Koningin heeft een dubbele moraal

Door haar staatsbezoek aan China, dat nog altijd de bloedige onderdrukking van de democratiserings-

beweging in 1989 verdedigt, maakt koningin Beatrix zich ongeloofwaardig, meent Frénk van der Linden. Kennelijk stellen premier Kok en de koningin de verjaringstermijn van een massamoord op minder dan tien jaar. Tegelijkertijd gaat de onderdrukking in China onverminderd door.

In mijn werkkamer staan chinoiserieën uitgestald, verzameld tijdens vele reizen door China. Een bronzen buste van Deng Xiaoping (Our General Designer). Een pakje `Altijd Gelukkig'-sigaretten. Een gipsen Grote Roerganger. En een wekker uit de tijd van de Culturele Revolutie: achter het glas zwaait een Mao-aanhanger elke minuut zestig keer het Rode Boekje heen en weer. Maar de aankoop die het karakter van het Chinese regime het meest nadrukkelijk weerspiegelt, is een doublé polshorloge dat ik enkele jaren geleden kocht op een zwarte markt in de Chinese hoofdstad. Op de wijzerplaat prijkt een gehelmd soldatenhoofd, waaronder een datum: 4 juni 1989. ,,Dank aan onze Helden voor het neerslaan van de contra-revolutionaire rebellie'', luidt het opschrift. Militairen die met mitrailleurs en tanks een eind maakten aan de studentenopstand, kregen dit uurwerk als beloning voor hun inspanningen. Merci voor de massamoord – cynischer kan een compliment niet zijn.

Koningin Beatrix is vandaag gearriveerd in een land waar de tijd sinds de lente van 1989 in één opzicht bleef stilstaan. Tien jaar na het bloedbad in de straten van Peking, dat honderden burgers het leven kostte, verdedigen de Chinese leiders nog altijd het brute optreden van het Volksbevrijdingsleger. De democratiseringsbeweging was `niet-vaderlandslievend' en moest absoluut de kop in worden gedrukt. Sterker nog, volgens de propagandamachine werd in de gewraakte nacht van 3 op 4 juni een `grandioze zege' geboekt op `samenzweerders', die (,,gefinancierd door reactionaire buitenlandse krachten'') bezig waren met ,,het verspreiden van bourgeois-liberalisering'', en die van plan waren ,,de CCP en het socialistische systeem ten val te brengen en de Volksrepubliek omver te werpen''.

Deze voorstelling van zaken staat haaks op de werkelijke gebeurtenissen. Op het Plein van de Hemelse Vrede – het centrum van de demonstraties en hongerstakingen – werd gevraagd om betere onderwijsvoorzieningen, om maatregelen tegen corruptie en nepotisme, om vakbondsrechten, om inspraak. Invoering van een politiek stelsel naar Europees of Amerikaans model was niet het streven van de betogers.

Hopelijk heeft de Chinese ambassade in Nederland een vertaling van Beatrix' laatste kersttoespraak naar het Zhongnanhai (het Kremlin van de Volksrepubliek) gestuurd. Daarin staan wijze woorden over kwesties als deze.

,,Beschuldigen blokkeert oplossingen; schuld belijden opent de weg naar de ander'', zei de vorstin. ,,Ondubbelzinnig eigen verantwoordelijkheid aanvaarden voor wat werd misdaan, is diep ingrijpend. Maar wanneer de waarheid niet onder ogen wordt gezien en schuld wordt verdrongen, kan van generatie op generatie het kwaad blijven voortwoekeren. [...] Waarheid betekent nog geen gerechtigheid, maar is wel een onontkoombaar uitgangspunt.''

Het uur van de waarheid laat in China al heel lang op zich wachten. Anno 1999 gaat de stelselmatige onderdrukking gewoon door. ,,Xi sheng xiao wo, wan cheng da wo'', verordonneert de Partij, ,,Offer het kleine ik op om het grote ik ter wille te zijn.''

Wie de moed opbrengt om zich uit te spreken tegen de dictatuur, kan rekenen op een langdurige gevangenisstraf, dwangarbeid, het heropvoedingskamp, marteling of in het uiterste geval executie (waarna familieleden van de terechtgestelde niet zelden een nota ontvangen voor de gebruikte kogels).

De grondwettelijk vastgelegde vrijheid van meningsuiting is een farce. Ook de handtekening die China in de herfst van vorig jaar plaatste onder het VN-verdrag inzake burgerlijke en politieke rechten blijkt niets waard. De Universele Verklaring van de Rechten van de Mens wordt in de Volksrepubliek onverminderd grootschalig geschonden.

De laatste maanden neemt de repressie zelfs toe, en geldt het oude Chinese gezegde ,,Waar een wil is om te veroordelen, is ook een bewijs''. Onlangs kregen Wang Youcai, Qin Yongmin en Xu Wenli gevangenisstraffen van respectievelijk 11, 12 en 13 jaar. Zij hadden het gewaagd te ijveren voor de erkenning van een verboden oppositionele groepering, de Partij voor Democratie. De Chinese autoriteiten beschouwen zulke activiteiten als `staatsondermijnend'. Aantijgingen die opnieuw doen denken aan de boodschap van Beatrix: ,,Mensen kunnen verblind zijn of hun geweten sussen door wat krom is recht te praten. In waan en zelfbedrog kunnen kwade praktijken heel lang worden voortgezet.''

Volgens dissident Wei Jingsheng – `Sacharov' én staatsvijand no.1 van de Volksrepubliek – moet de internationale gemeenschap China volledig isoleren. Zelfs handeldrijven met het land is wat hem betreft verwerpelijk. In zijn ogen verdient het Rijk van het Midden een pariastatus. Wei Jingsheng zat in totaal achttien jaar gevangen, een lot dat zijn radicalisme heeft aangewakkerd. Anders dan de dissident meent, is `pur sang democratie op korte termijn' niet het ideale recept voor China. Directe invoering van one man one vote in een natie met honderden miljoenen ontevreden analfabeten zal leiden tot luan, chaos. Ook de studentenleiders op het Plein van de Hemelse Vrede waren die mening toegedaan: ,,We moeten stapje voor stapje democratiseren. Het is zoals een filosoof eens zei: je vraagt een vrouw met afgebonden voeten ook niet om naaldhakken aan te trekken en de tango te dansen.''

Chinawatchers, zoals Willem van Kemenade, pleiten voor een voorzichtige overgang naar een pluralistisch systeem. Daarmee, betogen zij, wordt voorkomen dat zich een `scenario à la de Sovjet-Unie' voltrekt. Het Westen zou zo'n ontwikkeling middels diplomatieke druk, culturele uitwisseling en handelspolitiek moeten stimuleren. Tot zover akkoord.

De vraag is echter of een staatsbezoek van koningin Beatrix in die aanpak thuishoort. ,,Nog nooit is een Nederlands staatshoofd in China geweest. Vrijwel alle royalty van de wereld heeft de afgelopen decennia China bezocht'', schrijft Van Kemenade in het laatste nummer van het Amnesty International-tijdschrift Wordt Vervolgd. Hij vervolgt: ,,Onze koningin zou in 1989 een staatsbezoek hebben gebracht, maar dat moest op het laatste moment vanwege de studentenopstand worden afgelast. Nu zo'n bezoek wéér uitstellen omdat er recentelijk een nieuwe, maar in aantal beperkte reeks arrestaties en vonnissen is geweest, zou de verdere ontwikkeling van de betrekkingen voor vele jaren kunnen verstoren.''

De relatie met China mag niet in gevaar worden gebracht – het is het belangrijkste argument van voorstanders van het staatsbezoek. De afgelopen maanden klonk het ook frequent in de Haagse Trêveszaal, waar (zoals minister Herfkens van Ontwikkelingssamenwerking onlangs toegaf in Nieuwe Revu) tot op het laatst `debatten' woedden over de vraag of de koninklijke reis naar China wel doorgang moest vinden. Maar hoe vaak en hoe luid het argument ook ten gehore is gebracht, het overtuigt niet.

Nederland onderhoudt intensieve economische en politieke contacten met China. Waarom zou daar met een staatsbezoek letterlijk en figuurlijk de kroon op moeten worden gezet vóórdat sprake is van daadwerkelijke vooruitgang in de mensenrechtensituatie? Kennelijk stellen premier Kok en de koningin de verjaringstermijn van een massamoord op minder dan tien jaar.

De economische en politieke contacten met China hadden simpelweg kunnen worden gecontinueerd. Het staatsbezoek was geen noodzaak. Vermijding ervan behoorde tot de mogelijkheden (het ondertekenen van commerciële contracten kan ook zonder Oranjefranje) – en was wenselijk. Het Chinese regime zal de komst van Beatrix opvatten (en in de staatsmedia verkopen) als een aanmoediging voor het huidige beleid.

Veel ongelukkiger had de timing van de trip trouwens niet kunnen zijn. Eén dezer weken buigt de Geneefse VN-commissie voor de Rechten van de Mens zich over China. De kans bestaat dat de Volksrepubliek wordt veroordeeld.

Door haar ontijdige reis naar de Volksrepubliek toont de Nederlandse vorstin zich een staatshoofd met een januskop. De ene Beatrix grijpt Kerstmis aan om een speech te houden over haar afkeer van mensen en overheden die zich bezondigen aan `machtsmisbruik en redeloos geweld', de andere Beatrix laat zich enkele maanden later fêteren door politici aan wier handen bloed kleeft. Van haar bezoek aan China gaat hoe dan ook een legitimerend effect uit richting de gastheren. Dit effect wordt versterkt doordat de koningin geen tafelrede of toespraak mag houden (lees: dat zij geen kans krijgt openlijk kritiek te ventileren).

,,Er is nergens in speeches voorzien'', beaamt directeur Eef Brouwers van de Rijksvoorlichtingsdienst als ik hem in verband met dit artikel wat vragen stel. ,,De Chinezen hebben die mogelijkheid niet in het programma opgenomen. Inderdaad, daar leggen het kabinet en de koningin zich bij neer. Zij zal geen politieke uitspraken doen.''

Tot een treffen met dissidenten komt het uiteraard evenmin. ,,Er zit niets van die aard in het schema'', zegt Brouwers.

Wel spreekt Beatrix uitgebreid met president, opperbevelhebber en secretaris-generaal van de Communistische Partij Jiang Zemin, door critici omschreven als een `verlicht despoot'. Zijn mantra is dat de economische moderniseringen onomkeerbaar zijn, maar dat politieke hervormingen naar Westers voorbeeld `nooit' zullen worden overwogen. ,,Te allen tijde moeten wij voorkomen dat ons systeem uit balans raakt en verzwakt.''

Op het moment dat koningin Beatrix de vrome abstracties uit haar kersttoespraak kan vertalen in concrete handelingen, geeft zij dus niet thuis. Zij laat zich gebruiken als figurante in een laat-communistisch toneelstuk. Dat maakt haar tot een majesteit met een dubbele moraal, een ongeloofwaardige majesteit. Zij representeert daar in den vreemde het begrip democratie, maar doet dat ironisch genoeg met een slot op de mond.

Wat resteert is de herinnering aan die eloquente zinnen van enkele maanden terug. De vorstin: ,,Wordt het kwaad tussen mensen onderkend, dan moet allereerst een einde worden gemaakt aan alles wat fout was. Dat vraagt méér dan woorden alleen. Er is geen uitkomst zonder daadwerkelijke verandering. Als eenmaal radicaal is gebroken met het verkeerde verleden, dan ontstaat er ruimte om te zoeken naar herstel en verzoening.''

Frénk van der Linden versloeg in 1989 voor het weekblad De Tijd en de gezamenlijke omroepen de studentenopstand in Peking. Hij is medewerker van NRC Handelsblad.

Beatrix handelt in strijd met haar kersttoespraak