Doorsnee beller duurder uit

De telefoonrekening van de doorsnee telefoonabonnee is in de afgelopen vijf jaar 20 procent hoger geworden. Dat concludeert de Consumentenbond uit eigen onderzoek. ,,Wij vinden dat de doorsnee beller te weinig heeft geprofiteerd van de tariefsverlagingen in de afgelopen jaren'', aldus een woordvoerder van de Consumentenbond.

Door een ingreep van toezichthouder Opta zijn per 1 juli vorig jaar de tarieven voor abonnementen omhoog en die voor gesprekken omlaag gegaan. Op 1 januari van dit jaar zijn ook de KPN-tarieven voor interlokale gesprekken en lokale gesprekken op zondag verlaagd. Een fermere ingreep, die Opta in september vorig jaar voorstelde, werd na een felle reactie van KPN ingetrokken. Deze zomer wordt KPN mogelijk opnieuw een verlaging van de telefoontarieven opgelegd.

Opta wijst erop dat de periode waarover de Consumentenbond nu cijfers naar buiten brengt te lang is om een oordeel te vellen over de gevolgen die de ingrepen van Opta (en de liberalisering van de markt) hebben voor de particuliere beller. ,,Wat is er niet duurder geworden in de afgelopen vijf jaar?'', aldus een woordvoerder. De Nederlandse markt voor telecommunicatie is geliberaliseerd sinds 1 juli 1997. Volgens Opta zijn sindsdien alleen mensen die erg weinig bellen er iets op achteruitgegaan.

De doorsnee beller die de Consumentenbond in zijn metingen gebruikt krijgt elke twee maanden een rekening van 148 gulden. Daarvan besteedt hij 32 procent aan lokale gesprekken, 22 procent aan interlokale, 5 procent aan internationale gesprekken en 41 procent aan het abonnement. De Consumentenbond meent dat de prijzen voor telefoonabonnementen met 20 tot 30 procent moeten kunnen dalen.