Barth-beleid

Vorige week attendeerde ik u op een artikel in Socialisme & Democratie waarin Marleen Barth de invoering van de middenschool bepleit. Zij schrijft daarin zich te realiseren dat haar standpunt zal stuiten op verzet. Zij verklaart dit uit de hekel die scholen hebben aan beleid omdat vernieuwingen nu eenmaal steevast tot doel hebben `het vergroten van het emanciperend vermogen van het onderwijs en daarmee van sociale mobiliteit in de samenleving.' Daar heeft men, weet Barth, in het onderwijs weinig mee op, vooral als het gaat om etnische minderheden: `Dat hun ouders ooit voor on- of laaggeschoold en slecht betaald werk naar Nederland zijn gehaald, tempert de ambities van leraren met de volgende generatie.'

Afgezien van het misselijk makende van deze opmerking, blijft de vraag: wat is er nu helemaal waar aan de klacht van de woordvoerster onderwijs van de grootste fractie in de Tweede Kamer? Niet veel. Het is niet waar dat scholen verschoond willen blijven van beleid, en het is evenmin waar dat het beleid de afgelopen veertig jaar gericht is geweest op emancipatie.

Het onderwijs zit al sedert de invoering van de Mammoetwet te wachten op beleid. Tevergeefs. Links heeft jarenlang gevochten voor de invoering van de middenschool en heeft daar noch in het onderwijs, noch in de politiek ooit voldoende steun voor kunnen verwerven. Uiteindelijk is daar een onwerkbaar compromis uit gerold, de Basisvorming, waarvan de schooltypen met de zwakste leerlingen het meeste last hebben. Bepaald geen bijdrage dus aan `het vergroten van het emanciperend vermogen van het onderwijs en daarmee van sociale mobiliteit in de samenleving'.

Hoewel er jaren lang geen beleid is gevoerd, veranderde er toch veel doordat het aantal leerlingen spectaculair terugliep. Deze ontwikkeling werd niet met beleid ondersteund: de overheid keek toe hoe talloze scholen leegliepen, werden gedwongen te fuseren, leraren op straat kwamen staan, vluchtten in wachtgeld en WAO.

Daarnaast deed zich nog een andere ontwikkeling voor: die van de bezuinigingen op de overheidsuitgaven.

Die twee ontwikkelingen samen hebben geleid tot schaalvergroting. Soms pakte dat goed uit, vaak ook niet. Het favoriete beleidsinstrument was de kaasschaaf. Het onderwijs werd materieel uitgekleed. Dat heeft de sfeer in die sector geen goed gedaan: als het erop aan komt, zo hebben leraren de afgelopen jaren geleerd, heb je van de overheid weinig te verwachten.

Barth is zo zeer overtuigd van haar eigen onfeilbaarheid en van het ongelijk van wie haar middenschool niet wil, dat ze meent dat de politiek zich niet moet laten afschrikken door het verzet daartegen van de zijde van de tevreden meerderheid. `Het grote voordeel van conservatieven is immers dat ze uiteindelijk van elke status quo leren houden.' Beter dan de tevreden, en, in haar ogen, dus per definitie conservatieve meerderheid, weet Barth wat goed is voor u en voor mij. En och, dat we het niet met haar eens zijn, wat maakt het uit. Onze opvattingen zijn immers zo flinterdun. Als het allemaal verandert en we er even later weer aan gewend zijn, nou dan vinden we dat toch ook weer prima.

Wereldverbeteraar Barth denkt haar gelijk te halen door het verdacht maken van iedereen die er anders over denkt. Die is gemakzuchtig tevreden, en kent geen ander ideaal dan het eigen belang. Daarover gaat haar artikel. Niet over de door haar voorgestelde oplossing. Die wordt afgedaan in een handvol niets zeggende regels.