Drugs kennen geen Israelisch-Palestijnse grens

Israelische en Palestijnse drugsverslaafden en dealers trekken zich niets aan van de grenzen die hen scheiden. Het Palestijnse Gezag heeft daardoor een groot drugsprobleem, maar de samenwerking met Israel verloopt moeizaam.

Op zijn 18de rookte Faisal zijn eerste stickie. Hij werkte in Israelisch hotel. Zijn collega's zeiden dat marihuana goed was voor de seks en om je problemen te vergeten. Nu, 14 jaar ouder en vader van vijf kinderen, zit hij mager, rillerig en met bloeddoorlopen ogen in de gevangenis in de autonome Palestijnse stad Nablus. Zijn broer had de politie gebeld: een junk is een schande voor zijn familie. Vorige week werd Faisal gepakt met 22,5 gram op zak, die hij wilde gaan verkopen. Waar hij de drugs vandaan had? ,,Uit Israel.''

Hoewel Gaza en acht steden op de Westelijke Jordaanoever nu autonomie hebben, trekken Israelische en Palestijnse drugsverslaafden en dealers zich niets aan van de checkpoints die hen tegenwoordig scheiden. Palestijnen krijgen marihuana, heroïne en crack via Israel. De meesten zijn getroubleerde huisvaders uit lagere-middenklassemilieus die werken of werkten in Israel. In Israel is stickies roken net als in andere moderne geindustrialiseerde landen een cool tijdverdrijf in scholen en legerkazernes. Hoewel drugs verboden zijn in Israel, krijgen Israelische dealers ze in grote hoeveelheden via smokkelaars uit Egypte of Jordanië. Als de Palestijnen het spul niet in Tel Aviv komen halen, wippen deze dealers moeiteloos de Groene Lijn over om het ze te brengen. In Gaza, waar Israeliërs niet mogen komen, venten ze het aan de poorten van joodse nederzettingen uit aan Palestijnen. Dealers kunnen volgens de Palestijnse wet twee tot vijf jaar gevangenisstraf krijgen. Maar de Palestijnse politie mag alleen Palestijnen in hechtenis nemen, geen Israeliërs. Ze moet Israelische dealers direct uitleveren aan de Israelische politie – die hen op vrije voeten moet stellen tot ze worden berecht. ,,Tegen de tijd dat die dealers in Israel voorkomen'', zegt Pinhas Yeheskeally, hoofd `Community Policing' bij de Israelische politie in Lod, ,,venten ze alweer drugs uit aan Palestijnen in Ramallah of Nablus. De wet moedigt grensoverschrijdende drugshandel aan.''

In Jeruzalem is de situatie nijpender. De hele stad wordt bestuurd door Israel. In joods West-Jeruzalem worden junks en dealers door de politie van de straat gehaald en naar afkickcentra gestuurd, in Palestijns Oost-Jeruzalem wordt heroïne letterlijk onder de neuzen van de Israelische soldaten aan de man gebracht. Bijna dagelijks worden pelgrims op de Via Dolorosa door junks beroofd. In het oude busstation spuiten Palestijnse verslaafden zichzelf op klaarlichte dag in. Palestijnse agenten, die niet in Jeruzalem mogen opereren, stopten in het verleden weleens junks in de kofferbak, om hun in autonoom Ramallah een lesje te leren. Maar de Israelische politie pakte een aantal van die undercover Palestijnse agenten op, en sindsdien gebeurt het niet meer.

Het Palestijnse Gezag heeft de handen vol aan het drugsprobleem. Er zijn zo'n 8.000 tot 10.000 Palestijnse verslaafden en 25.000 gebruikers. In Israel zijn 250.000 gebruikers. In weerwil van de oriëntalistische mythe van de opium-waterpijpen gebruikten de Palestijnen tot 1967 nauwelijks verdovende middelen. Toen veroverde Israel de Westelijke Jordaanoever en Gaza, begonnen Palestijnen in Israel te werken en doken de eerste Palestijnse junks op. Kolonel Mahmoud al-Zuheiri, hoofd van de Palestijnse Drugsbestrijding, echoot de gangbare Palestijnse opinie dat ,,alle kwaad dus uit Israel'' komt. Als het om drugs gaat, wil de Israelische politieman Yeheskeally dat grif beamen: ,,Wij zijn rijk, de Palestijnen arm. Ze komen hier werken, maar nemen behalve goede salarissen ook de ziektes van onze moderne maatschappij mee naar huis.''

Kolonel Al-Zuheiri heeft alleen al in Ramallah 42 man in dienst. Daarbij heeft hij 17 betaalde informanten zoals winkeliers en taxichauffeurs, en 45 onbetaalde. Toen de Palestijnse Drugsbestrijding in 1995 werd opgezet, belandden 451 gebruikers en dealers in de cel. In 1998 waren het er 28 – gevolg, volgens hem, van de schrik die zijn brigades de bevolking intussen heeft aangejaagd. In Nablus, waar Faisal en de twee andere gedetineerde junks in één cel met kaalgeschoren autodieven op hun proces wachten, blaft Al-Zuheiry tegen ze zodat ze beven van angst. ,,We zijn keihard,'' zegt hij, ,,drugs zijn in onze samenleving niet acceptabel. En veel junks en dealers werken voor de Israelische geheime dienst, de Shabak. Deze collaborateurs krijgen gratis drugs. In ruil krijgt de Shabak informatie.'' Priesters en nonnen in Jeruzalem, die junkie-bendes met Israelische agenten koffie zien drinken, zeggen hetzelfde. Yeheskeally bestrijdt dat: ,,Denkt u heus dat de Shabak junks als spionnen gebruikt? Die zijn veel te onbetrouwbaar!''

De Palestijnse en de Israelische politiemannen mogen hierover van mening verschillen, ze ontmoeten elkaar sinds kort wel. Het Drugs Control Program van de VN (UNDCP) houdt sinds 1995 conferenties, ook met Jordaniërs en Egyptenaren, om regionale drugspreventie van de grond te krijgen. Het Israelische Economic Cooperation Fund (ECF) brengt Palestijnse en Israelische politie, sociaal werkers en gezondheidsfunctionarissen bijeen om te praten over opvang van verslaafden en methodes om de drugshandel te beknotten. Een van de problemen waar de Palestijnen steeds mee komen, is dat de Drugsbestrijding in de 90 procent van de Westelijke Jordaanoever die nog deels of geheel in Israelische handen is, niet of nauwelijks mag opereren. ,,Soms mag het wel,'' verduidelijkt kolonel Al-Zuheiry: ,,We krijgen een tip dat een dealer in een huis spul aan het verkopen is. We moeten eerst toestemming in Israel hebben om erheen te gaan. Die procedure duurt rustig 24 uur. Tegen die tijd is de dealer allang gevlogen.'' De Israelische politie kan die klacht niet verhelpen omdat de procedure wordt behandeld door het Israelische leger, niet door haar. Het leger werpt meer obstakels op voor de samenwerking: onlangs werd een politieconferentie in Gaza afgezegd omdat het leger de Israelische deelnemers Gaza niet in wilde laten. Ook voor het overige heeft de Israelische politie weinig illusies over deze workshops, die onder andere worden gesponsord door Nederland. Yeheskeally zegt: ,,Zolang de Israelische wet zo liberaal is, lost samenwerking met de Palestijnen niets op. Maar voor ons is het een mooi platform om onze Palestijnse collega's te leren kennen. Hen zomaar ontmoeten is politiek te gevoelig nu het vredesproces vastzit. Het thema `drugs' geeft ons de kans om hen toch te zien.''

De Palestijnen hopen er echter te leren over opvang van verslaafden, en geld te krijgen voor laboratoria, die er nu niet zijn. Opvang staat in de kinderschoenen. Er is een particuliere afkick-kliniek in Betlehem, die 3.000 dollar vraagt voor een zuiver medische behandeling die één weekend duurt. Met financiële hulp van de VN en de CIA houdt kolonel Al-Zuheiry lezingen op scholen over de gevaren van drugs. ,,Maar er is geen budget voor afkickcentra'', zegt de Palestijnse sociaal werker Majed Alloush. ,,Verslaving wordt gezien als misdaad, schande. Junks gaan de cel in en dat is dat. Het probleem wordt onder het kleed geveegd. Maar het kleed begint te rotten. Wij moeten niet alleen Israel, maar ook onszelf de schuld geven.''

Alloush weet waar hij over praat. Met buitenlandse donaties runt hij het Al-Sadiq al-Taieb (`Goede Vrienden') afkickcentrum in Oost-Jeruzalem, het enige Palestijnse centrum aan resocialisatie doet. Voor meer dan 21 hashash (junks) is in dit scharrig verbouwde woonhuis geen plaats. Schoonmaken en koken doen ze zelf, drie maanden lang, ,,zodat ze weer discipline leren''. Er is speciale familietherapie; als vaders en broers zover te krijgen zijn althans, wat niet altijd het geval is. Aan de lunch van rijst met tomaten en wat vlees vertelt Mohammed (38) – holle ogen, meer littekens dan tatoeages op z'n armen – dat hij op zijn 16de met Israeliërs ging roken om familieproblemen te vergeten. Eenmaal aan de heroïne begon hij auto's te stelen. Zijn familie keek de andere kant op. Het was een schande.

Volgens kolonel Al-Zuheiry zijn alle verslaafden in Alloush' centrum collaborateurs en dealers. Hij beaamt dat er overheidsklinieken moeten komen, maar wil niets met ,,die Israelische spion Alloush'' te maken hebben. Alloush noemt de aantijging ,,bespottelijk en typerend voor de houding van het Palestijnse Gezag: in plaats van zich te verdiepen in de reden dat steeds meer Palestijnen drugs gebruiken – frustratie over de economische en politieke malaise, familieproblemen – stigmatiseren ze hen.'' ,,Maar de autoriteiten willen er niet van horen, want ze zitten zelf in de drugshandel. Palestijnse agenten verdienen 200 dollar per maand en hebben extra inkomsten nodig om de huur te betalen. Het is één mafia. In Gaza kunnen ze aan de poort van een nederzetting iedereen arresteren die daar drugs van kolonisten koopt. Het gebeurt niet, omdat agenten door dealers worden afgekocht.'' Mohammed, de junk naast hem aan de lange eettafel, knikt. En hij weet hoe goed de Israelisch-Palestijnse drugsconnecties werken.