HEELMEESTER VAN EEN VLAAMSE LEEUW

De Belg Johan Museeuw keert morgen terug in de `Hel van het Noorden'. Precies een jaar na de valpartij die bijna een eind maakte aan zijn wielerloopbaan. Zijn verzorger Dirk Nachtergaele heeft gebeden om de terugkeer van de `Leeuw van Vlaanderen'. ,,Johan is een halve God voor mij.''

Zoals Fausto Coppi vertrouwde op zijn blinde masseur Biagio Cavanna, zo vertrouwt Johan Museeuw blindelings op de zachte handen van Dirk Nachtergaele. Toen de Belgische wielervedette vorig jaar op `de intensieve' lag, smeekte hij om de komst van zijn heelmeester. ,,Of ik Johan zijn rug wilde komen kneden. Natuurlijk wilde ik dat. Ik heb hem gemasseerd en ik heb zachtjes geweend. Een beeld dat niet gewist kan worden.''

Nachtergaele vertelt over een andere ontmoeting in hetzelfde academisch ziekenhuis van Gent. Bijna twee maanden geleden waren de rollen omgedraaid en kwam Museeuw op bezoek bij zijn verzorger. Nachtergaele herstelde van een bekkenfractuur. ,,Johan kwam naar mijn bed gelopen en hield mijn hand vast. We hebben niks tegen elkaar gezegd. Twee gevoelsmensen die geen woorden nodig hebben.''

Museeuw keert morgen terug in de `Hel van het Noorden', waar hij vorig jaar zo pijnlijk onderuit gleed. Hij kwam ten val op de gladde kasseien in het Bos van Wallers. Nachtergaele vernam het ongeluk via de radio. Hij hoorde pas later dat de knieschijf van Museeuw gebroken was. Hij vreesde net als bijna alle Belgen voor het einde van een imposante wielerloopbaan. ,,Ik zou geen vriend, maar wel een coureur missen. En wat voor een coureur! Johan is een halve God voor mij. Als hij stopt met koersen, zal ik een beetje sterven.''

Maar Museeuw fietst weer en Nachtergaele leeft nog. Hij heeft hem vorige maand zien zegevieren in de semi-klassieker Dwars door België en vorige week zien uitblinken in de klassieker Ronde van Vlaanderen. Museeuw is naar eigen zeggen nog niet in topvorm. Hij mist explosiviteit in zijn linkerknie. Volgens Nachtergaele kunnen de concurrenten hun borst natmaken. ,,Als ik die hefbomen weer op en neer zie gaan; dat stuur, die blik, die tanden! Hij hoeft niet meer te winnen, maar als het moet zal hij morgen super zijn. Laat ons bidden dat de zon schijnt. Want Johan heeft serieuze schrik van de kasseien.''

Nachtergaele herinnert zich de chaotische taferelen in het Bos van Wallers. Temidden van duizenden toeschouwers kwam Museeuw vorig jaar ten val. Hij werd opgepikt door de wagen van de koersdokter en vervolgens op de achterbank over hobbelige kasseien vervoerd. ,,Er zijn in het bos helemaal geen vluchtwegen. Een zwaar ongeluk kan iemands leven kosten. Ik zag Johan in een flits voorbijrijden. Ik zag de blik op zijn gelaat. Voor mij was Parijs-Roubaix gedaan. Onze Franco Ballerini heeft die dag gewonnen, maar het enthousiasme was geveinsd. Godverdikkeme, Johan moest naar het hospitaal!''

Over het trage genezingsproces praat Nachtergaele met de zorg van een vaderfiguur. Zodra hij in de buurt was, reed hij naar het ziekenhuis waar Museeuw was opgenomen. ,,De eerste keer was het alsof ik mijn eigen zoon zag liggen na diens ooroperatie. Zijn ouders stonden wenend aan zijn bed. Ik heb ook getwijfeld, natuurlijk. Maar niks gezegd tegen Johan. Ik heb hem zoveel mogelijk vertrouwen gegeven. Ik ken het karakter van Museeuw. Voor het geld en de prijzen kon hij de fiets gerust aan de kant zetten. Maar met die bezetenheid en die sterke body moest een terugkeer mogelijk zijn.''

Hij herinnert zich de eerste aanraking met de verschrompelde onderbenen van Museeuw. De machtige dijen waren dunne kabels geworden. Nachtergaele liet niets merken, maar zijn wielerhart bloedde. ,,Hoe kon hij ooit nog terugkeren op topniveau? Museeuw is een medisch wonder gebleken. Hij is een voorbeeld voor alle patiënten.''

Morgen zit Nachtergaele aan de buis gekluisterd in zijn Belgische woonplaats Sint-Martens-Latem. Hij loopt nog met krukken en toont de gevolgen van een bekkenbreuk. Een litteken van veertig centimeter loopt diagonaal over zijn rechterbil. Welgeteld 38 ijzeren krammen staan haaks op de ritssluiting. Vergeleken met het leed van Museeuw mag hij niet klagen. Hij verwacht over zes weken terug te keren in het peloton. ,,Ik gok op de Ronde van Luxemburg. Langer kan ik niet wachten.''

Hij vertelt over zijn auto-ongeluk in de Ruta del Sol. Rustig rijdend op een landweggetje moest hij plotseling uitwijken voor een overstekende hond. De wagen belandde tegen de vangrail en de vangrail doorboorde het portier van de wagen. ,,Ik had geen pijn, geen schram, niks van alles. Maar toen ik uit de auto wilde stappen, dacht ik `godverdikkeme'. Het been wilde niet mee. Die vangrail sneed als een mes door mijn bekken. Ik heb hulp gezocht, maar ik kon niets zien. Ik miste mijn bril. Die heeft de hond waarschijnlijk meegenomen.''

In het ziekenhuis in het Spaanse Cabra werd Nachtergaele met een brancard door de operatiekamer gereden. Hij krijgt letterlijk kippenvel als hij het gebrek aan hygiëne in herinnering roept. ,,Ik dacht: `ben ik in Vietnam terecht gekomen'? Ik had een Syrische chirurg die met een aambeeld van vier kilogram aan het opereren sloeg. Ik wilde weglopen, maar ik kon niet weglopen. Toen is Patrick Lefevere, onze manager, aan het bellen gegaan om mij met spoed naar België te vliegen. Ik heb mijn tanden kapot gebeten van de pijn,maar de dag van aankomst was zo schoon als de geboorte van mijn kind. `Zijt gij niet de soigneur van Museeuw', vroegen de beambten.''

In Gent werd hij behandeld door dezelfde specialisten die de beroemde wielrenner hadden genezen. Op zijn beurt kwam Museeuw regelmatig op ziekenbezoek. Nachtergaele is nog altijd onder de indruk van de visite. ,,Johan is een eerlijk mens. Hij verdraagt geen leugens. Hij is introvert en daarom duurde het een paar jaar voordat we elkaar begrepen. Onze band groeit nog altijd. Die is niet in woorden uit te leggen. Ik heb zelf een zoon die de wielersport beoefent. Maar Johan is mijn echte wielerzoon.''

Bij de valpartij in Parijs-Roubaix zijn resten paardenstront in de wond van Museeuw geslopen, waardoor de wond werd geïnfecteerd. De ontsteking heet koudvuur en was in het verleden reden voor amputatie. In de Belgische pers speculeerde men over dopinggebruik dat de infectie zou hebben veroorzaakt. De toestand van Museeuw werd vergeleken met de paniekreactie in een Zwitsers ziekenhuis, waar wielrenner Mauro Gianetti na een onschuldige operatie in levensgevaar verkeerde.

,,Ik ben er een paar dagen kapot van geweest'', reageert Nachtergaele op de geruchten over doping. ,,Ongelooflijk, dat een renner als Johan op de slachtbank zou worden gelegd! Hij heeft zijn eigen grenzen in zijn lichaam verplaatst. Zoals Johan sport bedrijft, doen geen tien mensen in de ganse wereld hem na. Hij vereist het maximale van zijn lichaam. Hij is de enige renner die driehonderd kilometer op een dag kan trainen. Ik heb zoveel mannen op de tafel gehad – Raas, Zoetemelk, Anderson, Cipollini – maar zoals Johan is er geen tweede.

,,Hij heeft met de pedalen bewezen dat hij recht in de schoenen staat. Als hij zoveel domme dingen heeft gedaan, zou hij nooit tien jaar aan de top hebben gestaan. Hij heeft acht wereldbekerkoersen gewonnen. Niet dankzij talent, maar dankzij karakter. Zijn grootste troef. Hij heeft zeker niet gesjoemeld met doping. Hij wordt beklad met zaken die niet zijn te bewijzen. Sterker nog: met zaken die er niet zijn.''

Vorige week kwam de ploeg Mapei in opspraak na de gevonden ampullen amfetamine. De Italiaanse verzorger Tiziano Morassut had een pakketje gestuurd naar de familie Bugno. De soigneur zou op eigen houtje hebben gehandeld. Hij zit in voorarrest. Zijn Belgische collega beleefde de affaire op een afstand. Nachtergaele heeft Morassut, die sinds januari voor Mapei werkt, slechts een paar keer ontmoet.

,,De mens is een ondoorgrondelijk wezen. Na twee maanden kun je niet weten of iemand te vertrouwen is. Morassut was blijkbaar de rotte appel die we kwijt moesten. Ik heb vorige week vooral aan Johan gedacht. Hij miste een koersdag en ik weet als geen ander dat hij geen dag zonder fiets kan. Dan is hij gelijk een luipaard in zijn kooi. Over de ploeg ben ik helemaal niet nerveus geweest. De jongens valt niets te verwijten.''

Hij vertelt over zijn twintigjarige loopbaan als sportmasseur. Hij werkte in het begin voor de Nederlandse ploegleider Peter Post, die hem constant achter de vodden zat. Hij moest zich van Post blijven ontwikkelen en allerlei cursussen volgen. Met de introductie van de ploegarts, in het begin van de jaren negentig, was de rol van kwakzalver uitgespeeld. Nachtergaele mocht niet langer medicijnen verstrekken en vloeistoffen injecteren. Bij Mapei staat hij nu onder curatele van dokter Ivan van Mol.

,,Mijn IQ ligt een heel stuk lager dan het IQ van de dokter'', beseft Nachtergaele. ,,Ik weet exact waar mijn vak begint en ophoudt. Tegelijkertijd blijf ik mij verder ontwikkelen. Ik lees boeken en ik schrijf boeken. Er zijn in de wielersport veel veranderingen op sportmedisch gebied. U schrijft toch ook niet met de oude spelling? Ik beoefen mijn vak nog steeds met hart en ziel. Ik heb nog steeds mijn handen vol. Masseren is mijn hobby en mijn passie. Maar ik smeer met evenveel liefde een boterham voor de ploegleider.''

Hij toont zijn grote handen en beweegt zijn elastische vingers. Hij spreekt in lyrische bewoordingen over de tastzin, die in zuidelijke landen zoveel beter is ontwikkeld. ,,Spanjaarden en Italianen omhelzen elkaar de hele dag. Zij zijn gewend aan lichamelijk contact. Zij liggen ontspannen op de tafel. U kunt niet geloven wat ik meemaak met het lijf van Stefano Zanini. Hij is het laatste meesterwerk van Michelangelo. Gemaakt met hamer en beitel. Een soort Spartacus op de fiets. Een gladiator tussen de gladiatoren.''

Pratend over het lijf van Museeuw krijgt Nachtergaele een twinkeling in de ogen. ,,Hij is een mooie atleet, maar minder robuust dan Zanini. Zijn brede schouders, zijn smalle lende en zijn ronde kontje: precies eender met zijn zoontje Gianni. Mensenlief, ik kan niet wachten tot ik Johan weer in mijn handen voel. Vorig jaar was hij nog een levend lijk. Nu zit ik in de ziekenboeg. Maar als Johan kan terugkeren, moet het mij ook lukken. Hij is een voorbeeld voor de medemens.''