Onderzoeksvrijheid

EEN VAN DE VIER laureaten die gisteren de publicatieprijs van de Stichting maatschappij, veiligheid en politie in ontvangst namen was professor H.G. van de Bunt. Het bekroonde werk was het onderzoeksrapport over georganiseerde criminaliteit dat het kwartet had geschreven voor de parlementaire enquêtecommissie opsporingsmethoden, de commissie-Van Traa.

Er hing een wolkje boven de feestelijke bijeenkomst in de raadszaal van het Amsterdamse stadhuis. Van de Bunt is zojuist door de rechtbank Arnhem veroordeeld wegens een van de deelstudies die hij voor de enquêtecommissie vervaardigde. Hij moet anderhalve ton schadevergoeding betalen aan een advocaat die weliswaar niet met name wordt genoemd maar toch voor insiders voldoende herkenbaar was. Zijn naam werd in elk geval opgepikt door de media.

In hoeverre dit vonnis zich verdraagt met artikel 24 van de Parlementaire enquêtewet – dat uitdrukkelijk zegt dat materiaal voor een enquêtecommissie nooit in een rechtszaak kan worden gebruikt – zal nog moeten blijken in het hoger beroep dat naar alle waarschijnlijkheid wordt ingesteld. De vragen die dit vonnis oproept gaan echter verder dan het enquêterecht en de vrijheid van de onderzoeker door het belang dat wordt gehecht aan de manier waarop de media de zaak hebben opgepikt.

Na de vrijspraak in hoger beroep van Etienne U. wegens grootschalige drugshandel sprak zijn advocaat direct over een schadevergoedingsactie tegen de media die hem hadden afgeschilderd als ,,drugsbaron''. De zaak-U was een belangrijke aanleiding voor de parlementaire enquête die in elk geval praktisch heeft bijgedragen tot het uiteindelijke vrijsprekende vonnis. De enquête op zijn beurt was mede aangezwengeld door berichtgeving in de media over de zogeheten ,,erven-Bruinsma'', de groep om een vermoorde Amsterdamse Godfather.

EEN VRIJBRIEF om mensen zwart te maken zal niemand willen bepleiten. De vraag die het Arnhemse vonnis openlaat is in hoeverre het onderzoekers en onderzoeksjournalisten mogelijk is om een thema als georganiseerde criminaliteit concreet toegankelijk te maken voor de brede publieke discussie die het verdient. Er is toch zoiets als de grondwettelijke vrijheid van meningsuiting? Daarover zwijgt het Arnhemse vonnis veelbetekenend.