FMO groeit door crises

De Nederlandse Financie- rings-Maatschappij voor Ontwikkelingslanden stak vorig jaar een recordbedrag in de financiële sector van arme landen. De instelling voorziet verdere groei als gevolg van de aanhoudende onzekerheid op haar markten.

Prof. L.B.M. Mennes, algemeen directeur van de FMO, oogt niet als een avonturier. Toch is zijn FMO met kredietverlening en participaties actief op uitgesproken avontuurlijk terrein: de financiële sectoren in de zogeheten `emerging markets'. Uitgerekend die sectoren hadden het afgelopen jaar met name in Azië, Rusland en Brazilië zwaar te lijden van financiële turbulentie.

Wat is FMO's voornaamste bestaansreden?

Mennes: ,,Onze doelstelling is bij te dragen aan de ontplooiing van het particuliere bedrijfsleven in ontwikkelingslanden. Daar is financiering voor nodig. Normaal gaat dat via commerciële banken. Maar in veel landen is het risico voor commerciële geldschieters heel groot. Die houden dan de boot af. Juist daar hebben wij een additionele rol. Door onze financieringen kunnen wij ze over de streep trekken, bijvoorbeeld door de riskantste delen van transacties te pakken.''

U zegt in uw jaarverslag over 1998 dat de vraag naar FMO-producten sterk stijgt doordat commerciële geldschieters en het machtige flitskapitaal afhaken in arme landen. Heeft het als FMO zin daartegen op te boksen?

,,Wij kunnen op beperkte schaal enig tegenwicht bieden. Wij hebben sinds '95 ook een syndicaatsafdeling die syndicaatsleningen verstrekt. Daardoor kunnen particuliere banken gemakkelijker onder onze paraplu meedoen. Als ABN Amro bijvoorbeeld leent aan Turkije, moet zij daarop volgens regels van De Nederlandsche Bank voorzieningen treffen voor het landenrisico. Als zij onder onze hoede lenen, hoeft dat niet. Dat heeft te maken met onze — in de ogen van de centrale bank — uitstekende staat van dienst inzake landenrisico's.''

Pleit u voor meer regulering van het internationale kapitaalverkeer?

,,Nee, ik geloof niet in internationale regels. Wel zijn wij voor meer nationaal toezicht op de activiteiten van de financiële sectoren in ontwikkelingslanden, zoals dat in West-Europa normaal is. Zo'n toezicht zou al een grote stap vooruit zijn.''

Wat is uw huidige diagnose van de Aziatische crisis?

,,Dat wisselt. In Indonesië, waar wij vorig jaar grote voorzieningen moesten treffen, blijft de situatie voorlopig gevaarlijk. Financiële sectoren moeten er nog grondig worden gesaneerd en er heerst vaak wetteloosheid, ook wat betreft faillissementswetgeving. Zo stelt het hooggerechtshof crediteuren steevast in het ongelijk. Echte verbetering kan vijf jaar op zich laten wachten. Toch blijven wij er actief. In Pakistan gaat het wat beter en de Filippijnen onttrokken zich goeddeels aan de crisis. Thailand en Zuid-Korea zijn duidelijk aan de beterende hand. Al bestaat daardoor het gevaar dat ze in oude fouten vervallen. Buiten Azië is Rusland een ramp. Wij waren er pas een half jaar bezig toen onze voornaamste partner, de Inkom Bank, zomaar verdween. We hebben zelfs geen adres om rekeningen heen te sturen. In Brazilië hebben we gelukkig geen grote problemen. Latijns Amerika is qua omzet onze voornaamste markt. Onze portefeuille blijft daar groeien.''

Wat verwacht FMO van 1999?

,,Wij voorzien juist door de aanhoudende onzekerheid in onze werkgebieden een verdere vraag naar FMO-financieringen. Het niveau van goedkeuringen zal rond de miljard gulden liggen en het balanstotaal zal verder groeien. Een winstverwachting is nu onmogelijk te geven. Maar we zijn positief gestemd.''