Porsche

Een dagje rijden in een Porsche 911 Cabriolet. Op een parkeerplaats langs de A1 gaat na zachte druk op een van de talloze knoppen de linnen kap omhoog en achterwaarts, verstopt zich als een boeienkoning onzichtbaar achter het achterbankje.

Ik zit nu in de lentezon, de 300 pk sterke boxermotor slist en gromt. Voorzichtig de aluminium pook van P naar D, wat gas erbij en de lage neus met de opbollende wielkasten schuift over de invoegstrook, stippellijnen gaan door de kleine voorruit van links naar rechts, zuchtend schakelt de automaat naar een lagere versnelling, de toegestane snelheid is al bereikt. Het prachtige motorgeluid is nu overal, resoneert tegen de plotseling hoogbenig geworden vangrail en glasgevels van kantoren op A-locatie.

Geen last van tocht in het interieur, wel in toenemende mate van uitlaatgassen van in colonne rijdende vrachtwagens, de scherpe geur van uitgereden drijfmest, ronddwarrelend bermvuil. Nee, Nederland is geen cabrioland.

Ik parkeer de Porsche aan de rand van een stadspark, posteer me op een tiental meters afstand op een bankje met de vanmorgen decent aangereikte prijslijst. Concludeer na een kleine gedragsstudie dat vrouwen niet geïnteresseerd zijn in dit soort auto`s, mannen des te meer. Fietsers draaien hun hoofd om, een gehelmde man op een brommer stopt en draait, met een voet aan de grond een rondje om de auto. Jongetjes schoppen goedkeurend tegen het brede rubber, vragen aan elkaar hoe hard hij toch wel kan.

Een ruime drie ton is de prijs voor dit kunstwerk, allemachtig! De jaarlijkse nichemarkt voor dit soort auto's bedraagt 400 stuks, waarvan Porsche al 25 jaar zo'n 45 procent levert. Natuurlijk is het een hoop geld, maar een topschilderij kost ook tonnen en de materiaalkosten ervan zijn beduidend lager. Bijna driekwart van alle sinds 1948 geproduceerde Porsches rijdt nog rond, wat niet altijd gezegd kan worden van alle schilderijen uit die periode die nu soms liggend bewaard moeten worden.

Een Porsche kunnen betalen en rijden betekent vaak een invulling van een langgekoesterde jongensdroom, een beloning voor zakelijk succes, het eindelijk vertoeven tussen gelijkgestemden. Dat ook daar weer geen maat wordt gehouden blijkt uit het feit dat hij meestal gebruikt wordt als tweede auto, voor op weg naar het tweede huis in het tweede, belastingvriendelijker vaderland.

In het ontwerp dat 35 jaar geleden in één keer goed was, net zoals het Coca cola-flesje en de paperclip, is in de laatste variant (de 996) nog steeds de Kever te herkennen. Het interieur daarentegen is bezweken onder de designdruk, te veel informatie in het schelpvormig instrumentenpaneel, de twee buitenste meters blijven bij elke stuur- en stoelstand onzichtbaar. On-Duitse rondingen in het overvloedig gebruikte leer, designschakelaars, plastic spuitwerk in de laatste badkamerkleuren.

Door de ruimhartige toepassing van elektronica is de auto heel wat makkelijker te rijden dan zijn voorgangers, te gemakkelijk naar mijn smaak, maar het aandeel van 2 procent vrouwelijke kopers moet volgens de verkoopafdeling nu maar eens omhoog.

In de loop van de middag begint het te stortregenen, verandert de snelweg in een zwembad en daarin komen de kwaliteiten van deze auto het beste tot hun recht. De prachtige wegligging, de ondanks de achterin gemonteerde motor totale afwezigheid van nerveus zoeken naar de gestuurde rijrichting, geen windgeruis of aandrijfgeluiden.

Niet eenmaal vandaag de neiging gehad om eens flink gas te geven, dat heb ik minzaam overgelaten aan al die zenuwachtige middenklassertjes.

En aan het eind van de dag valt me de juiste beschrijving van deze auto in; het is een solitaire, op grote afstanden gesteld geraakte rog.