Eddy Swaab maakte bijna altijd winst

In het dossier van het beursfraude-onderzoek passeren vele dubieuze transacties de revue. Toch twijfelen juristen over de hardheid van de bewijslast tegen Eddy Swaab, de spin in het web van Nederlands' grootste beursfraudezaak.

Eigenlijk hadden ze bij de Robeco Effectenbank altijd al twijfels bij de handel en wandel van Eddy Swaab. Althans, zo valt op te maken uit de getuigenverklaringen die Robeco-employees tegenover justitie hebben afgelegd in het kader van `Operatie Clickfonds'.

Justitie ziet Swaab als een van de hoofdverdachten in het beursfraude-onderzoek en probeert dat in het dossier zoveel mogelijk te onderbouwen. Daartoe is gedetailleerd in kaart gebracht hoe Swaab opereerde bij een viertal financiële instellingen in de periode 1985-1997: Eduard de Graaff, Van Meer James Capel, Bank Bangert Pontier en Robeco Effectenbank. Bij de laatste was Swaab tussen 1990 en 1994 cliënt. Volgens justitie gebruikte hij drie trustmaatschappijen, één Ierse (Kilgarvan) en twee uit Liechtenstein (Wenzu- en Griosa Foundation). Daarnaast deed Robeco gewoon transacties met Swaab's effectenkantoor, Financial Trading & Consultancy (FTC). Robeco was over FTC blijkbaar zo enthousiast dat in 1991 voor ongeveer 1,5 miljoen gulden zelfs een deelneming van 20% werd genomen in Fitracon Holding uit Curacao, waarvan FTC een volle dochter is. Swaab was bij Robeco geïntroduceerd door de toenmalige directeur van Robeco Effectenbank, L. van Nieuwkerk, die tot op de dag van vandaag commissaris is bij FTC. Eddy Swaab was dus méér dan alleen maar een klant.

Uit de getuigenverklaringen van de Robeco-werknemers blijkt dat er al snel twijfels rezen. Zo bleef onbekend wie de werkelijke eigenaren achter de drie rekeningen waren. En het was opmerkelijk dat deze drie rechtspersonen, zoals Robeco effectenhandelaar L. Burkels het verwoordt, altijd ,,grote winsten hadden'' en er sprake was van ,,orders waarbij het positieve resultaat al vast stond''. Oud-directeur C. van Breugel stelt dat Swaab op effectentransacties voor ,,99,5% positieve resultaten realiseerde''. En oud-directeur P. Budde constateert: ,,Pas enkele dagen na toewijzing door Robeco Effectenbank, deelde Swaab mee op welke cliënt de uitgegeven stukken moesten worden geboekt''. Ook vertelt hij eens door Swaab en Van Nieuwkerk te zijn benaderd ,,om Kilgarvan bij een transactie er tussen te plaatsen''. Van Nieuwkerk, gevraagd om een reactie, noemt deze laatste verklaring ,,flauwekul''. Hij wijst erop dat onderzoek nooit heeft aangetoond dat er iets mis was met de transacties: ,,Wij hebben alleen maar gewone zaken met FTC gedaan.''

Toch zijn de twijfels over de transacties van Swaab al eerder in het Clickfondsonderzoek opgetekend. Ook toen ging het om de activiteiten van een aantal rechtpersonen van Swaab bij een respectabele financiële instelling: Bank Bangert Pontier (BBP), waar hij in de periode 1992-1997 cliënt was. Ook bij BBP werden opmerkelijke transacties gedaan, maar net als bij Robeco, werd ook daar geconstateerd dat er volgens de regels niets onrechtmatigs aan was. Wel deed Swaab bij BBP grote contante kasopnames (in totaal bijna zeven miljoen gulden) en dat deed de bank eind 1997 de das om. BBP werd overgenomen, de directie moest het veld ruimen en de zaak werd geschikt met justitie.

Bij Robeco is daar allemaal geen sprake van. Swaab heeft bijvoorbeeld nooit contante kasopnames gedaan, maar het bedrijf slechts als `facilitair instrument' gebruikt. Toch wil Robeco niets meer met hem te maken hebben, hoewel er, totdat de publiciteitshausse over de beursfraude in 1997 losbrak, gewoon nog zaken werd gedaan met FTC. Dat is nu niet meer het geval, vertelt een woordvoerder, en van de deelneming in FTC wil men ook zo snel mogelijk af. Het belang is inmiddels afgeboekt, en ligt volgens de woordvoerder ,,in de kast waar we er niets mee doen''.

Voor Robeco is Swaab een besmette naam geworden omdat inmiddels wel duidelijk is welke verdenkingen tegen hem heersen. Justitie, zo valt uit het dossier op te maken, denkt sterke aanwijzingen te hebben die aantonen dat Swaab talloze transacties deed waarbij, met hulp van contacten bij andere financiële instellingen, vantevoren vast stond waar de winst kon worden gehaald. Die werd vervolgens via zijn rechtspersonen weggesluisd. Het OM hoopt via een overvloed aan gedetailleerde gegevens uit agenda`s, taps van telefoongesprekken en documenten te bewijzen dat er allemaal opzet in het spel was. Toch hebben gespecialiseerde juristen twijfels over de hardheid van de bewijslast. Bovendien moet nog maar blijken of het justitie ooit nog lukt om de verdachte zelf überhaupt voor het hekje te krijgen. Vanuit zijn huidige woonplaats in Zwitserland zal hij zich wel duizend keer bedenken voordat hij één stap over de grens zet.