Defensie past op z'n tellen

Terwijl het drama van de moslimenclave Srebrenica nog nauwelijks is verwerkt, is Nederland opnieuw in actie, nu boven Joegoslavië. Defensie zegt van eerdere fouten te hebben geleerd.

Het ministerie van Defensie is al weer meer dan twee weken ook ministerie van Oorlog. Woordvoerders op de Zuid-Italiaanse basis Amendola, van waaruit de zestien Nederlandse F-16's voornamelijk 's nachts in actie komen, en in Den Haag putten zich uit om te onderstrepen dat het lang kan duren. Over resultaten doen ze vaag omdat die tegenvallen. Het weer is de hoofdschuldige en de evaluatie van mogelijke treffers laat lang op zich wachten.

De aanpak is anders dan tijdens de vlucht van Dutchbat uit de moslimenclave Srebrenica op 11 juli 1995, toen vierduizend moslimmannen en -jongens in de steek werden gelaten en waarschijnlijk door Bosnische Serviërs zijn geliquideerd. Defensie zegt ervan geleerd te hebben.

,,Toen was er een spinnenweb van informatiekanalen in Bosnië zelf en hier in Den Haag. Daardoor kon het gebeuren dat generaals elkaar tegenspraken, mensen langs elkaar heenwerkten, belangrijke rapporten in de verkeerde la terechtkwamen, de minister slecht of onvolledig geïnformeerd werd en Nederlandse officieren ter plekke in dienst van de Verenigde Naties het Nederlandse straatje schoon probeerden te vegen. Nu is de militaire leiding tenminste in één hand'', zegt een deelnemer aan de dagelijkse ochtendbriefing in het Defensie-crisisbeheersingscentrum (DCBC) in Den Haag. Die briefings worden overigens niet meer onder de grond gegeven, want de Arbeidsinspectie vindt dat ook tijdens oorlogsacties niet verantwoord. Bevelhebbers van de krijgsmachtdelen hebben tijdens deze NAVO-actie alleen nog te maken met de logistieke en personele aangelegenheden van het onderdeel dat in actie is. De leiding van de operatie ligt dit keer volledig bij de chef defensiestaf, luitenant-admiraal L. Kroon, en bij hem alleen. Dat is vlak vóór de acties boven Joegoslavië bepaald. Kroon wordt bijgestaan door een versterkte staf en krijgt directe informatie van Nederlandse officieren bij de NAVO-hoofdkwartieren in Mons, Vicenza, Napels en Macedonië. Hij heeft het dit keer een stuk gemakkelijker omdat de NAVO een beproefde gevechtsorganisatie is in tegenstelling tot de weifelende Verenigde Naties toen.

Tijdens Srebrenica kon het gebeuren dat zijn voorganger, generaal H. van den Breemen, uitging van rapportages uit het veld die vlak daarop door de uitvoerders van de Nederlandse inzet, de Landmachtstaf, werden tegengesproken. Soms werd bij de Landmacht informatie bewust achtergehouden om Dutchbat niet verder in opspraak te brengen. Defensie in oorlog leek op een mierenhoop en naar buiten ontstond al vrij vlug de indruk dat de minister zijn greep verloor op het militaire apparaat. Generaals in actieve dienst vielen elkaar af. Fotorolletjes met opnames van deportaties verbleekten in de verkeerde chemicaliën en faxen met lijsten van gedeporteerde moslims raakten zoek. Overste Karremans dronk een borrel met de van oorlogsmisdaden beschuldigde Servische aanvoerder Mladic die na het offensief in een buitgemaakte Nederlandse Mercedes-jeep zijn opwachting bij Dutchbat kwam maken. In een brief aan de Kamer van 30 maart noemt de huidige minister van Defensie, De Grave, het een voordeel dat hij nu één aanspreekpunt heeft: de chef defensiestaf. In het verleden werden zijn voorgangers, de ministers Ter Beek en Voorhoeve, telkens verrast door moeilijkheden in de communicatie tussen Defensiestaf, de militaire leiding op het departement en de Landmachtstaf. Met de toenmalige bevelhebber van de Landmacht, luitenant-generaal H. Couzy, was het contact stroef en spaarzaam. Het `bewust lekken' vanuit de Landmacht zat de ministers dwars, maar zij namen geen maatregelen.

Nu schrijft De Grave in zijn brief aan de Kamer dat ,,de operationele en politieke aspecten van optreden vooral bij vredesoperaties steeds moeilijker te scheiden zijn''. ,,Dit vraagt van alle betrokkenen een goed gevoel voor de politieke context.'' Hij wil letten op de kwaliteit van het uit te zenden personeel. De Grave kondigt aan dat hij de hulp van een ethicus wil inroepen om het personeel beter op deze vredesacties voor te bereiden. In het midden blijft wat van die ethicus wordt verwacht.

De Grave zelf hoedt zich ervoor om in de fuik van Srebrenica te lopen, zeggen naaste medewerkers. Kon je Voorhoeve nog in verschillende poses op een veldbed in de bunker van Defensie aantreffen, druk bellend met commandanten ter plekke, De Grave laat de militairen hun specifieke werk doen. Hij acht zich politiek verantwoordelijk, maar vindt het geven van militaire orders een ander vak. Hij en Kroon laten niet na om over een NAVO-operatie te spreken. Die NAVO is verantwoordelijk. Met premier Kok onderhoudt hij contact over de operatie, maar het valt bij Defensie op dat Kok als sociaal-democraat moeite heeft met dit uitoefenen van geweld.

Leiding geven aan Defensie valt De Grave zwaar, zo merken zijn medewerkers. Staatssecretaris op Sociale Zaken was een stuk eenvoudiger en ,,achtervolgde hem minder''. De jongste crisis vraagt veel van hem en soms springt hij er grillig mee om, ongedurig en met een snel geformuleerd oordeel. Zoals vorige week toen hij verklaarde dat de NAVO naïef is geweest en zich heeft laten verrassen door de exodus van Kosovaren. Hoezo naïef, vroegen de geïrriteerde militairen op Defensie? Nederlandse vliegers stelden toch voor die NAVO-opdracht hun leven in de waagschaal?