Passen leidt tot verlies

Waarom speelt de een nou beter bridge dan de ander? Is het aanleg, intelligentie of een wiskundeknobbel die het verschil uitmaakt? Het zal wel een combinatie zijn. Eén eigenschap speelt so-wie-so een rol: een optimistische natuur. Aan de robbertafel zeggen ze niet voor niets dat passen tot verlies leidt. Trouwens, zo erg is het niet om (te) hoog te zitten. De tegenpartij moet eerst maar eens goed zien uit te komen. Daarbij, perfect tegenspelen is voor de goden. Soms heb je niet eens een foutje nodig, maar moet je hopen op een specifiek (gunstig) zitsel. Spelen op een aanname heet dat. Een schoolvoorbeeld daarvan deed zich voor tijdens de Ballarini Viertallen Marathon die dit Paasweekeinde in Utrecht werd gehouden.

Aan een tafel was zuid, nadat oost in schoppen had tussengeboden, leider geworden in het messcherpe contract van 3SA. West moest uitkomen en startte met ruiten, die de leider een keer dook. De volgende ruiten werd genomen, waarna de leider aan de slag mocht. De aanname moest in ieder geval zijn dat de klavers keurig 3-3 verdeeld zaten met de heer rechts van de vrouw. Aan de uitkomst viel af te lezen dat west vijf ruitens had en oost dus drie. Omdat het bieden van oost een vijfkaart schoppen impliceerde, resteerde voor deze niet anders dan een doubleton harten. De leider sloeg ♣A en speelde de kleur door voor de vrouw omdat oost niet opstapte met de heer. Een derde rondje klaveren bracht oost aan slag, die weer ruiten doorspeelde voor de tafel (zuid klaveren weg). De leider speelde een kleine schoppen, voorgenomen door oost met de heer. Oost speelde harten door voor de tafel, waarna de leider technisch correct, eerst de tweede hartenhonneur incasseerde – oost zo van zijn exit berovend – en pas toen vervolgde met een kleine schoppen. Omdat de verdeling van oost precies zo was als de leider zich had voorgesteld, was oost, die alleen nog maar schoppen had, gedwongen de leider in die kleur in de hand te brengen. Zuid maakte zo fraai negen slagen: twee in schoppen, twee in harten, twee in ruiten en drie in klaveren.

De Ballarini Marathon werd gewonnen door een vijftal All Stars (Mas Koekenbier-Onno Janssens-Toine van Hoof en Rob Wijman-Paul Cardwell). In de finale versloegen zij gedecideerd een viertal sterke Meesterklassers. Op dit spel verdienden Koekenbier c.s. 16 imps:

Met de uitstekende hartenstart van Rob Wijman (oost) zag de leider zich meteen voor een dilemma geplaats. Het contract is te maken wanneer ♡A wordt gelegd, meteen op ♦H wordt gesneden en nog een hoge ruiten wordt geïncasseerd. Hierna neemt de leider al zijn winnaars mee in de zwarte kleuren, waarop hij zijn twee hartenverliezers weggooit. Begrijpelijkerwijs koos Jansma, die op zich goed door had dat ♡H fout zat, voor een ander plan. Ook hij nam ♡A, maar begon eerst alle zwarte plaatjes te incasseren. Hij hoopte op 3-2 zitsels in die kleuren en mocht er onderweg toch iets worden afgetroefd, dan zou dat wellicht van een vaste troefslag zijn geweest. Pech voor hem, want de man met de doubleton ruiten, troefde de derde schoppen af. Omdat Jansma begonnen was met de klavers, kon hij al een harten kwijt en ging hij `maar' eentje down. De fout ligt natuurlijk in het bieden en is tweeledig. Ten eerste is het goede politiek om contracten in de sterkste hand te laten spelen, terwijl bovendien noord de weg naar een mogelijk groot slem op voorhand al had geblokkeerd. Leerzaam.