FMO investeert recordbedrag in ontwikkelingslanden

De Financierings-Maatschappij voor Ontwikkelingslanden (FMO) heeft vorig jaar het recordbedrag van 814 miljoen gulden uitgegeven aan kredieten en participaties. Dat is 14 procent meer dan een jaar eerder, zo heeft de directie van het bedrijf vanmorgen in Den Haag bekendgemaakt.

De FMO boekte het record in een economisch rampjaar voor een aantal belangrijke ontwikkelingslanden, waar commerciële investeerders zich aanzienlijk terughoudender zijn gaan opstellen.

De crises in het Verre Oosten en Latijns Amerika hadden een aanzienlijk negatief effect op de nettowinst van de FMO. Die daalde het voorbije jaar naar 13 miljoen gulden, tegenover 31 miljoen gulden een jaar eerder. De terugval is een gevolg van voorzieningen ter grootte van in totaal 100 miljoen gulden op financieringen in met name Indonesië, Rusland, Pakistan en Midden-Amerika.

Juist door de grote terughoudendheid bij commerciële geldschieters steeg de vraag naar FMO-producten het afgelopen jaar sterk. Door deze groei van de portefeuille steeg het balanstotaal met 9 procent tot 2,4 miljard gulden. Prioriteit in het FMO-beleid heeft de financiering van de lokale financiële sector. Eind 1998 zat daar 54 procent van FMO's financieringen.

De portefeuillegroei werd vooral gerealiseerd in Afrika (13,5 miljeon erbij tot nu in totaal 124 miljoen gulden); Zuidoost-Azië en met name Zuid-Korea en Thailand (150 miljoen erbij in 1998), Latijns Amerika/Caribisch gebied (408 miljoen erbij) en Oost-Europa/Centraal-Azië (193 miljoen gulden erbij).

FMO's aansprakelijke vermogen nam door winstreservering en stortingen van de Nederlandse staat toe tot 1,1 miljard gulden, wat eind 1998 resulteerde in een solvabiliteit van bijna 45 procent. Voorgesteld wordt om, voor het vierde achtereenvolgende jaar, een dividend van 2,5 procent uit te keren.

De FMO is opgericht in 1970 als een gezamenlijk onderneming van de Nederlandse staat en het Nederlandse bedrijfsleven om met name particuliere bedrijvigheid in ontwikkelingslanden te steunen. De Staat heeft 51 procent van de aandelen, de Nederlandse banken 42 procent, terwijl het restant eigendom is van andere particulieren.