Demonen aan de Dijk

Na een lijdensweg van ruim anderhalf jaar werd Dick de Boer in december ontslagen als trainer bij voetbalclub Volendam. Al die tijd was de coach door zijn dorpsgenoten geterroriseerd. `Mijn zoon werd in elkaar geslagen, omdat zijn vader geen punten pakte met Volendam.' Het verhaal van een karaktermoord.

Hij had het al voorspeld: iedereen in Volendam weet waar Dick de Boer woont. ,,Het huis met die bordeauxrode voordeur'', zegt de vrouw achter de wandelwagen. ,,Typisch Volendam'', zegt De Boer als hij dat hoort. ,,Als je mij zou vragen welke kleur mijn voordeur heeft, zou ik toch even moeten nadenken. In dit dorp weet iedereen alles van elkaar. Dat maakte het werken bij de voetbalclub Volendam ook zo moeilijk. Het nieuws ligt hier al op straat nog voor het is gemaakt.''

Soms maant zijn vrouw hem tot kalmte als hij zich laat meeslepen door zijn emoties. Maar vier maanden na zijn ontslag als coach van Volendam worstelt Dick de Boer nog dagelijks met de vraag waarom hij door zijn dorpsgenoten op de brandstapel is gelegd. ,,De Volendammers willen het liefste dat ik mijn mond houd. Mijn kop moest eraf. Maar hij zit er nu weer op, dus zand erover en er vooral niet over praten, zo wordt hier gedacht'', zegt De Boer. ,,Maar na lang aarzelen besef ik dat wat mij is overkomen, symbolisch is voor de verloedering van dit prachtige dorp.'' We lopen vanuit zijn huis langs het stadion van Volendam, waar die middag een doodse stilte heerst. Alleen Cees de wasman staat voor de poort. ,,Let op wat er nu gaat gebeuren'', waarschuwt De Boer.

De dag nadat FC Den Bosch de derde periodetitel in de eerste divisie heeft gewonnen ten koste van Volendam roept de wasman tegen De Boer: ,,Ik heb een kaarsje gebrand in de hoop dat Volendam de derde periodetitel niet zou winnen. Anders was het nu feest geweest.'' En ongevraagd: ,,Vice-voorzitter Van de Rijt stuurde me zomaar weg uit de catacomben van het stadion, terwijl dat mijn werkterrein is. De spelers willen toch in schone shirts trainen? Nou ja, als ze trainen. Ze hebben sinds de Pasen alweer drie dagen vrij gehad en op de laatste training waren er maar vijf spelers.''

De Boer knikt vriendelijk en verzucht even later: ,,Dat bedoel ik nou. Zou Cees zulke dingen niet ook hebben gezegd, toen ik hier nog trainer was?''

Het huidige bestuur van Volendam verwijst gretig naar het bewind van Dick de Boer als excuus voor de tegenvallende resultaten in de eerste divisie. ,,Ik kan geen onrecht verdragen, daarom heb ik in mijn carrière wel honderd gele kaarten gekregen'', zegt De Boer. ,,Niet dat ik daar trots op ben. Maar als een medespeler zich niet kon verweren, zou ik dat wel even recht zetten. Volgens vice-voorzitter Van de Rijt zou ik oneerlijk zijn geweest tegenover de spelers. Die opmerking maakte me hels. Zelfs het laatste beetje respect werd me nog afgenomen.''

Hij laat een grote wenskaart zien, getekend door alle spelers van Volendam. ,,En ze moesten vooral niet tekenen als ze het daar niet mee eens waren. Hier, nog een brief van Marco Gentile, hij vond mijn trainingen een feest. Zo heb ik nog wel 35 brieven van mensen die me hebben bedankt, zelfs van spelers die ik weggestuurd heb. Daarom deed het zo'n pijn te lezen dat die viezerik mij van oneerlijkheid beticht. Ik lieg namelijk nooit, ik ben ook niet berekenend. Wekelijks komen hier nog tien tot vijftien spelers langs.''

De Boer is verbitterd door de houding van het Volendam-bestuur. ,,Eerst boden ze me eenvijfde aan van het bedrag waarop ik recht heb. Vervolgens riep mijn eigen perschef doodleuk dat ik de club een poot uit wilde draaien, terwijl ik 120.000 gulden heb laten schieten om de club tegemoet te komen. Ik heb nu spijt als haren op mijn hoofd, want die club heeft me nota bene bijna mijn leven gekost. Wekenlang heb ik moeten wachten op mijn geld. Nu kan ik deze affaire afsluiten en krijgt mijn gezin eindelijk rust.''

Zijn vrouw: ,,Onze dochter heeft precies hetzelfde karakter als Dick. Zij is nu nog in staat naar die kerel (Van de Rijt) te stappen om hem in elkaar te slaan. Hij kan haar maar beter niet tegenkomen.'' Juist de smeekbede van zijn 25-jarige dochter, die getrouwd is met oud-Volendam-keeper Edwin Zoetebier, deed De Boer beseffen hoe zeer zijn gezin had geleden onder zijn werk bij Volendam. ,,Ik vroeg haar wat ze wilde hebben voor sinterklaas. Ze antwoordde: `ik wil maar één ding, dat jij stopt bij Volendam'. Ik kon wel door de grond zakken van ellende. Ik realiseerde me plotseling hoe kwetsbaar mijn gezin al die tijd is geweest.''

Harde werkers

Het intensieve contact met de spelers en de leden van zijn technische staf heeft Dick de Boer overeind gehouden in een periode van zijn leven, die hij een ander ,,nog voor geen miljoen zou gunnen''. Voor zijn club gaf De Boer een loopbaan van 27 jaar in het onderwijs op. Wie had Volendam na het vertrek van coach Hans van der Zee in 1997 beter kunnen leiden dan de ras-Volendammer Dick de Boer, die slechts de gordijnen in zijn huiskamer hoeft te openen om het stadion te zien? Jarenlang had hij voor ,,een fooi'' gevoetbald bij Volendam. Hij kende de club beter dan wie ook en hij wist ook dat enthousiasme in Volendam al snel verandert in cynisme. ,,De Volendammer is van nature trots op de club, de Volendamse voetballers en dus ook op de Volendamse trainer. Maar als het even minder gaat, wordt ook meteen naar de Volendammers gewezen.''

Volendammers zijn harde werkers, vertelt De Boer als we in de haven minutenlang over het water staren. Hij zwaait naar zijn neven die net de VD 104 afmeren. ,,Mijn vader was ook een visser, hij was schipper op de VD28, elke Volendammer wist precies wie op welke kotter zat.'' Van hieruit kunnen we ook zijn geboortehuis zien. ,,In het straatje waar vroeger het treintje naar Edam stopte, de enige verbinding met de buitenwereld.'' In die besloten gemeenschap dient de Volendammer tegenover al zijn dorpsgenoten verantwoording af te leggen. Dus ook aan de barkeeper in een bekend visrestaurant, die De Boer de hartelijke groeten overbrengt van FC Utrecht-voorzitter Van de Kant. ,,Hij zou je graag nog eens bij Utrecht zien, Dick!''

Even later begroet De Boer hartelijk de vader van Pier Tol, een van de tientallen, legendarische voetballers die Volendam heeft voortgebracht. Maar er zijn ook mensen die gauw een straatje omlopen als ze de ontslagen trainer van Volendam zien. ,,Ik heb meteen iemand weggestuurd bij de club'', zegt De Boer. ,,Een beroepsintrigant die zich overal mee bemoeide en die de publieke opinie bespeelde. Deze meneer Kemper loopt hier al vijftien jaar rond, is de zwager van de secretaris van de Club van 200 en dacht alles te weten. Hij was de exponent bij uitstek van de papegaaiencultuur. Deze man vertelt leugens aan iedereen die ze wil horen en een ander praat hem na. Niemand vraagt zich uiteindelijk nog af of al die verhalen kloppen, ze worden voor waar aangenomen. Hier kun je alleen van winnen door te presteren.

,,Het ging bij Volendam al snel niet meer over voetbal. Boogers en Gentile raakten op de Dijk betrokken bij een vechtpartij. Ik had die gasten ook voor hun bek geslagen als ze mijn vrouw een hoer hadden genoemd die de club naar de kloten hielp. Maar ik moest me verweren tegen pseudomoralisten die me vroegen of deze spelers nog wel waren te handhaven bij Volendam. In die sfeer kwam de voorzitter de kleedkamer binnen met de mededeling dat de stekker er uit ging als we niet zouden winnen. Werd er weer niet over voetbal gesproken, maar alleen over het dreigende faillissement. Hoe gaan jonge spelers daar mee om? Zij lopen ook door het dorp.

,,Ik was als trainer zo kwetsbaar, want wie doen hun mond open? Gefrustreerde spelers als Johan Steur. Steur is een fenomeen, hij heeft Volendam jarenlang praktisch in zijn eentje in de eredivisie gehouden. Maar hij raakte op leeftijd. Ik heb hem eerlijk gezegd dat hij beter kon stoppen. Andere trainers durfden hun handen niet te branden, want Steur was natuurlijk wel de publiekslieveling in het dorp. Zij zeiden: `Laat opa maar afgaan, ik zeg niks.' Maar Steur was al 36 jaar en had onder meer een vetpercentage van 27 procent, hij kreeg een beginnend buikje. Van mij hoefde Johan slechts één keer per dag trainen, maar een hele wedstrijd kon hij al niet meer aan. Steur kon nog fantastisch voetballen op een veld van twaalf meter.''

,,Toch heb ik hem nog regelmatig opgesteld. Ik heb in dit geval concessies gedaan. Dat was fout, maar mijn beleid maakte sentimenten los. Ik was degene die het boegbeeld Steur bekladde. En mijn strijd met een vedette op zijn retour zorgde natuurlijk voor negatieve publiciteit. Toen ik Steur passeerde voor de wedstrijd tegen NEC zei hij: `Ik hoop dat Volendam verliest.' Was dat de held van het volk? Elke dag stond ik weer in mijn hemd. Nu is hij de assistent van mijn opvolger Andries Jonker. Het doet me pijn dat Steur me zo heeft laten vallen.''

Ook de achterban van Volendam keerde zich steeds nadrukkelijker tegen Dick de Boer. ,,Ik ben geen man van de glamour, ik heb me nog nooit laten zien in de businessclub. Vanuit die hoek ageerde een lokale schoenenboer die al vijftien jaar lang probeert de club te vernielen. Als beloning mocht hij een dag na mijn vertrek voorzitter worden van de Raad van Advies. Oud-scheidsrechter Jan Keizer was al zeven jaar lang niet gesignaleerd bij Volendam. Hij wilde graag voorzitter worden, de frustraties kwamen zijn oren uit. Die man mocht zijn gal spuien in de lokale media, toen we onderaan stonden en net met 10-0 hadden verloren bij PSV. Ja, dan is de vraag of Dick de Boer de meest geschikte trainer voor Volendam is wel heel eenvoudig te beantwoorden.''

Zo werden de contouren zichtbaar van een karaktermoord. De Boer durfde zich nauwelijk nog in het openbaar te vertonen en op de Volendamse Dijk, het uitgaanscentrum, liet hij zich al helemaal niet meer zien. ,,Alle frustraties werden op mij afgereageerd, want op wie anders moesten de Volendammers hun onvrede botvieren? Het is het verhaal van de Romeinse senator die elke dag herhaalt: `En toch blijf ik van mening dat Carthago verwoest moet worden.' En Carthago werd verwoest. Had het nou gelaten bij de constatering dat ik als trainer van Volendam te weinig punten heb gehaald, daar kan ik mee leven. Maar ik moest kapot worden gemaakt.''

Katholieke gemeenschap

Nu groeten de mensen hem weer. De Boer, cynisch: ,,Zie je hoeveel vrienden ik weer heb in het dorp? Misschien praat ik nu met iemand die mij ook heeft vervloekt. Ik wist niet wie mijn vijand was. Nooit heeft iemand mij op straat aangesproken over de problemen bij Volendam. Hadden ze dat maar eens gedaan. Maar geen mens heeft ooit iets tegen mij gezegd. Mijn kringetje werd natuurlijk steeds kleiner. Het werd altijd stil als ik aan kwam lopen, ik zag alleen de lichaamstaal. Ik waande me in een schilderij van Jeroen Bosch, al die wrede koppen, demonen waren het. Ik zag slechts haat in die blikken. Dat gold ook voor mijn vrouw. Als ze bij de slager kwam, proefde ze de verwijten. Maar het stilzwijgen werd nooit doorbroken.

,,We kregen anonieme brieven, anonieme telefoontjes, stukgescheurde seizoenkaarten werden bij ons in de tuin gegooid. Maar van lastigvallen werd het regelrechte terreur. Mijn zoon werd in elkaar geslagen op de Dijk, omdat zijn vader geen punten pakte met Volendam. Mijn vrouw werd dagelijks uitgescholden en met de dood bedreigd. Ze zat tijdens de thuiswedstrijden van Volendam boven op zolder met een deken over haar hoofd, omdat ze die geluiden vanuit het stadion niet meer kon verdragen. En het ergste was dat het mijn schuld was, want ik degradeerde met Volendam.''

Dat is de man in de haringkar nu weer vergeten. En de schilder in de haven zal zich niet meer herinneren dat hij Dick de Boer ook maar iets kwalijk heeft genomen. ,,We doen ons best en God doet de rest'', prevelt hij in de beste tradities van wat ooit een katholieke gemeenschap was. Maar wandelend over de Dijk constateert De Boer dat het dorp is verloederd. ,,Als leraar op een basisschool heb ik het in 27 jaar alleen maar achteruit zien gaan. Door de week valt het nog mee. Maar in het weekeinde schuimt de jeugd de Dijk af en stoppen ze zich vol met drank en drugs. Dan ligt je tuin andersom en worden spreuken op je auto gekalkt. Hele gezinnen worden ontwricht. Wie op feestdagen om 1 uur 's middags naar de bar gaat, vindt al geen plek meer. Soms staat in de lokale krant een noodkreet van een moeder. Anoniem, want niemand durft de wantoestanden in het dorp openlijk aan te klagen.''

Dat deed De Boer wel, toen zijn gezin werd geterroriseerd door ,,een WAO'er die mij maandenlang twintig keer op een dag belde''. De politie adviseerde hem een ander nummer te nemen. ,,Maar ik wist nota bene wie het was, want ik heb een nummermelder op de telefoon. Ik ben naar die familie gegaan en die man vluchtte meteen naar boven. Ik stond te trillen op mijn benen. Ik heb me ingehouden en aan zijn vrouw gevraagd of ze in vredesnaam wilden stoppen met die telefoontjes. Wat denk je wat ze zegt? `Ja, ik denk dat ik er ook maar mee stop, want het wordt wel een beetje duur.' Ik had die mensen nog nooit gezien! Na mijn ontslag belt die man me nog een keer. `Ik wil even zeggen dat je van ons af bent, de mazzel', zei hij. Dan staat je verstand toch stil?

,,Mijn assistent Arnold Mühren heeft wel vijftig keer tegen me gezegd dat ik moest stoppen. Maar ik wilde niet wijken voor terreur. Bovendien wist mijn vrouw dat ik op mijn 47ste nog mijn diploma coach betaald voetbal heb gehaald, dat ik mijn baan in het onderwijs had opgezegd om trainer te kunnen worden bij Volendam. Als ik financieel onafhankelijk was geweest, was ik er al vorig jaar mee opgehouden, want dit is het niet waard geweest. Wat heb ik in vredesnaam misdaan om zo te worden behandeld?

,,Toch moet ik verder in Volendam, want mijn vrouw en ik willen niet verhuizen. Ondanks alles houden we van dit dorp en de meeste mensen die er wonen. Ik voel me nu als de man die tien jaar gevangenisschap kan vergeten op de eerste dag dat hij weer buiten staat. Maar er lopen in het dorp enkele mensen rond die ik nooit zal kunnen vergeven wat ze mij en mijn gezin hebben aangedaan.''