WIE WEET NIET WIE LE LOUPE IS?

Of je dankzij Frans op de basisschool beter Nederlands leert is onwaarschijnlijk, maar Frans leer je wel. En de kinderen worden sociaal vaardiger, denkt de onderwijzer.

`Qui veut jouer le loup?' vraagt docente Chantal Berkat, terwijl ze vragend de kring kinderen van groep 1/2 rondkijkt. ``Moi'', klinkt het terwijl de helft van de leerlingen met hun vingers hoog in de lucht overeind springt. ``Vera'', besluit Berkat, waarna deze weghuppelt om achter de poppenkast te gaan zitten om 'le loup' te spelen. ``Loup, es-tu là?'', roepen haar klasgenootjes. ``Oui, je suis là'', antwoordt Vera, terwijl ze de gordijntjes openschuift. ``Que fais tu?'' ``Je mets ma culotte'', giegelt Vera, waarna ze met grootse gebaren speelt of ze haar onderbroek ophijst.

Alle liedjes van juffrouw Chantal zijn leuk, vertelt Vera (6) later. En, ja, natuurlijk weet ze waar ze over gaan. ``Weet u niet wat le loup is'', vraagt ze ongelovig. Ze pakt een boek van tafel. ``Kijk, hier is le loup'', zegt ze, terwijl ze een plaatje van een wolf aanwijst.

Openbare basisschool De Perroen in Maastricht is één van de zes Nederlandse basisscholen waar tweetalig onderwijs wordt gegeven met native speakers, met een uitwisseling tussen Nederlands- en Frans- danwel Duitstalige docenten. De scholen hebben speciaal voor dit project toestemming gekregen om - naast het Nederlands - een andere taal als instructietaal te gebruiken. In Enschede en Kerkrade gebeurt dit in het Duits, in Maastricht en Eijsden in het Frans. Het project in Zuid-Limburg is zeven jaar geleden in Eijsden gestart en is een initiatief van de Talenacademie Nederland te Maastricht. ``Bij gemeentelijke en provinciale instellingen hier bestaat behoefte aan meer kennis van het Frans'', verklaart Ruud Halink, co-directeur van de Talenacademie Nederland de keuze voor het Frans. ``Tien kilometer hiervandaan zit je al in Franstalig gebied.'' ``Bovendien is het Maastrichtse dialect sterk beïnvloed door het Frans'', vult Hennie Clermont, directeur van De Perroen aan. ``Denk maar aan woorden als fourchette en dictionaire. En nog steeds hoor je op de markt bijvoorbeeld veel Frans.''

franstalige docent

De Perroen doet sinds vier jaar mee aan het project, dat wordt gefinancierd met gelden van het Europees Platform, de provincie en de gemeenten. Op beide scholen in Zuid-Limburg is een Franstalige docent toegevoegd aan het team. De Inspection d'Académie du Nord zendt jaarlijks twee docenten uit naar Nederland en de Talenacademie Nederland bekostigt het uitzenden van Nederlandstalige docenten naar Noord-Frankrijk. Daarnaast heeft De Perroen een uitwisselingsproject met een basisschool in Luik. Drie Franstalige docenten werken een aantal uur per week op De Perroen en drie Nederlandse docenten geven een aantal uur per week les in Luik.

Vanaf de eerste dag dat de pas vier geworden kleuters openbare basisschool De Perroen binnenstappen krijgen ze per week een half uurtje les in het Frans. In de onderbouw betekent dit voornamelijk het zingen van Franse liedjes, maar in de hogere groepen worden ook lessen als biologie en wereldoriëntatie in het Frans gegeven. Daar loopt het aantal uren dat er in het Frans wordt lesgegeven op tot twee per week. Docente Chantal Berkat bepaalt in overleg met de groepsdocent welk deel van de stof zich daar het beste voor leent. Berkat geeft klassikaal en in kleine groepjes les. Speciaal hiervoor is een klein lokaal in gericht. Op de deur staat niet Ssst, maar Chuuut, aan de muur hangen Franse posters en zelfs de kleurpotloden staan in lege Franse soepblikjes. De materialen die Berat gebruikt zijn deels zelfgemaakt en deels authentieke Franse leermiddelen. Er zijn spelletjes, leesboekjes en een echte Franse weerkaart waarop zij iedere dag samen met de leerlingen invult welk seizoen het is, hoeveel graden het is en of er wolken zijn of le soleil.

``Mmmm, mmm'', neuriet Berkat. Direct vallen de kinderen in: ``le petit lapin, a bien de chagrin.'' ``Assis, assis, le lapin est assis'', gebaart Berkat tegen Patti (4), die languit op tafel is gaan liggen om het verdrietige konijntje te spelen. ``Je moet gaan zitten'', vertaalt een klasgenootje, waarna Patti prompt in kleermakerszit rechtop gaat zitten. ``Ik spreek de hele les Frans. De kinderen weten niet dat ik ook Nederlands spreek'', vertelt Berkat even later met zwaar Frans accent. ``Dus moeten ze alles in het Frans vragen als ze iets willen. Alleen die kleintjes hebben dat nog niet door. Als zij iets in het Nederlands vragen geef ik in het Frans antwoord.'' Berkat maakt in haar lessen veel gebruik van toneelspel: ``Bij een thema over huizen bouwen heb ik het begrip 'solide' behandeld. Daarbij hebben we het verhaal van de wolf en de drie biggetjes met hun huis van stro, van hout en van steen, nagespeeld. Dat deed iedereen met heel veel plezier.''

nieuwe stof

Tot voor kort was de les in het Frans een aanvulling op al bekende stof, maar onlangs is Berkat begonnen ook nieuwe stof te behandelen. ``Ik heb laatst in groep zes een les over virussen en bacteriën gegeven. Die wordt nu in het Nederlands getoetst, wat het resultaat is weet ik nog niet.'' Op de school in Eijsden is hiermee al meer ervaring, vertelt Halink. "In de praktijk bleek dat de kinderen onderuit gingen hangen wanneer de stof in het Frans herhaald werd, omdat ze het toch al kenden. Door nieuwe stof aan te bieden houdt je ze bij de les en zijn ze veel geïnteresseerder."

De Perroen ligt aan de rand van Maastricht. Het is een buurtschool, met een streekfunctie voor een aantal omliggende dorpen. ``Wij profileren ons niet als de school die Frans geeft, maar noemen het wel als ouders hier op gesprek komen. Ouders waarderen het, maar het is niet zo dat ze van heinde en verre hier komen vanwege het Frans'', aldus Clermonts. John Frederiks (co-voorzitter van de ouderraad) en ouder van Fenna (9) vindt ``het een leuke aanvulling''. ``Wij merken op vakantie dat ze toch wat vrijer is en rustig om een boodschap durft te gaan.''

Grotere taalgevoeligheid wordt algemeen beschouwd als de grootste winst van het tweetalig onderwijs. ``Die kleintjes apen je perfect na'', ervaart Berat. Clermont vindt tweetalig onderwijs ook een verrijking voor haar school omdat het de leerlingen leert meer open te staan voor andere gebruiken en culturen. Halink beaamt dat: ``Om een voorbeeld te geven, de school in Eijsden heeft ieder jaar een uitwisseling met een Achterhoekse school. Vorig jaar was er voor het eerst een groep kinderen die tweetalig onderwijs had gehad. En daardoor liep het contact aanmerkelijk minder stroef dan voorheen. Dialoogjes die ze in het Frans hadden gehad, met zinnetjes als `wie ben je' en `waar woon je', pasten zij in de praktijk toe op hun Achterhoekse leeftijdsgenootjes. Het lijkt er dus op dat ze ook sociaal vaardiger worden. Maar wetenschappelijk kunnen we dat niet onderbouwen. Effectmetingen vinden helaas tot nu toe altijd vanuit een negatieve invalshoek plaats.''

toetsscores

Met die uitspraak verwijst Halink naar de zorg die toenmalig staatssecretaris Netelenbos vorig jaar uitsprak over nadelige effecten van tweetalig primair onderwijs op de ontwikkeling van allochtone leerlingen. Verdere uitbreiding van het project hangt nu af van een onderzoek dat het IVLOS (Interfacultair Instituut voor Lerarenopleiding, Onderwijsontwikkeling en Studievaardigheden) van de Universiteit van Utrecht momenteel op verzoek van het Ministerie van Onderwijs verricht op twee tweetalige scholen in Enschede. In dit onderzoek worden de toetsscores van alle acht groepen in drie schooljaren onderzocht op het gebied van Nederlandse taalvaardigheid en rekenen. Eind april hoopt onderzoeker Wilfried Admiraal zijn eindrapportage te kunnen afleveren. Hij verwacht dat die niet zal afwijken van de tussenrapportage die afgelopen najaar verscheen. ``Er zijn geen verschillen gemeten, noch negatief, noch positief'', aldus Admiraal.

Halink en de zijnen hebben wèl positieve ervaringen met tweetalig onderwijs voor allochtonen. Op de Franstalige partnerschool in Luik is ruim eenderde van de leerlingen allochtoon. ``Volgens de directeur daar lijkt het erop dat de allochtone kinderen het Nederlands sneller oppakken dan de autochtone leerlingen'', vertelt Halink. ``Dat zou erop kunnen duiden dat kinderen die op heel jonge leeftijd vreemde talen leren zich een bepaald mechanisme eigen maken waarmee ze een vreemde taal sneller onder de knie krijgen. Een ander positief effect is dat allochtone kinderen zich daar op het gebied van het Nederlands de gelijke voelen van hun autochtone klasgenootjes. Het is dus goed voor hun zelfvertrouwen. Maar dit is nog niet wetenschappelijk onderzocht.''