v. Carlo Rizzi. Gezien: 10/4 Muziektheater Amsterdam. Herh. t/m 1/5 (uitverkocht).