GEEN STRESS MAAR EVOLUTIONAIRE FINESSE KOST VOGELS GEWICHT

Op dit moment zijn vogels nog energiek en glansrijk met hun plannen voor het broedseizoen bezig. Over enige tijd zien ze er alweer, na het grootbrengen van een nest hongerige jongen, verslonsd uit. Afgepeigerd en daardoor ook nog eens vermagerd, zo lijkt het. In de loop van het broedseizoen neemt het gewicht van oudervogels met in het nest blijvende jongen inderdaad flink af. Het lijkt een geval van voortplantings-stress: vooral bij vrouwelijke zangvogels is er na het uitkomen van de eieren kenmerkend gewichtsverlies.

Het is niet zo'n vreemde veronderstelling, dat de periode van broedzorg waarin topdagen gedraaid worden, een flinke aanslag op de reserves en conditie van de ouders pleegt. Maar gedragsbiologen zien graag overal aanpassingen in, en vaak krijgen ze gelijk. In dit geval zou het gewichtsverlies goed uit kunnen komen: de oudervogels kunnen, zonder reserves die ze op het moment toch niet nodig hebben, veiliger en efficiënter voedsel zoeken en bij de jongen afleveren. Met een lager lichaamsgewicht zijn ze immers wendbaarder en bezuinigen ze flink op de vliegkosten. Lichte vogels vliegen goedkoop.

Fnuikende stress of een evolutionair handigheidje? Onlangs werd het op simpele wijze uitgezocht bij vrouwelijke Bonte vliegenvangers (Ficedula hypoleuca). Onderzoekers van de Universiteit van Oslo timmerden aan de nestkasten van deze ook in Nederland voorkomende soort een koffiebekertje. Dat werd al dagen voor het uitkomen van de eieren regelmatig gevuld met hoogst eetbare en eiwitrijke meelwormen. Of met nepwormen, waarvoor de Noren stokjes kozen (Ardea 86 (2), blz. 203-211).

De bijgevoerde vrouwtjes aten de aangeboden meelwormen altijd op. Niettemin was er geen verschil tussen het gewichtsverlies bij de ontvangers van meelwormen of nepwormen. Het lichaamsgewicht van de experimentele vogels in beide groepen daalde altijd met vijf tot zes procent bij het uitkomen van de eieren, met het grootste gewichtsverlies bij vrouwtjes die aanvankelijk het zwaarst waren.

De voortplantings-stress-hypothese kan dus wat gewichtsverlies betreft opzij worden geschoven. Hier is een evolutionaire aanpassing met verfijnde timing uitgevoerd: de vermagering valt samen met het begin van de koortsachtige jacht op insecten voor de jongen. Per eenheid eigen energieverbruik kunnen de oudervogels door hun vermagering simpelweg meer voer aanslepen. En hun grotere wendbaarheid komt ze vooral ook ten goede in het intensieve verkeer met sperwers en andere roofvogels, zo weten de onderzoekers aannemelijk te maken. Tegelijk laten de Noren zien dat in een tijd van hightech dieronderzoek ook met een simpel bakje meelwormen en een veerbalans wetenswaardige zaken zijn te achterhalen.