Soepel spel van Ward op sax

Hoewel Carlos Ward in de afgelopen dertig jaar het podium deelde met grootheden als John Coltrane, Carla Bley en Don Cherry en hij met zijn eigen band ondertussen alweer toe is aan een derde cd, hebben de samenstellers van `jazzbijbel' The Penguin Guide to Jazz hem geen aparte vermelding gegund. De altsaxofonist/fluitist moet zich al zijn hele leven tevreden stellen met een plaatsje tussen de kleine lettertjes waarin de begeleiders van deze of gene grootheid worden weergegeven. Zelfs in de aankondigingen van Wards eigen concerten deze week in Nederland wemelde het van de bekende namen waar de blazer in het verleden mee samengewerkt heeft.

Helemaal vreemd is dit letterlijke 'namedropping' niet. Het spel van Carlos Ward brengt namelijk direct dat van zijn vroegere broodheren in gedachte. Dat geldt vooral voor de Afrikaanse ritmiek die typerend is voor de muziek van Abdullah Ibrahim, in wiens band Ward jarenlang een belangrijke rol vervulde.

Dat Ward nog steeds over niet geringe solistische gaven beschikt bleek gisteravond in het BIMhuis. Hij liet zijn sax even gemakkelijk langs de randen van piepende en knorrende dissonanten schuren als naar lyrische hoogten schieten. De soepele dynamiek van zijn spel kwam vooral in de up-tempo nummers goed tot zijn recht. Ook de dwarsfluit waarvoor hij in sommige nummers zijn altsax inwisselde, was bij Ward in vertrouwde handen.

De saxofonist werd bijgestaan door een ritme-sectie die zijn soli van een stevige ondergrond voorzagen. Chulo Gatewoods elektrische bas zorgde voor een vuig en wollig gebrom dat gedurende het hele concert zonder oponthoud uit de speakers rolde. Pianist Jim Pryor kleurde Gatewoods ietwat monotone basgolf in met staccato gespeelde akkoordenclusters, terwijl Mark Prince het groepsgeluid aan alle kanten dichttimmerde met inventief en vooral luid drumwerk. In zijn enthousiaste pogingen zoveel mogelijk noten in een maat te proppen, overstemde Prince echter af en toe de rest van de band waardoor deze bijna veroordeeld leek tot het begeleiden van één lange drumsolo.

Nu was dat minder erg dan het lijkt aangezien soleren de hoofdmoot van het programma uitmaakte. Wards composities bleken namelijk nogal minimalistisch van aard. Veel verder dan een schetsmatig themaatje als opmaat naar een solo kwamen de meeste nummers niet. Dat is dan waarschijnlijk ook de reden voor het ontbreken van een vermelding in The Penguin Guide to Jazz. Ward is een verdienstelijk blazer, die het goed doet als sideman of vertolker van andermans ideeën, maar mist de creativiteit om compositorisch boven een rudimentair niveau uit te komen.

Concert: Carlos Ward. Gehoord: 8/4 in BIMhuis, Amsterdam. Herhaling: 10/4 in Popular, Rotterdam.