Een dorp waar niets gebeurt

Twee Libiërs werden deze week overgevlogen naar Kamp Zeist. Ze zullen er terechtstaan voor hun aandeel in de ontploffing en crash van een PanAm Boeing boven het Schotse Lockerbie, tien jaar geleden. Hieke Jippes was destijds als verslaggever ter plaatse. Deze week keerde ze terug naar een zwijgzaam dorpje. `Het praten erover is nu wel genoeg geweest.'

Op de berg Thundergarth, enkele honderden meters boven Lockerbie, breekt de dag grauw en regenachtig aan. Zo hoog en noordelijk is de lente nog niet gekomen: alleen de weilanden zijn vol lammetjes. De kerk, grijs graniet in een leeg en somber landschap, heeft tegenwoordig een parkeerplaats en – speciaal gebouwd tussen de verweerde grafstenen op de begraafplaats – een remembrance room: een herdenkingsruimte. Die ligt hemelsbreed nog geen driehonderd meter verwijderd van de plek waar de neus van een Boeing 747, losgescheurd van de rest van het toestel, zich in de aarde boorde. Op 21 december 1988, even na zeven uur 'savonds. Een bordje meldt waar de sleutel, op verzoek, te verkrijgen is.

Zelfs op deze willekeurige dinsdagmorgen in april worstelt een groepje mensen zich door de wind over het kerkhof. Een man, een kind en twee vrouwen. Een van de vrouwen huilt. De man ontsluit het hokje. Ik heb het hart niet ze te volgen en wacht dus buiten op de parkeerplaats. De wind schudt aan de auto. Zo'n zelfde wind blies tien jaar geleden bezittingen, behorend aan de 270 slachtoffers van vlucht PanAm 103 – 259 in de lucht en 11 op de grond – tot negentig kilometer ver de Noordzee in.

Ik ben naar Lockerbie teruggegaan om te zien hoe het dorp na ruim tien jaar reageert op de overdracht van Abdel Baset Ali Mohamed al-Megrahi en al-Amin Khalifa Fhimah aan Schotse rechters in Kamp Zeist. Zij zijn de twee Libiërs die dood en verderf zouden hebben gezaaid boven een dorp in Schotland van het soort waar `nooit iets gebeurt'.

De laatste keer dat ik hier was, zo'n zes uur na de explosie, was het nacht. De straten waren vol mensen. Brandweerlieden sleepten met slangen, tientallen ambulances wachtten en onder al die voeten knerpten en tinkelden kluiten aarde, takken, bladeren en stukjes metaal, over de herkomst waarvan je niet te diep wilde nadenken.

Op ten minste drie verschillende plaatsen woedde brand: in de woonwijk Sherwood Crescent, pal naast de autoweg Carlisle-Glasgow, waar de met brandstof geladen vleugels neerkwamen in een alles verzengend vuur; in het hoger gelegen Rosebank, aan de andere zijde van het dorp, waar de staart langs een huis schampte en het brokstukken en lichamen regende, en in Tundergarth. Over de chaos hing een sterke lucht van kerosine, maar in een ruimte in het hart van het dorp stonden toen al vrouwen boterhammen te smeren en thee te zetten voor de hulptroepen. Het was cliché Tweede Wereldoorlog materiaal: er gebeurt een ramp en dit stoïcijnse volk sluit – samen sterk – de rijen. To rally round: Lockerbie heeft het begrip de afgelopen tien jaar nieuwe inhoud gegeven.

De slachtoffers aan boord van PanAm 103, onderweg van Frankfurt via Heathrow naar New York, waren verspreid over 21 nationaliteiten, onder wie vooral Amerikanen. Er waren ook Engelse slachtoffers, zoals Flora, de 24-jarige oudste dochter van dokter Jim Swire, een huisarts uit Worcestershire en zijn vrouw Jane. Flora was een briljante academica en stond – denken de Swires – op het punt haar ouders voor kerst te verrassen met de mededeling dat ze een prestigieuze onderzoeksplaats aangeboden had gekregen.

De Swires hebben nog twee kinderen, maar het lot van Flora – en vooral het vermoeden dat de Britse overheid had geweten van een vermoedelijke aanslag – veranderde Jim Swire van `een gemiddelde plattelandsdokter' in `een gedrevene'. In de ruim tien jaar sinds hij de rol van woordvoerder van de Britse Lockerbie-nabestaanden op zich nam, heeft de Britse televisiekijker de dokter steeds magerder, steeds droger, steeds verbetener zien worden. ,,Jim Swire wordt gedreven door obsessie'', zegt menigeen die het Lockerbie-drama heeft gevolgd. ,,Die man heeft tunnelvisie: hij kan aan niets anders meer denken.''

Swire erkent: de zoektocht naar gerechtigheid heeft hem zijn praktijk, zijn inkomen en bijna ook zijn huis en zijn huwelijk gekost. Hij lobbyde de afgelopen tien jaren overal waar hij maar invloed dacht te kunnen uitoefenen: op Europese topontmoetingen, bij vergaderingen van de G-7. In Libië drong hij zelfs door tot kolonel Gaddafi zelf. Voor de media werd hij een vast ornament. Bij elke nieuwe complottheorie, bij elke zucht uit Libië of uit de VN: even Jim Swire bellen. Niet dat zijn afgemeten commentaar tot enige vooruitgang leek te leiden.

Swire's collega's waren aanvankelijk tolerant, maar gooiden hem uiteindelijk de praktijk uit: Lockerbie ging bij Jim Swire altijd voor en dat kon niet. Nu freelancet hij toch weer voor ze. De dag vóór de overdracht is Swire, zegt hij aan de telefoon, ,,vol kalm vertrouwen dat de uitlevering nu eindelijk doorgaat''. We maken een afspraak voor woensdagavond, ,,want ik ben ook nog huisarts en op woensdag doe ik praktijk''. Maar op dinsdag stort hij in en op woensdag is hij ,,helemaal niet in orde''. Het vraaggesprek gaat niet door. Jane Swire zei het al in een interview met The Daily Telegraph: ,,Mijn man zou vermoedelijk een zenuwinzinking, of nog veel erger, hebben gehad als hij zich hier niet zo zou hebben ingegooid. Het is voor ons allemaal een enorme belasting geweest en soms hebben we aan onze nagels boven de afgrond gehangen.''

Hemel-bewaar-me

Marjorie McQueen is, net als Jane Swire, ook doktersvrouw. Geboren en getogen in Lockerbie en al 26 jaar getrouwd met de plaatselijke huisarts, Kenneth McQueen. Aan de telefoon klonk ze beleefd, maar enigszins vermoeid over de hernieuwde belangstelling van de pers. In de dagen voor afgelopen Kerstmis heeft Lockerbie net – en zo gedempt mogelijk – het verstrijken van tien jaar herdacht. ,,En eerlijk gezegd heeft een aantal mensen besloten dat het praten erover nu wel genoeg is geweest.''

Bij haar thuis is de ontvangst uiteindelijk allerhartelijkst, maar ze zegt: ,,Iedereen denkt altijd maar dat wij hier in Lockerbie steeds maar buiten op straat in groepjes over die vliegramp staan te praten. Nou, het eerste jaar misschien. Maar het leven gaat door. En wij willen weer terug naar wat we waren. Een gewoon dorp, van het soort waar nooit iets gebeurt.'' Maar erop rekenen, dat dat ook snel gebeuren zal, doet ze niet.

Gideon Pringle, die al die jaren de Lockerbie Friendship Group voor nabestaanden heeft gerund, is al even weerspannig. Het is omdat Middelburg in 1989 een bus vol kinderen uit Lockerbie op een vakantie in Nederland heeft getrakteerd, maar anders: ,,We zouden hier met die tienjarige herdenking Blair krijgen. Alsjeblieft niet, hebben we gezegd. Er was zelfs sprake van Clinton, de hemel-bewaar-me. De veiligheidsmaatregelen die dat met zich zou hebben meegebracht zou het hele leven hier weer op zijn kop hebben gezet. Zelfs de royalty hebben we weg kunnen houden van de herdenkinsgdienst. Prins Philip heeft 's middags een krans gelegd in de Garden of Remembrance op de begraafplaats en dat was dat.''

Natuurlijk weet iedereen nog precies wat hij aan het doen was op het moment van de klap. Marjorie McQueen zat met haar dochter televisie te kijken – This is your Life – en dacht dat de verwarmingsketel in huis ontplofte. Dokter Kenneth McQueen had net een partijtje snooker in Dumfries gespeeld – het weer was te slecht voor de golfbaan – en was op weg naar huis. George Stobbs, hoofd van de plaatselijke politie, zat thuis, in het volgende dorp, en zei tegen Maisie, zijn vrouw: ,,Wat was dat voor geluid?'' Gideon Pringle en zijn vrouw Emma, in de buurt van de golfbaan, voelden hun huis schudden. Harvey Thomson, de politieman die later alle bezittingen zou registreren en terugbezorgen, was toevallig op het bureau in Dumfries en dacht toen de melding van een explosie in Lockerbie binnenkwam hetzelfde als iedereen: dat een van die hinderlijk laagvliegende straaljagers van de RAF eindelijk een ongeluk had veroorzaakt.

Bert Houston, een freelance verslaggever die die avond nieuws bewaakte op de redactie van BBC Cumbria – de vaste staf was vertrokken voor de jaarlijkse Christmas Party – dacht dat aanvankelijk ook. Hij was de eerste verslaggever ter plaatse en meldde binnen een half uur nadat de luchtverkeersleiders PanAm 103 van het scherm hadden zien verdwijnen, drie minuten over zeven, een vermoedelijke explosie bóven Lockerbie. Om acht uur berichtte hij live voor BBC Londen: twee ooggetuigen hadden brokstukken uit de lucht zien vallen. Het zou het laatste directe bericht uit de plaats zelf zijn: vanaf even na acht uur weigerden alle draagbare telefoons en waren alle land-telefoonlijnen geblokkeerd.

Polsslag

Iedereen zegt dat we niet moeten vergeten dat het bijna Kerstmis was. George Stobbs had precies twee agenten paraat: de overige zeventien waren met verlof voor de feestdagen. Marjorie McQueen verwachtte gasten en had gelukkig de boodschappen al gedaan: ,,Er waren sloten drank, de diepvries was afgeladen en er stonden bedden opgemaakt.'' Dat kwam goed uit toen Kenneth de volgende ochtend thuiskwam met de hele medische ploeg, die die nacht bezig was geweest met het zoeken naar overlevenden – en het labellen van de doden. ,,Ik was net de week daarvoor gekozen tot voorzitter van de golfclub. Nu stond ik de hele nacht in het weiland er pal naast zo'n zestig lichamen te identificeren. Volgens de Schotse wet ben je nu eenmaal niet dood, als een dokter dat niet gezegd heeft.''

Hulp kwam van alle kanten, vertelt Kenneth McQueen: ,,Een crash-team uit Edinburgh, kerels uit Manchester, echte gung ho-types van de eerste hulp, maar ook gewone artsen uit de wijde omgeving: veertig, vijftig man in totaal. Mijn collega in de praktijk was als eerste gealarmeerd. Hij was naar Thundergarth geroepen: er was een bericht dat de co-piloot nog polsslag had. Niet waar. Van mijn collega hoorden we dat de neus die van een Boeing 747 was en niet die van een straaljager.

,,Achteraf lijkt alles wat we deden zo futiel: al die ambulances, al die ziekenhuizen die in gereedheid waren gebracht – ze waren allang niet meer nodig, niemand overleeft een explosie op 30.000 voet. Maar die gedachte kwam gewoonweg bij niemand van ons op. De hele nacht waren we bezig met doodverklaren en labellen en de volgende morgen nam een team van ik geloof de RAF het identificatiewerk van ons over. In hun ogen hadden we het allemaal verkeerd gedaan en ze begonnen van voren af aan.''

George Stobbs, als eerstverantwoordelijke politieman, was bij de eerste berichten in zijn uniform geschoten en had zijn standaardrugzak met bergreddingsmateriaal achter in zijn auto gegooid. De vervreemding, zegt hij, was totaal.

,,Op het bureau greep ik een hoofdlamp en een van de twee politieradio's, want er was melding van brand in Sherwood Crescent en ik wilde eerst zelf zien hoe dat erbij lag vóór ik in het wilde weg orders ging uitdelen. In het dak van het bureau – 25 cm beton – zag ik een gat. Later bleek dat een fragment van de huizen op Rosebank, driehonderd meter verderop, erdoor was geslagen. Maar de betekenis daarvan wilde niet tot me doordringen.

,,Overal lagen takken, aarde, stenen, rotzooi. Naar ik aanneem ook menselijke resten. Op weg naar de brand scheen ik met mijn zaklantaren in een steegje: er lag een lichaam. Het was iemand die ik niet kende, maar ik legde nog geen verband met een vliegtuigexplosie. Bij de benzinepomp, aan de overkant, stond een berg rubberbanden in brand en hoewel twee mensen bezig waren met blussen, dreef de wind de vlammen toch in de richting van de uitlaatroosters van de ondergrondse benzinereservoirs. Ik dacht toen nog: als dat explodeert!

,,Sherwood Crescent zelf kan ik alleen beschrijven als mijn voorstelling van hoe de hel er uit moet zien. Trottoirs waar de vlammen uit omhoogschoten – de gasleiding – heggen die in brand stonden, ramen die uiteen spatten, deuren die knallend uit hun sponningen knapten en – ik zie het nog – links van me een gietijzeren hek dat als een druipkaars wegsmolt. En tegen het licht van die grote brandende massa één brandweerman met een brandslang waaruit geen water kwam. Stel je voor: een weiland van vier hectare met daarin een waterleidingbuis van vijftien centimeter doorsnee en dat vliegtuig moest precies dáárop terechtkomen.''

George Stobbs weet wat de buitenwereld in die tijd dacht: moesten de resten van PanAm 103 nou uitgerekend terechtkomen in een boerenkinkel-politiedistrict? Dumfries en Galloway, de kleinste regio van Schotland. In Lockerbie zelf had Stobbs op het moment van de explosie de leiding over twee brigadiers en zestien agenten – op papier. Op de ochtend na de ramp was het aantal politiemensen in Lockerbie 1.023. ,,En dan reken ik die lui van de FBI niet eens mee. Waar kópen die mensen toch die regenjassen?''

Twee lijkjes

De manier waarop justitie en politie in Dumfries en Galloway het vooronderzoek naar de moord op 270 slachtoffers van de explosie hebben aangepakt, zal in Kamp Zeist tegen het licht worden gehouden. Maar nu al is er internationaal bewondering voor de manier waarop de verdere gevolgen van de ramp zijn afgehandeld. ,,Wij hadden al snel besloten dat alle bezittingen die we vonden, inclusief de kleding die de mensen aanhadden, zoveel mogelijk aan de nabestaanden moesten worden teruggegeven'', zegt Stobbs. ,,Voor zover ik weet zijn wij de eersten die dat gedaan hebben.''

`Lockerbie' geldt mede daardoor als een modelrampenplan-post-vliegtuigcatastrofe en er wordt in het dorp trots gerefereerd aan het feit dat onder anderen alle burgemeesters in Nederland daarvan een beschrijving zouden hebben gekregen.

Stobbs: ,,Terugkijkend is er natuurlijk in die eerste uren veel fout gegaan. Onze eerste prioriteit was dat vóór het licht werd, alle lichamen afgedekt en bewaakt zouden zijn. Er lag een lichaam op een dak: dat moest er afgehaald worden voor het hele dorp dat kon zien. 's Avonds nog kwam er bericht dat een boer op zijn land twee lijkjes van kleine kinderen had gevonden: waar moest hij die laten? Wij hebben hier een lijkenhuis voor twee en dat was vol.

,,We hebben toen gezegd: voorlopig maar even in het gemeentehuis. Dat heeft tot het misverstand geleid dat het stadhuis de plaats was waar alle lijken en stoffelijke resten moesten worden ondergebracht. Voor we het wisten lag het daar vol. Dat was geen doen: er waren geen lijkenzakken, dus de plaatselijke golfkartonfabrikant moest bijspringen. Maar de lijken lagen boven, de patholoog-anatomen werkten op de begane grond en er begon van alles te lekken, nog afgezien van het feit dat er gezeuld moest worden: trap op, trap af. Toen had iemand het lumineuze idee van de kunstijsbaan. Maar daar vroor alles aan het ijs vast. Dus moest de baan worden ontdooid, waarna we de lichamen op pallets op het nieuwe ijs konden leggen.''

Zelfs de professionals hadden moeite hun emoties te bedwingen bij de aanblik van zovéél gemangelde lichamen, vele nog zo jong. Kenneth McQueen draaide destijds zijn hand niet om voor de veertig snijtafels waaraan hij medische studenten een tijd lang anatomie placht te onderwijzen. George Stobbs dacht dat hij in zijn lange politiecarrière alles wel gezien had. Harvey Thomson zegt: ,,Als politieman was ik gewend aan verdriet. Maar zoveel verdriet bij elkaar...''

En toen arriveerden de nabestaanden. Terwijl George Stobbs op het bureau volhield dat alle passagiers meteen en zonder te veel lijden in de lucht gestorven moesten zijn, organiseerden de 3.500 inwoners van Lockerbie zich in `vriendschapscomités' die tot op de dag van vandaag voortbestaan. Familieleden werden vervoerd en verwelkomd, ondergebracht en getroost, en – stukje kaart met kruisje in de hand – alleen gelaten op de plek waar hun dierbaren waren gevonden. Als ze waren gevonden.

Harvey Thomson kent de inzittenden van PanAm 103 allen bij naam en gezicht. In de voorkamer thuis laat hij een dikke map met brieven en foto's van de families zien: correspondentie die eerst formeel begint met `Dear sergeant Thomson' en uitloopt op `Dear Harvey and Margaret'.

In zijn fabriekshal vol bezittingen kwam Thomson details te weten over het privé-leven van de inzittenden van PanAm 103, die hij de nabestaanden soms genadiglijk heeft onthouden. De incidentele buitenechtelijke affaire, de onthullende foto's – als het mogelijk was, heeft hij ze verzwegen. Hij put zijn voldoening uit de overhandiging van die ene portefeuille met foto's, de laarsjes van een kleinkind, die miraculeus intact gebleven fles wijn die een zoon zijn moeder als kerstcadeau beloofd had te zullen meebrengen uit Duitsland.

Wat de slachtoffers op de grond betreft, die lijken, wanneer je vandaag naar ze vraagt, wel nooit te hebben bestaan. Stobbs en de McQueens zeggen dat het komt doordat hele gezinnen werden weggevaagd, die bovendien `nieuwkomers' in het dorp waren, met familie in verre plaatsen als Stirling en Glasgow. Dat ene jongetje, dat vader, moeder en zusjes verloor, maar zelf aan het vuur ontsnapte omdat hij bij de buren een fietsband voor zijn zusje aan het plakken was, is opgenomen door oudere broers ergens in Blackpool. Het gerucht gaat dat het vele geld dat de verzekering hem uitkeerde, alleen maar tot verder ongeluk heeft geleid. Een drugsoverdosis in het Verre Oosten – maar niemand weet er hier het fijne van.

Met het proces in Kamp Zeist hebben ze – zeggen alle geïnterviewden – net zoveel en net zo weinig te maken als elke andere willekeurige Brit. Hun gaat het erom dat de nabestaanden voldoening kunnen putten uit het idee dat nu eindelijk de waarheid – of het jarenlange gedraai over de waarheid – op tafel komt.

,,De werkelijke zondaars zullen wel niet worden gestaft, maar ik heb wel gevoel voor de symboliek van het gebaar'', zegt Kenneth McQueen. ,,Maar ik ben natuurlijk Jim Swire niet en als het om mijn dochter ging, zou ik wel anders praten. Voor mij is het allemaal een beetje ver weg gedreven.'' ,,Dit is Jim's dag: helemaal van hem'', zegt Marjorie.

,,Of ik in Zeist op de publieke tribune zou willen zitten'', peinst Harvey

Thomson. ,,Nou vraagt u me wat... Nee, ik houd me maar vast aan de nabestaanden. Ik wil wat zij willen. Eindelijk weten waarom.''

Jim Swire was nog steeds ziek. Jane Swire zegt dat zij met haar man één allesoverheersende emotie deelt: die van opluchting. ,,Zelfs al blijken die twee onderdeel van een groter plan, dan nog was het verdorven en doortrapt wat ze deden. En ook als het bewijs niet voldoende is om ze te veroordelen, dan zullen we dat moeten aanvaarden. Onze levens, en die van andere nabestaanden, blijven overschaduwd door de tragedie van een groot persoonlijk verlies. Daar helpt geen moedertje-lief aan. Maar als de ontbrekende stukjes van de legpuzzel eindelijk kunnen worden gelegd, dan benaderen we misschien iets wat in de buurt komt van waarheid en gerechtigheid.

,,Ik weet zeker dat Jim in Zeist zal willen zijn zodra het proces begint. En ja, ik zal met hem meegaan, maar er niet steeds maar zijn. Ik denk niet dat dat iets zou oplossen. Het beste waarop wij – en de wereld in het algemeen – kunnen hopen is dat waarheid en gerechtigheid zegevieren. Het klinkt hoogdravend: maar het is het enige goede wat uit al die ellende kan voortkomen, het beste wat deze wereld nog heeft te bieden.''