MOEDER GEEFT AANGEBOREN GEBREK SOMS DOOR AAN BABY

Eén op de vijf meisjes met een aangeboren afwijking sterft voor ze vijftien is. Van de meisjes die wel volwassen worden heeft ruim de helft op haar dertigste één of meer kinderen. Vergeleken met leeftijdgenotes is dat laag, want van de vrouwen zonder aangeboren afwijkingen heeft tweederde kinderen. De kans dat moeders met aangeboren afwijkingen kinderen met dezelfde afwijking krijgen is ruim anderhalf keer zo groot vergeleken met de kinderen van de overige moeders. Frappant is dat zij dan vrijwel altijd dezelfde afwijking hebben als hun moeder.

Dit blijkt uit een Noors onderzoek onder de 459.433 meisjes die tussen 1967 en 1982 in dat land werden geboren. In 8192 gevallen werd in de eerste vijf dagen na de geboorte een aangeboren defect vastgesteld. In totaal werden 24 categorieën afwijkingen onderscheiden, zoals hazenlip, klompvoet, hartafwijkingen, open ruggetje en waterhoofd, nierafwijkingen, spier- en skeletafwijkingen en het syndroom van Down. (New England Journal of Medicine, 8 april).

De onderzoeksresultaten komen overeen met de resultaten van eerder onderzoek naar het voorkomen van aangeboren afwijkingen bij jongere broers of zusjes van kinderen met een dergelijk defect. De kans daarop was veel groter dan in een gezin zonder afwijkende kinderen. Bovendien bleek dat getroffen kinderen uit één gezin meestal dezelfde afwijking hebben. Het ziet er dus naar uit dat bij veel afwijkingen een erfelijke factor in het spel is, terwijl aangeboren afwijkingen de laatste decennia toch vooral met omgevingsfactoren (milieu-invloeden, leefgewoonten van de moeder) worden geassocieerd.

Volgens een redactioneel commentaar bij het artikel bevatten deze resultaten goed en slecht nieuws voor de getroffen vrouwen. Het goede nieuws is dat zij weliswaar een verhoogde kans hebben op afwijkende kinderen, maar dat die kans (4 procent) op zich tamelijk klein is. In Noorwegen hebben slechts vijf van de duizend kinderen met een erfelijke afwijking een moeder die er ook een heeft.

Het slechte nieuws is dat aangeboren afwijkingen de kans dat een meisje volwassen wordt en kinderen krijgt, aanzienlijk verkleint. Vrouwen met een hazenlip hebben overigens evenveel kans op kinderen als vrouwen zonder, terwijl vrouwen met klompvoeten significant minder vaak moeder worden. Aangezien sociale factoren hier geen rol zullen spelen, is dit alleen te verklaren door aan te nemen dat klompvoeten een zichtbare uiting zijn van een syndroom dat andere, nog onbekende en in elk geval onzichtbare kenmerken heeft.