Alle kranen open

Waterbedrijven zitten niet gecompliceerd inelkaar. Ze leveren maar één ding en fluctuaties in de vraag zijn zelden verrassingen. Maar toch zijn ze al geruime tijd, en grondig, bezig zich voor te bereiden op de jaarwisseling als zich het 99/00-probleem voordoet. Voor alle zekerheid zetten ze dan alle kranen maar helemaal open – voor fijnregeling is het niet het goede moment. Waar zijn moeilijkheden te verwachten?

`Het was een harde mededeling voor het elektriciteitsbedrijf, maar wij hebben al vroeg besloten ons bedrijf tegen de millennium-nacht volkomen los te koppelen van het elektriciteitsnet. Zelfs de administratie zal dan met stroom uit noodaggregaten worden bediend. Dat is geen teken van wantrouwen maar een blijk van gevoel voor verantwoordelijkheid. Wij staan vor de taak de levering van drinkwater veilig te stellen en we houden daar bij het liefst zoveel mogelijk onzekerheden in eigen hand.'

Dat zegt, in Rotterdam, ing. J.J. de Jong, directeur bedrijfsmiddelen van het Waterbedrijf Europoort, een van de grootste waterbedrijven van Nederland, dat een groot deel van Rotterdam en Zuid-Holland voorziet van drinkwater dat uit Maaswater wordt bereid. Waterbedrijf Europoort heeft onder zijn klanten veel industriële afnemers die geen minuut zonder water kunnen. Hoe groot is de kans dat de Botlek-industrie in de millennium-nacht droog valt, was De Jong gevraagd. Niet groter dan nu, antwoordde de directeur zonder met zijn ogen te knipperen.

Eerder had in Rijswijk ir. E.J.J. Cals, directeur van de Vewin, de overkoepeling van de 23 drinkwaterbedrijven, ook al veel professionele koelbloedigheid laten zien. Op dit moment zijn nog niet alle waterbedrijven millennium-proof, maar tegen het eind van het jaar is dit zeker wel het geval. De sector stichtte vorig jaar zijn eigen millennium-platform waarbinnen veel kennis en ervaring wordt uitgewisseld en zij heeft al een paar door de inspectie milieuhygiëne opgelegde `audits' doorstaan. Iedereen doet zijn best. Een deel van de mensen werkt aan de feitelijke oplossing van het 99/00 probleem, een ander deel ontwerpt de `what-if' scenario's, de noodmaatregelen die zij zelf bij voorkeur `aangepaste bedrijfsvoering' noemen. Sommige bedrijven zijn al klaar, andere lopen wat achteraan, maar door de bank genomen ziet het er goed uit, zegt Cals.

Wat niet wegneemt dat de waterbedrijven aanvankelijk wel even schrokken van de omvang van het millenniumprobleem. Toen de Watertransportmaatschappij Rijn- en Kennemerland, die twee pompstations en een forse zuiveringsinstallatie in gebruik heeft, een inventarisatie maakte van de datumgevoelige objecten binnen het bedrijf bleken dat er duizenden te zijn. Toch is ook Rijn- en Kennemerland inmiddels al klaar. De drinkwatersector heeft voor de oplossing van de problemen vooral een beroep gedaan op de leveranciers van de proces-automatisering, met Siemens en ABB (voorheen Brown Boveri) als meest genoemde namen. Die maken overuren.

Het comfort van de watersector is dat waterbedrijven uiterst eenvoudige bedrijven zijn die maar één product afleveren waarvan de vraag bovendien goed voorspelbaar is. Er is geen internationale koppeling van waterleidingnetten en zelfs de afzonderlijke waterbedrijven werken grotendeels autonoom (al kunnen ze water uitwisselen bij piekvraag en calamiteiten). Veel pompstations van grondwater kunnen binnen hun voorzieningsgebied zelfs `in eilandbedrijf' opereren. Ook zijn de waterbedrijven doorkneed in crisisbestrijding: bijna wekelijks worden er bij graafwerkzaamheden buizen beschadigd. Kortom: dat een incidentele storing aanleiding geeft tot een domino-effect is uitgesloten.

Geruststellend is ook dat de zogenoemde `ketenafhankelijkheid' niet groot is. De watersector is niet erg gevoelig voor `van buiten komend onheil', zoals Cals het noemt. Grondstoffen als ferrichloride, vloeibare zuurstof (voor de ozonproductie), chloorbleekloog (desinfectie), kalk (pH-regeling) en actief kool kunnen in ruime hoeveelheden worden opgeslagen en zijn onder normale omstandigheden al voor minstens tien dagen toereikend. Volgens wettelijk voorschrift moeten de waterbedrijven het ook tien dagen zonder openbare stroomvoorziening kunnen stellen: er zijn dus standaard voldoende aggregaten aanwezig.

Een gevoelig punt is dat de meeste pompstations (zowel de stations die grondwater oppompen als stations die bovengronds water `opjagen') in de loop van de tijd volledig zijn geautomatiseerd. Ze zijn dus onder normale omstandigeden onbemand en liggen vaak `in the middle of nowhere'. Voor de afstandsbediening wordt gebruik gemaakt van allerlei communicatielijnen: eigen kabels, GEB-signaalkabels maar vooral PTT-lijnen.

Het vertrouwen dat dit communicatie-systeem de millennium-nacht ongeschonden doorkomt is niet overal even groot. Men voorziet dat een beroep moet worden gedaan op het landelijk noodnet – als officieel aangewezen `vitale sector' hebben de waterbedrijven recht op toegang – maar ook het noodnet is niet erg bedrijfszeker gebleken.

In beginsel zijn in de pompstations voorzieningen voor handbedrijf aanwezig, maar in de handbediening is nooit routine ontstaan. Het staat daarom nog niet vast hoe haalbaar handbediening in de praktijk zal zijn. Met het oog daarop worden tegen de jaarwisseling de heel kleine pompstations zoveel mogelijk afgesloten. `Je moet het probleem beheersbaar maken.'

De zwakke plek van het drinkwaterbedrijf is dat er weliswaar zeer grote reserves `ruwwater' zijn, maar dat de voorraad drinkbaar drinkwater altijd klein is. Drinkwater loopt snel in kwaliteit terug en mag dus niet lang in een groot reservoir staan. Daar komt bij dat de watervoorraad in de leidingen, anders dan bij aardgas, niet als reservevoorraad is te gebruiken omdat water niet samendrukbaar is.

Het leidingnet is wonderlijk genoeg de Achilleshiel van de waterbedrijven. Waterbedrijven pompen hun water van oudsher door lekkende leidingen, er is een lekverlies op jaarbasis van vijf procent. Onder normale omstandigheden is dat geen enkel bezwaar, maar als bij een storing voor lange tijd de druk in de leidingen wegvalt kan vuil omgevingswater van buiten naar binnen dringen. Dat levert netvervuiling op: de grote angst van elk drinkwaterbedrijf.

De kans dat millennium-rampen bij de chemische industrie langs Rijn en Maas in de vorm van `giflozingen' een bedreiging worden van de drinkwatervoorziening acht Cals niet groot. Op voorwaarde dat detectie en melding van de verontreinigingen goed blijven functioneren kunnen de waterbedrijven eventuele gifgolven moeiteloos laten passeren. Ze staken gewoon de waterinname, de voorraad ruwwater is groot genoeg.

Een geval apart vormen hypothetische ongelukken met kerncentrales. Sinds de ramp in Tsjernobyl (1986) is er een landelijk meetnet dat radioactief vervuilde lucht kan waarnemen (en zelfs ook directe straling signaleert), maar ook dat systeem maakt gebruik van communicatielijnen waaraan twijfel bestaat. Daarom zullen de drinkwaterbedrijven ook zelf de meting en melding van radioactiviteit ter hand nemen.

Overigens zijn de gevolgen van een radioactieve lozing goed beheersbaar: sinds 1986 wordt de lucht die voor de doorluchting van het water nodig is gefilterd. Alleen oppervlaktewaterbedrijven zouden hinder van de radioactieve besmetting ondervinden.

Het millenniumprobleem is in feite geen zwaar probleem, zegt De Jong van Waterbedrijf Europoort in Rotterdam. ,,Maar je moet het wel oplossen en erop bedacht zijn dat het in alle hoeken van het bedrijf kan opduiken. Zelfs de elektronisch bediende deuren van ons kantoor aan de Zuiderparkweg bleken niet millennium-proof.''

Waterbedrijf Europoort behoort tot de bedrijven die zich de omvang en diepgang van het millenniumprobleem zo vroeg realiseerden dat ze konden kiezen voor de au fond meest eenvoudige oplossing: de complete vervanging (in de jaren 1994-1995) van de oude procesbesturing door een nieuwe die bij aflevering direct al 2000-bestendig was. Met leverancier Fisher-Rosemount is dat laatste overigens nog in veel extra testen uitdrukkelijk geverifieerd.

,,Het voordeel van een vroege start en een zo forse ingreep is'', zegt De Jong, ,,dat je bij de verbetering van je procesbesturing veel verder kunt gaan dan alleen het bestrijden van het millenniumprobleem. Wie nu nog moet beginnen heeft die vrijheid waarschijnlijk niet meer. Het nadeel van een vroege start is dat het moeilijk wordt je personeel tot aan het einde voldoende te motiveren. We zijn nu bezig met een stofkam-operatie, maar we vinden eigenlijk te weinig om de attentie op peil te houden.''

Waterbedrijf Europoort heeft nog een andere meevaller: het heeft de verbruikers-administratie geheel uitbesteed bij lokale energiebedrijven: geen omkijken naar. Daar staat tegenover dat de verbruikers behoren tot de meest mondige die men zich denken kan: de procesindustrie van de Botlek. Die eist volstrekte leveringszekerheid. ,,Maar dat kunnen we ze niet geven'', zegt De Jong. ,,Op 31 december niet, maar nu ook al niet. Wij hebben normale leveringsvoorwaarden en kunnen geen levering garanderen. We hebben een inspanningsverplichting, we zijn alleen te pakken op wanprestatie.''

Van wanprestatie is tot op heden weinig gebleken, `Europoort' kreeg van het ministerie van VROM al twee `audits' opgelegd, een in september 1998 en een in maart, en daarbij zijn geen nalatigheden aan het licht gekomen. Maar volstrekte zekerheden geven die audits niet moet De Jong toegeven. Ze bestaan in wezen uit indringende interviews (bij `Europoort' uitgevoerd door het bureau Deloitt & Touche), waarbij de geïnterviewde moet opgeven hoever hij al is gekomen, hoe de rapportage verloopt, welke zekerheden en onzekerheden er nog zijn, enzovoort. Het is voornamelijk een managementscontrole. De controleurs lopen geen computerprogramma's na.

Ook De Jong noemt, gevraagd naar de gevoeligheden van zijn bedrijf, de afhankelijkheid van openbare datanetten en de bemanning van onbemande pompstations als kwetsbare punten. En de onmogelijkheid om integraal te testen. De stroomvoorziening wordt tegen oudjaar, zoals gezegd, in eigen hand genomen. Dat een test daarmee, in december vorig jaar, niet zonder problemen verliep vindt hij niet verontrustend: het waren alleen mechanische problemen. Iets van twijfel aan eigen kunnen blijkt toch uit de slotopmerking dat `Europoort' in de millenniumnacht de procesregeling tot een minimum zal terugbrengen. ,,We kiezen voor een hoog, maar constant productieniveau en laten de reinwaterreservoirs gewoon overlopen. Zo beperken we de risico's tot een minimum.''

Waterbedrijf Europoort neemt geen initiatief voor een nooddrinkwatervoorziening, want dat is volgens de Rampenwet de verantwoordelijkheid van de burgemeesters, zegt De Jong. In Rijswijk had Vewin-directeur Cals daar ook al op gewezen maar er aan toegevoegd dat het noodplan wel degelijk gecontroleerd wordt: de beschikbaarheid van tankwagens per regio, dat soort dingen. Daarover wordt centraal overlegd met de rijksoverheid.

Doet de burger er verstandig aan een voorraadje water aan te leggen in lege Spa-flessen? Dat lijkt Cals onzin. Anderzijds, zegt hij, hebben wij tot onze schrik vastgesteld dat ook grote zorginstellingen tegenwoordig geen enkele watervoorraad meer hebben. De van water afhankelijke industrie heeft altijd voldoende water in reserve om het proces zonder gevaar stil te leggen, in Europoort is dat zelfs verplicht, maar ziekenhuizen en verpleeginrichtingen hebben meestal alleen een noodaggregaat. Geen watervoorraad. Dat is nú al ongewenst.

Dit is het eerste deel van een tweewekelijkse serie over het millenniumprobleem in diverse sectoren van de economie.