Ploffende mossen

EEN LOEP, goeie ogen en volharding. Dat zijn de eerste vereisten om mossen te determineren. Want hoe zijn bijvoorbeeld Geklauwd platmos en Gerimpeld platmos uit elkaar te houden? En waarin schuilt het verschil tussen het Hartbladig nerf-puntmos en Gewoon puntmos? Daarvoor blijkt het nodig om onder andere het fijne nerfpatroon van de twee centimeter grote bladeren te analyseren. Kortom, de onlangs verschenen Veldgids Mossen is vooral interessant voor de geduldige natuurliefhebber. ``Je moet al wat kennis hebben van planten'', zegt Jan van der Wiel, die de tekeningen voor de gids maakte. ``Een volslagen leek zal deze gids niet aanschaffen.'' In het voorwoord van de gids staat ook dat het boekwerk bedoeld is voor de beginnende bryoloog (mossendeskundige).

Het idee om een veldgids voor mossen te maken ontstond uit onvrede. ``Er was amper naslagwerk over mossen'', aldus Jan van der Wiel. ``Mossenfreaks ergerden zich daaraan. Met een aantal mensen hebben we toen een klein gidsje gemaakt, met teksten en tekeningen van zo'n dertig mossen. Met dat materiaal zijn we naar Utrecht gegaan, naar de uitgeverij van de Koninklijke Nederlandse Natuurhistorische Vereniging (KNNV). Daar zeiden ze: als we een mossengids maken, doen we het meteen goed. Uiteindelijk is het een boek geworden met vlotte teksten en met veel foto's en illustraties.''

De veldgids bespreekt de 84 meest algemene, in Nederland voorkomende soorten mossen. Dat is niet overweldigend veel, gezien het feit dat er wereldwijd 9500 soorten voorkomen. Maar via deze selecte verzameling krijgt de beginnende bryoloog een goede indruk van het mossenleven in ons land. Van iedere soort zijn groeiplaats, uiterlijk en determinatie beschreven. Elke beschrijving gaat vergezeld van een foto en een mooie tekening. Soms gaat een tekening helaas gedeeltelijk verborgen onder de bijgaande foto. En menige foto is over twee pagina's afgedrukt, wat een vervelend, vervormd beeld geeft bij de vouw. Handig is de maatbalk die aan de onderkant van iedere pagina is afgedrukt. In een oogopslag is te zien hoe groot bladeren of stengel zijn.

De gids besteedt veel aandacht aan ecologie, voortplanting en herkenning van mossen. Mossen behoren tot de hogere planten, omdat ze stengels en bladeren bezitten (in tegenstelling tot de lagere planten: schimmels, wieren en bacteriën). Mossen planten zich voort via sporen, net als varens, paardenstaarten en wolfsklauwen. Maar deze laatste zijn weer in het bezit van een vaatstelsel, een systeem om water en voedingsstoffen te vervoeren. Mossen missen zo'n vaatstelsel. Water nemen ze rechtstreeks op via hun bladeren en niet, zoals de meeste zaadplanten, via hun wortels. Dat maakt mossen gevoelig voor ververvuilende stoffen in de lucht, onder andere zwaveldioxide. Daarom worden mossen wel eens gebruikt als bio-indicator, om een indruk te krijgen van de luchtgesteldheid.

Behalve de vorm van stengel, bladeren en nerven en de plaatsing van de bladeren aan de stengel, is de sporofyt een belangrijk hulpmiddel bij de determinatie van een mos. Dit is de groeivorm die de sporen vormt en meestal uitsteekt boven het zachte, groene gebladerte uitsteekt. De sporofyt verschijnt met name in de vochtige lente en herfst. Hij bestaat uit een stengel met daarbovenop een doosje, het sporenkapsel. Daarin zitten de sporen. De vorm van het kapsel verschilt per soort. Bij Gewoon kleimos lijkt het op een wijnglas, bij Gewoon haarmos meer op een Magnum-ijsje.

Ook de manier waarop een mos zijn sporen verspreidt verschilt. Sommige mossen dragen een beschermend kapje op het sporenkapsel. Dat gaat er op een gegeven moment af. Vervolgens schiet het deksel van het kapsel. De gekartelde bovenkant van het overgebleven, `onthoofde' kapsel draagt vaak een aantal tanden. Dat kunnen er vier zijn, zoals bij Viertandmos, maar ook meer. De tanden krullen als het vochtig is en rollen weer uit als het droog is. Door deze beweging komen de sporen met tussenpozen vrij.

Veenmossen raken hun sporen op een spectaculaire wijze kwijt. Als het kapsel rijpt, krimpt het inwendige weefsel en wordt er lucht naar binnen gezogen waarschijnlijk via huidmondjes. Als het kapsel vervolgens uitdroogt, sluiten de huidmondjes en raakt die opgenomen lucht gevangen. Het kapsel trekt zich samen, waardoor de interne druk stijgt. Het deksel knalt op een gegeven moment van het kapsel, met een hoorbare klik. Het ontsnappende gas draagt een wolk van sporen met zich mee.

Veldgids Mossen, Stichting Uitgeverij KNNV, Utrecht (tel: 030-2333544), ƒ49,95 (+ ƒ7,- verzendkosten), ISBN 90-5011-110-6.