HUMORLOZE HARKEN

Wetenschappelijke feiten komen vaak slecht over bij het grotere publiek. Saul Kripke noemt in zijn `Naming and Necessity' het voorbeeld van Einstein, die bij velen bekend staat als uitvinder van de atoombom. In de bijlage W&O van 3 april lanceerde Vincent Icke een vergelijkbaar stukje wetenschapsgeschiedenis. Hij klaagde de wiskundige Brouwer (``samen met nog wat andere denkers'') aan wegens een poging ``onze taal zo te herscheppen dat geen misverstand mogelijk was'', wegens ``een complete herdefinitie van de taal door het volledig omgooien van de grammatica''. Zo'n man, meent Icke, moet wel peilloos arrogant en ontzaglijk dom zijn, en bovenal, zo'n man zal wel met draconische dwang zijn ``Diktat'' willen opleggen.

Gelukkig valt dat allemaal nogal mee. Icke heeft waarschijnlijk een secundaire bron geraadpleegd en is vervolgens (met enige reden, zou ik zeggen) in woede ontstoken. Had hij er Brouwer zelf op nageslagen, dan had hij gemerkt dat hij in grote lijnen Brouwers visie uitdroeg. Brouwer was namelijk overtuigd van de onoverkomelijke tekortkomingen van de taal als middel van communicatie. Geen grammaticale precisie of wiskundige kunsttaal kon daar volgens Brouwer iets aan doen. Hij ging zelfs zo ver de formaliserende wiskundigen de les te lezen omdat consistentie in zo'n geformaliseerde wiskunde geen enkele garantie voor waarheid gaf. Het citaat over `consistency' en `little minds' zou Brouwer zeker plezier gedaan hebben, hoewel hij het waarschijnlijk niet in druk gebruikt zou hebben, omdat beledigen de waarheid ook niet zoveel verder helpt. Grammatica en spelling hebben Brouwer nooit geboeid, tot het eind van zijn leven gebruikte hij de spelling van zijn jeugd.

Waar komt dan dit misverstand vandaan? Waarschijnlijk van Brouwers betrokkenheid bij de significa, een tak van de taalfilosofie die tijdens de Eerste Wereld Oorlog in Nederland door Frederik van Eeden en anderen op poten gezet werd. De significi waren te veel individualist om een welomlijnde doctrine op de markt te brengen, ieder van de deelnemers aan de Signifische Kring had zo zijn eigen idee over de significa. In het algemeen was hun uitgangspunt ``dat de taal nimmer in staat is, enig deel der werkelijkheid adequaat af te beelden of weer te geven, doch de zg. betekenis der woorden enkel afhankelijk is van de uitwerking die de spreker er zich van voorstelt, of die de hoorder er van ondergaat''. In een nadere uitwerking gaf Brouwer aan dat een van de taken van de significa was het scheppen van een nieuwe woordenschat ten dienste van het spirituele leven, en daarvan afgeleid de sociale organisatie.

Frederik van Eeden ging zelfs zover op Icke's standpunt letterlijk te formuleren: ``De middelen tot zuivering moeten echter niet bestaan in het kunstmatig scheppen van een nieuwe, zuivere taal – hetgeen een onmogelijke opgaaf zou blijken (...)''. Significa werd voornamelijk gezien als onderzoek van de sociale en psychologische componenten van `betekenis'. Waarom Icke zijn pijlen op deze vriendelijke geleerden afschiet is dan ook niet zo duidelijk. Had hij zich gehouden aan een oude wetenschappelijke traditie, namelijk de oorspronkelijke teksten raadplegen, dan had hij Brouwer en de significi niet gebruikt als kapstok voor zijn ontstemming. Zijn kwalificatie van de genoemde ``denkers'' als ``humorloze harken' is misschien een begrijpelijk gevolg van zijn aversie tegen pseudo-intellectuele regelneven, zij kan echter onmogelijk gebaseerd zijn op persoonlijke bekendheid met de aard en geschiedenis van de betrokkenen. Wie zo lichtvaardig met dit soort kwalificaties omgaat, schiet gemakkelijk in zijn eigen voet.