Beleggen met een polis

Het is fiscaal aftrekbaar en stopt uw geld in beleggingsfondsen: de beleggingsverzekering. De populariteit van dit type polis groeit nog steeds. Een onderzoek zet vraagtekens bij het nut en de doorzichtigheid.

Was begin 1995 nog slechts 17 procent van de afgesloten individuele levensverzekeringen van het type beleggingsverzekering, vorig jaar was het aandeel opgelopen tot 43 procent. Dat verkoopsucces staat in schril contrast met de doorzichtigheid en vaak ook met het nut van het product, blijkt uit het rapport Marktverkenning beleggingsverzekeringen 1999 van de instituten Nyfer, Tillinghast – Towers Perrin en De Wildbaan Groep. Deze drie organisaties onderzochten de te verwachte netto rendementen van beleggingsverzekeringen in de lijfrentesfeer, ofwel van beleggingspolissen waarvan de premies fiscaal aftrekbaar zijn en de toekomstige uitkeringen belast. Overweegt u er dus een af te sluiten? Lees eerst even verder.

Ongeveer een kwart van de mensen sluit een lijfrenteverzekering af om puur fiscale motieven, blijkt uit NIPO-onderzoek. Dat zijn trouwens niet per se welgestelden. In 1997 had een kwart van de afsluiters een inkomen onder de ziekenfondsgrens (toen 60.750 gulden). Veel van die mensen waren mogelijk beter af geweest als zij hun geld rechtstreeks in een beleggingsfonds hadden gestort. De kosten van de verzekeraar doen het vermeende belastingvoordeel van een lijfrentepolis namelijk gemakkelijk teniet, becijferden de onderzoekers. Dat geldt in elk geval als u na uw 65ste in eenzelfde of lager belastingtarief valt dan nu. Daarbij hebben diverse verzekeraars zulke hoge kosten dat u zelfs onvoordeliger uit bent wanneer u nu meer belasting betaalt dan bij uitkering van de lijfrentes. Mensen boven de 45 kunnen vrijwel altijd beter zelf beleggen dan via een beleggingsverzekering.

Bij deze fiscale tegenvaller komt dat de belastingdienst lijfrenteverzekeringen strenger gaat behandelen. Het kabinet wil de belastingtarieven in de 21ste eeuw verlagen en diverse fiscale aftrekposten, waaronder die voor de oudedagsvoorziening, beperken of schrappen. De aftrek van premies voor lijfrenten op grond van een langlopende contract zal aangepast worden aan de in de toekomst lagere belastingtarieven. Het is dus niet zo dat u nu van fiscale aftrek kan profiteren en straks van de lagere belastingtarieven.

Wilt u desondanks een beleggingsverzekering, dan staat u voor de zware taak de beste te vinden. U kunt beter niet afgaan op voorbeeldopbrengsten van verzekeraars, daar zij verschillende berekeningswijzen hanteren. De onderzoekers ondervingen dit probleem door de nettorendementen van polissen opnieuw te berekenen. Dat nettorendement, ofwel de opbrengst van de belegging minus de kosten van het beleggingsfonds en minus de kosten van de verzekeraar, is cruciaal, leggen de onderzoekers uit. Zelfs op het eerste gezicht kleine kostenverschillen kunnen cumuleren tot grote bedragen. Bij een koopsompolis met een looptijd van 25 jaar zorgt 0,5 procentpunt extra kosten voor een verlaging van het eindkapitaal met bijna 12 procent.

Elke verzekeraar heeft andere kosten. De onderzoekers drukten daarom de totale kosten per polis uit in een `effectief kostenpercentage'. Dat percentage verschilt per soort polis en per verzekeraar. Bij een beleggingsverzekering voor een 50-jarige man bijvoorbeeld die 15 jaar lang 10.000 gulden betaalt, scoorde verzekeraar Falcon het slechtst met 3.1 procent effectieve kosten per jaar. RoZeker kwam met jaarlijks 0,6 procent kosten als goedkoopste uit de bus. Van koopsompolissen zijn de gemiddelde kosten overigens lager dan van premiebetalende polissen, en de kosten van verzekeraars die via tussenpersonen werken zijn meestal weer hoger dan die van direct writers. `Dat laatste ontstaat mogelijk door de provisievergoedingen die verzekeraars bij cliënten in rekening brengen.' Bij alle soorten polissen door elkaar scoort RoZeker de laagste gemiddelde effectieve kostenpercentages; Nieuwe Hollandse Lloyd en Generali hebben de hoogste kosten. Over verzekeraars Aegon, Amev, Delta Lloyd en Nationale-Nederlanden zijn geen gegevens bekend, want die weigerden aan het onderzoek mee te werken.

Nog belangrijker dan de kosten zijn de resultaten van de fondsen waarin de beleggingsverzekeringen beleggen. `Verschillen in beleggingsperformance kunnen het netto productenrendement van beleggingsverzekeringen met tientallen procenten doen verschillen', schrijven de onderzoekers. De netto opbrengst van de beleggingsverzekeringen legden ze vast via de Sharpe-ratio, dat is een verhoudingsgetal dat het beleggingsresultaat minus de kosten relateert aan het risico van de belegging, waardoor de opbrengsten van verschillende verzekeraars en fondsen objectief vergelijkbaar zijn. Hoe hoger de Sharpe-ratio des te beter de fondsbeheerders erin slagen extra rendement te genereren bij een bepaalde mate van risico. Uitgaande van de Sharpe-ratio komt in de categorie aandelenfondsen wereldwijd verzekeraar Royal Future met het Royal International Fonds als beste naar voren. Ook Hooge Huys, De Goudse en Erasmus presteren goed. Onderaan staan Interpolis, Van Nierop en Falcon. Het blijkt trouwens dat fondsen van verzekeraars licht beter presteren dan beursgenoteerde beleggingsfondsen.

Een positieve vermelding in het rapport krijgen de verzekeraars die, bij drie verschillende soorten polissen, driemaal bij de bovenste drie staan voor wat betreft netto-productrendement en/of de Sharpe-ratio. Dat zijn Centraal Beheer, FBTO, Reaal en Zwitserleven. Een minder positieve vermelding krijgt Falcon: deze verzekeraar komt viermaal voor bij de drie slechtst scorende verzekeraars.

Het rapport `Marktverkenning beleggingsverzekeringen' (795 gulden; verkorte versie: 250 gulden) is vooral bedoeld voor adviseurs. Informatie bij NYFER tel: (0346) 29 16 41. Internet: www.nyfer.nl