De heksenboom (2)

De Courtey's uit de buurtschap La Borie zijn de laatste telgen uit een boerengeslacht dat misschien al tien generaties lang op deze plek woont. Aan hen moet ik vragen of de gedrochtelijke boom die ik aantrof in de wijngaard op de heuvelrug inderdaad zo'n arbre sorcier (heksenboom) is waar de boeren voorheen hun pluimvee offerden aan de bosgeest. En of die plek nu nog wordt gevreesd en gemeden, zoals ik heb gelezen. Het loopt tegen het middaguur, wanneer ik de woonkeuken van de hoeve binnenstap.

Gérard zit aan de ronde tafel midden in het vertrek. Huguette, zijn vrouw, dribbelt wat rond bij het fornuis, waarop een pan staat te pruttelen. Aan de geuren te oordelen vermoed ik daarin een machtige cassoulet, witte bonen met uien, knoflook en stukken spek, in een bed van ganzenvet. Courtey senior, vader van Gérard en al over de negentig, zit in een leunstoel aan de achterwand. Pépé (opa) is hardhorend en ziet, na de begroeting, af van enig sociaal verkeer. Christophe, de zoon, is kennelijk nog niet terug van het land of de stallen.

We begroeten elkaar waarbij over en weer naar ieders welstand wordt gevraagd. Vervolgens doe ik het verhaal van mijn wandeling, de ontdekking in de wijngaard en ik vraag ronduit aan mijn buren: ,,Is dat nu zo'n heksenboom, waar pluimvee aan geofferd wordt? En waarschuwt men nog steeds om daar niet te dicht bij in de buurt te komen?''

De reactie is verbijsterend. Gérard schuift zijn stoel achteruit en kijkt me breed lachend aan. ,,Meneer Gilbert is aan het wandelen geweest'', zegt hij spottend. En meteen daarop: ,,Meneer Gilbert leest te veel boeken. Je moet niet alles geloven wat er staat.''

,,Voyons'' (kom nou). Maar nu weet ik nog niets. ,,Alléz, Gérard, is het nu een heksenboom of niet?''

Hij blijft me onverstoorbaar lachend aankijken. ,,Weet jij wat een kilo rundvlees opbrengt?'', wil hij weten. Nee, dat weet ik niet. ,,Laat maar'', vervolgt hij. ,,Maar zolang Brussel die prijs handhaaft, wordt mijn pluimvee alleen hier in de pan geofferd''. Hij wijst op de cassoulet, die doorpruttelt. ,,Allez, Gilbert, mijn pluimvee offeren, hoe kom je er bij!'' Het is zijn laatste woord hierover. We groeten weer en ik verlaat bedremmeld de hoeve.

Weer steek ik de grote grasvallei over. Er is wind opgestoken. Ik neem de richting van de wijngaard, de heuvel op. Tussen het struikgewas vind ik een pad. Daar ligt een afgewaaide tak die ik meeneem.

Het macabere monument staat er nog, roerloos. Het grijpt als een reuzenkraan met zijn dorre takken omlaag. De wind waait de dorre takken uiteen alsof het vingers zijn die de aarde willen oppakken. Met mijn tak in de hand nader ik de stam die kreunend heen en weer beweegt. Ik steek de tak in de dorre aarde. Dan zie ik dat ik op een steen ben gestuit, een ronde witte steen. Nee, het is een schelp. Een schelp, maar dat kan niet, zo ver van de oceaan. Ik roer met mijn stok als een versnellingspook. De steen komt vrij; hij is rond en glimmend als een kiezel. Ik pook weer verder in de humusgrond.

Dan stokt mijn adem. Wat nu? Het is een kleine ronde schedel, de schedel van een vogel! Kijk, de snavel zit er nog aan. Ik woel verder en verder; ik stuit op iets pezigs. Het is een klauw, de klauw van een kip, met grote kromme nagels! Dit is werkelijk ongelooflijk en ik versnel mijn archeologisch werkje. Er komt nu weer iets anders uit, iets droogs en wits. Het is een veer, gevolgd door nog een veer. En nog één! Het verkruipt hier van de hoenderveren... Gérard Courtey, wat maak je me nou? Het is een hoenderkerkhof, een offerplaats!

De wind blaast de veren omhoog en verspreidt ze door de wijnranken. Maar ik vind het hier nu niet prettig meer en verleg mijn koers weer naar huis, naar `Les Babots'. Ik versnel mijn pas op weg naar het bospad. Wat wenkt die man daar beneden? Het is geen man maar een donkere struik achter de witte berkenstam. Vlug nu, er vallen al regendruppels.

,,Waar was je naar toe?'', vraagt Simone wanneer ik binnenkom. Ik vertel van mijn wandeling, de vreemde dode boom in de wijngaard, wat ik gelezen heb en het commentaar van Courtey. ,,Vreemd verhaal'', resumeert zij. En dat vind ik eigenlijk ook. Nog steeds.