VIRUSSEN DEINZEN ER NIET VOOR TERUG ELKAAR TE EXPLOITEREN

Om zich te kunnen vermenigvuldigen, maken virussen gebruik van de moleculaire machinerie in de gastheercel die ze infecteren. Maar ze deinzen er ook niet voor terug om elkaar te exploiteren. Een serie experimenten van biologen van de universiteit van Maryland toont aan dat ze zich daarbij gedragen als deelnemers aan het Prisoner's Dilemma (Nature, 1 april).

In deze klassieker uit de speltheorie moeten de twee deelnemers zich zo goed mogelijk uit een benarde situatie weten te redden. Ze kunnen daarbij óf samenwerken óf elkaar laten zitten. Het eerste levert voor beide meer punten op dan het tweede. De meeste punten krijgt echter degene die erin slaagt de ander voor al het werk te laten opdraaien. Het dilemma bestaat er dus uit dat er weliswaar een strategie is die voor beide het meest voordelig is – samenwerken – maar dat het van ieders individuele standpunt uit bekeken altijd beter is om te proberen de ander een loer te draaien. Omdat beide deze redenering volgen is de uitkomst niet optimaal.

In allerlei situaties speelt het Prisoner's Dilemma een rol. Prieelvogels, vleermuizen, apen en stekelbaarsjes worden ermee geconfronteerd. Nu blijkt dus dat zelfs bacteriofagen – virussen die bacteriën infecteren – er in hun bestaan mee te maken kunnen krijgen. De twee strategieën (samenwerken of de ander voor alles laten opdraaien) werden in dit geval belichaamd door twee verschillende bacteriofagen. Het standaardtype 6 produceert zelf een groter deel van de stoffen die noodzakelijk zijn om zich voort te planten dan de ander, de mutant H2. De biologen bepaalden de fitness van de twee varianten onder verschillende omstandigheden. Wanneer bijvoorbeeld het standaardtype werd geïntroduceerd in een kolonie van mutanten, dan werd deze genadeloos geëxploiteerd, en deed hij het dus veel slechter dan wanneer hij zich te midden van soortgenoten bevond. De resultaten van een aantal van dit soort experimenten kwamen kwantitatief precies overeen met die van het Prisoner's Dilemma.