Navelstrengdraai

Hoe onbekend kan een heel gewone waarneming zijn? Daarover gaat het stukje van vandaag, dat eindigt in een oproep aan vroedvrouwen, verloskundigen, kraamvrouwen en moderne vaders. Het initiatief komt van de Groninger experimenteel oogheelkundige Pek van Andel die voor de meeste lezers geen onbekende is. Van Andel is ook een vaste toeleveraar aan de AW-rubriek maar de kwestie die hij nu oprakelt valt daar eigenlijk buiten. Anderzijds moet worden voorkomen dat hij nog meer literatuur opstuurt.

Het gaat om de navelstreng: de `funiculus umbilicalis', of zoals de Engelsen zeggen: de umbilical cord. De meeste mensen hebben van hun eigen navelstreng nooit meer gezien dan de cirkelvormige afdruk die deze achterliet in de buikhuid. The circular depression in the abdomen known as the navel. Sowieso is deze al een studie waard, want er lijkt een frappant verschil tussen de vrouwelijke en de mannelijke depressie. Ook kan het zijn dat de navel veel minder mooi in het midden ligt dan iedereen altijd denkt, maar voorlopig moeten deze punten even blijven rusten.

Van Andel werd een maand of wat geleden getroffen door de inaugurele rede `Over asymmetrie' van de Groninger plastisch chirurg prof.dr. J.-P. Nicolai die onder de voorbeelden van gewenste asymmetrie in het menselijk lichaam ook de navelstreng rangschikte. In de navelstreng lopen twee slagaders en één ader, en nog zo wat dat heel smakelijk beschreven staat in de Winkler Prins, en bij het gros van de pasgeborenen draaien de bloedvaten duidelijk zichtbaar om elkaar. De navelstreng is dus gewonden en wel het meest gewonden aan de kant van het kind. Bovendien: in meer dan driekwart van de gevallen links gewonden, zoals te zien is op het bijgaande detail uit `De anatomische les van dr. Frederik Ruysch' van Jan van Neck (1683).

Het is opzichzelf al bijzonder dat Van Neck de navelstreng linkswindend heeft weergegeven want volgens de literatuur die Van Andel verzamelde beelden bijna alle kunstenaars de navelstreng als rechtswindend af. Of dit aantoont dat het wel los loopt met de vermaarde scherpe observatie van de kunstenaar, of dat deze rechtswindend gewoon mooier vindt, valt te bezien. Van belang is dat ook binnen de de beroepsgroep die zich met geboorte, vroeggeboorte en abortus bezig houdt, vrijwel geen stelselmatige aandacht is voor de windingsrichting van de navelstreng.

In het buitenland was die interesse er, door de eeuwen heen, af em toe wel. Zo komen we aan het verbluffende gegeven dat in het westen zo'n 81 (plus of min 2) procent van de nieuwgeborenen ter wereld komt met een linksgewonden navelstreng en 12 procent met een rechtsgewonden streng. In India liggen die waarden opmerkelijk genoeg net andersom: 15 en 65 procent.

Er bestaat een veelheid van theorieën over het ontstaan van de windingen (een overzicht geeft Henry W. Edmonds in Am.J. Obs. & Gynec., januari 1954). Sommige zijn zeer gezocht, andere heel plausibel en toch aantoonbaar onjuist. Breed geaccepteerd lijkt de opvatting dat het embryo de windingen er zelf indraait. Ofwel door de eigen spontane beweeglijkheid, ofwel door de bewegingen die de beweeglijke baarmoeder hem dwingt te maken. In dat laatste geval zou de windingsrichting in feite een eigenschap van de moeder zijn. De genoemde Edmonds twijfelde sterk aan deze theorieën omdat al gewonden navelstrengen zijn gevonden bij embryo's van nog geen zes weken. Embryo's die nog nooit bewogen hadden.

Van Andel vraagt zich af of de windingsrichting niet gekoppeld is aan, of zelfs een uitdrukking is van, een andere asymmetrie in het lichaam. De meest voor de hand liggende asymmetrie in dit verband is de zogenoemde `situs inversus', een aangeboren afwijking waarbij de inwendige organen spiegelbeeldig liggen gerangschikt ten opzichte van de gewone toestand die `situs rectus' heet. Bij een situs inversus ligt de blindedarm en het zwaartepunt van de lever links, en de milt en de hartpunt rechts. Heel waarschijnlijk is een relatie tussen een rechtse navelstreng en een linkse lever niet want de situs inversus heet véél zeldzamer dan de rechtsgewonden navelstreng. Maar misschien wordt het voorkomen van een situs inversus onderschat. Interessant is dat de situs inversus op zijn beurt statistisch is gekoppeld aan andere afwijkingen in het functioneren van het menselijk lichaam.

Om kort te gaan: Van Andel heeft al voldoende hypothesen klaar liggen voor de relatie tussen de navelstreng en het functioneren van de rest van het lichaam maar het schort nog aan de basisgegevens. Het zou vaste praktijk moeten worden om bij de geboorte van een kind behalve de tijd, het gewicht enz. ook de windingsrichting van de navelstreng te noteren, maar het probleem is dat velen geen raad weten met het verschil tussen een linkse en een rechtse schroef.

Daar is ook niet in drie woorden een sluitende definite van te geven, zelfs niet als men de begrippen `met de klok mee' of `met de zon mee' invoert (wat al veel beter is dan het nietszeggende links of rechts). Het is verreweg het makkelijkst even een kurkentrekker of een gewone houtschroef te bekijken: die heeft zonder uitzondering rechts schroefdraad. Links schroefdraad is in de techniek van alledag sowieso zeldzaam: men vindt het in de linker fietstrapper, in een bepaald type draadspanner en bij sommige scheepsschroeven. Touw, garen en telefoonsnoer zijn soms wèl tegen de klok in geslagen. Heel veel, ook hoog opgeleide mensen denken dat een linkse schroef in een rechtse verandert als je hem van de andere kant benadert. Neem de proef op de som met de kurkentrekker en stel voor eens en altijd vast: dat is niet zo.

Pek van Andel houdt zich, via postbus of email van deze krant, beschikbaar voor informatie over gevonden verbanden tussen een averechts gewonden navelstreng en afwijkingen elders in het lichaam. De AW-redactie hoopt dat de getrainde kraam- en vroedvrouwen ook eens een blik werpen op kamperfoelie en haagwinde. Volgens Nicolai windt de een altijd linksom en de ander altijd rechtsom. De vraag is of hier ook geen uitzonderingen zijn te vinden.