Ondernemers willen wagons en trucks op spoor

Na jaren toont het bedrijfsleven animo voor deelname in de aanleg van de Betuweroute. Maar minister Netelenbos toont niet de minste geestdrift.

Jarenlang al beloven opeenvolgende ministers van Verkeer en Waterstaat een forse private deelname bij de aanleg van de Betuweroute. Nog nimmer meldde zich echter, voor zover bekend, een particulier bedrijf en zo zag minister Zalm (Financiën) zich vorige herfst genoopt een dreigend gat van 1,6 miljard gulden op de begroting van de Betuweroute, waarvan gehoopt was dat bedrijven het voor hun rekening zouden nemen, zelf op te vullen uit aardgasbaten.

Maar zie: in december vorig jaar was het toch nog raak. Rob Lubbers, directeur van Hollandia Kloos en broer van de oud-premier, stuurde, mede namens enkele andere grote bedrijven een plan naar minister Netelenbos voor private deelname. Daarmee zou de 1,6 miljard alsnog gedekt kunnen worden. In januari van dit jaar besprak Lubbers zijn idee met een paar hoge ambtenaren van Verkeer en Waterstaat, die zich volgens Lubbers wel ontvankelijk toonden voor zijn initiatief. Maar vervolgens bleef het akelig stil.

Lubbers stelt voor de Betuwelijn zo flexibel mogelijk op te zetten en gebruik te maken van gecombineerd transport. Het tracé zou niet alleen toegankelijk moeten zijn voor vervoer over de rails maar ook voor vrachtwagens ter grootte van spoorwagons. Het geheel zou bovendien volledig geautomatiseerd moeten worden met wagons, die onbemand met een vaartje van 50 tot 60 kilometer per uur over de baan snellen.

De baan van de Betuwelijn zou hiertoe moeten worden ingebed in een betonconstructie. De aanleg van het tracé tot Valburg bij het Gelderse Elst zou door de overheid moeten worden verzorgd. Lubbers en zijn partners zouden op hun beurt geluidswerende voorzieningen, de signalering en de bovenleiding voor hun rekening nemen. Met het resterende gedeelte van Valburg tot de Duitse grens bemoeit Lubbers zich niet.

Het rijk kan zo 1,6 miljard gulden besparen. In totaal is met de aanleg van de Betuwelijn, die ten doel heeft het goederenvervoer per spoor tussen Rotterdam en het Duitse achterland te verbeteren, een bedrag gemoeid van 9,3 miljard gulden. In ruil voor hun bijdrage verwachten Lubbers en de zijnen het recht op het beheer van de lijn tegen een vaste vergoeding van de kant van de overheid.

Lubbers wijst erop dat goederenvervoer per spoor meestal pas loont op afstanden van meer dan 300 kilometer. Door het tracé ook open te stellen voor vrachtwagens, die achter kleine onbemande locomotieven kunnen worden gehangen, vergroot je de mogelijkheden aanzienlijk, meent hij. Op een overslagpunt als Valburg kunnen dergelijke wagons worden afgekoppeld om vervolgens snel over de weg naar andere bestemmingen in Nederland te reizen.

Lubbers meent dat het huidige concept van de Betuwelijn, dat louter uitgaat van een spoorbaan, weinig toekomst heeft. ,,Ik vind dat een onzinnige investering'', zegt hij. Ook andere betrokkenen uit de transportwereld hebben soortgelijke twijfels geuit.

Het plan van Lubbers is echter ook niet vrij van problemen. Zo moet er vanaf Valburg richting Duitsland snel kunnen worden overgeschakeld op gewoon spoor. Ook wijzen vervoersdeskundigen, zoals verladersorganisatie EVO, er op dat Lubbers' concept zeer geschikt is voor containervervoer. Maar niet alle goederenvervoer per spoor gaat per container. Er worden ook veel chemicaliën in speciale wagons vervoerd. Deze deskundigen menen echter dat het plan van Lubbers en de zijnen wel degelijk serieus moet worden genomen.

Hoewel minister Netelenbos dus de eerste private vis aan de haak heeft geslagen, lijkt ze er niet erg mee ingenomen. Lubbers kreeg pas eind maart een brief van de minister: het stond hem vrij mee te doen aan de consultaties omtrent de private participatie, die ze later dit jaar dacht te houden.

,,Lubbers wordt zo met een gigantische kluit het riet in gestuurd'', aldus een verontwaardigde Gerd Leers (CDA), die zelf substantiële participatie van het bedrijfsleven in de Betuwelijn in de Tweede Kamer altijd een `conditio sine qua non' heeft genoemd.

Het ministerie verwijst desgevraagd naar de brief van de minister over het thema aan de Tweede Kamer van vorige week. In wollig proza worden daarin nieuwe consultaties met het bedrijfsleven aangekondigd en mogelijk de oprichting van een ontwikkelingsmaatschappij om de weg te effenen voor deelneming door het bedrijfsleven. ,,Het lijkt erop dat de private financiering hoe langer hoe meer wordt uitgesteld'', aldus Leers.