Verkopen is ook een keuze

In Museum Boijmans van Beuningen in Rotterdam is een crisis uitgebroken omdat directeur Chris Dercon een schilderij van Rothko wil verkopen.

Hij is geen uitzondering.

,,We moeten het verkopen aan de hoogst biedende. Desnoods een oliesjeik.'' De Hilversumse wethouder Weijers kon begin 1987 zijn enthousiasme nauwelijks bedwingen. Zijn gemeente zat in geldnood: hotel Gooiland, ontworpen door architect Duiker, verkeerde in slechte staat en de drie miljoen gulden die de restauratie ging kosten waren nergens te vinden. Tot een ambtenaar ontdekte dat de gemeente eigenaar was van het schilderij Compositie met twee lijnen van Piet Mondriaan, met de waarde die kenners schatten op een bedrag tussen de 2 en 6 miljoen gulden. De verkoop van dit doek, dat al sinds 1951 in het Stedelijk Museum in Amsterdam hing, zou de problemen van de wethouder in één klap oplossen. De tegenstand was groot: museumdirecteuren en verzamelaars protesteerden, Tweede-Kamerleden stelden vragen. Uiteindelijk kwamen de gemeente, de regering en het Stedelijk overeen dat het museum het doek voor het relatief geringe bedrag van 2,5 miljoen gulden kon kopen, met steun van onder andere het Prins Bernhard Fonds en de Vereniging Rembrandt.

Het gebeurt steeds vaker dat ambtenaren, wethouders of museumdirecteuren in geldnood ontdekken dat ze een ware schat beheren: hun kunstcollectie. In 1994 bijvoorbeeld stelde een wethouder van de Amsterdamse deelraad Zuid voor om het Picasso-beeld in het Vondelpark te verkopen ter leniging van de onderhoudskosten van het park (ca. 30 miljoen gulden). Bekender is het geval van Rudi Fuchs die als directeur van het Haags Gemeentemuseum twee Picasso's en een Monet uit de collectie wilde verkopen om met de opbrengst, zo'n 30 à 40 miljoen, een aankoopfonds te stichten. Zowel de Amsterdamse als de Haagse voorstellen gingen niet door, vooral omdat museumdirecteuren, Tweede-Kamerleden en anderen massaal in opstand kwamen tegen deze vormen van `vervreemding'.

Dat taboe lijkt nog steeds te bestaan. Dat bleek afgelopen week toen bekend werd dat de directeur van het Rotterdamse Museum Boijmans van Beuningen, Chris Dercon, het schilderij Grey, Orange on Maroon 60/8 van Mark Rothko wilde verkopen voor acht miljoen gulden. Het museum zit in geldnood, wil voor acht miljoen uitbreiden en Dercon zou voor dat geld ander werk willen kopen dat beter in de collectie past. Zijn staf was daarvan niet op de hoogte en protesteerde: zij zijn tegen het afstoten van werken uit de `historisch opgebouwde collectie'. Inmiddels zoekt de Rotterdamse wethouder Kombrink naar een externe bemiddelaar om het vertrouwensconflict in het museum op te lossen.

Toch is het allang niet ongebruikelijk meer dat museumdirecties kunst uit hun collectie verkopen. ,,Ik heb op zich geen moeite met de verkoop van schilderijen uit museumcollecties'', zegt Rik Vos. Hij is directeur van het Instituut Collectie Nederland, dat zich bezighoudt met het coördineren, van de Collectie Nederland, een overkoepelend begrip voor alle (kunst)voorwerpen in Nederlandse openbare collecties. ,,Waar ik bezwaar tegen heb is de wijze waarop men zegt dat Dercon het heeft aangepakt. Een van de belangrijkste uitgangspunten van vervreemding uit museale collecties is dat de opbrengst altijd wordt gebruikt voor nieuwe aankopen. En niet voor een lekkend dak, of voor een museumuitbreiding, zoals Dercon schijnt te willen. Ook moet onderzocht worden of andere musea missschien belangstelling hebben en of de conservatoren en andere betrokkenen ermee instemmen dat het weg kan. Als dat allemaal is gebeurd, zou je kunnen verkopen.''

Dercon heeft naar eigen zeggen aan de directeur van het Stedelijk Museum Amsterdam, Rudi Fuchs, voorgesteld het schilderij van Rothko te ruilen voor een werk uit de collectie van het Stedelijk. Een woordvoerder van het Stedelijk zegt desgevraagd daar niet van op de hoogte te zijn; Fuchs is niet voor commentaar bereikbaar.

Een andere kandidaat voor overname van de Rotterdamse Rothko is het Van Abbemuseum in Eindhoven, dat net als het Stedelijk een belangrijke collectie moderne Amerikaanse kunst heeft. Een woordvoerder van het Van Abbe zegt `geen commentaar' te hebben op een mogelijke ruil.

In het debat rond vervreemding noemt Rik Vos van het ICN zichzelf een `rekkelijke'. ,,Voor mij is een verkoop net zo goed een keuze als een aankoop. Beide worden geschiedenis. Veel musea klagen dat hun depots zo vol zitten en dat die depots zoveel geld kosten. Misschien moeten ze ze dan ook maar wat leger durven maken.'' De `preciezen', die vinden dat verkoop nimmer is toegestaan, lijken onder druk van bezuinigingen en die overvolle depots dan ook terrein te verliezen. Al zijn er musea die zichzelf wapenen tegen de verleiding. ,,Er wordt bij ons niets uit de collectie verkocht. Vroeger niet, nu niet en staks in het nieuwe museum ook niet'', aldus de woordvoerder van het Van Abbemuseum in Eindhoven.

Onaantastbaar

De toenemende belangstelling voor ruil en verkoop past in een cultuur waarin de collectie van musea niet meer als eeuwig en onaantastbaar wordt beschouwd. Staatssecreatris Van der Ploeg van Cultuur pleitte onlangs al voor zogenaamde `collectiefilialen' waarin grote musea hun overtollige stukken kunnen exposeren. Ook stelde hij dat het bruikleenverkeer tussen musea bevorderd moest worden.

In het Haags Gemeentemuseum zijn de afgelopen jaren vooral op de afdeling kunstnijverheid veel objecten afgestoten: honderden tegels en meubels, tientallen zilveren objecten, tapijten en klokken. De meeste stukken werden in bruikleen gegeven aan andere musea, soms ook werden ze `vervreemd', als na onderzoek bleek dat geen museum in Nederland er nog belangsteling voor had. Opvallend was bijvoorbeeld de vervreemding van een spoorwegaffiche van Casander, L.M.S. Bestways, dat voor 35.000 dollar werd verkocht aan een Amerikaanse particuliere verzamelaar. Dat het ook mis kan gaan, bleek uit het geval van een zogenoemde Weesper terrine, die door het Haags Gemeentemuseum met een kunsthandelaar werd geruild voor objecten met een tegenwaarde van 50.000 gulden. Toch werd diezelfde terrine even later door het Rijksmuseum in Amsterdam voor 75.000 gulden gekocht.

Verkoop van schilderijen en beelden komt in Nederland maar zeer zelden voor, al is het maar omdat musea als het Rijkmuseum in Amsterdam vinden dat ze daar als `staatscollectie' geen toestemming voor hebben. ,,Wij verkopen nooit iets uit onze collectie'', zegt Frans van der Avert van het Rijksmuseum. ,,Het enige dat weleens gebeurt is dat we een legaat krijgen en dat enkele stukken daarvan niet in onze collectie passen. In goed overleg met de erflaters wordt dan afgesproken dat wij die stukken mogen verkopen en de opbrengst voor onze collectie mogen gebruiken.''

Veilinghuis

De `rekkelijken', zoals Rik Vos, verwijzen voor het afstoten van kunstwerken naar Amerika, waar het veel gebruikelijker is dat musea hun aankoopfonds op peil houden met de verkoop van stukken uit de collectie. De Nederlandse veilingwereld merkt daar echter nog niet veel van. John van Schaik, directeur van Sotheby's Nederland: ,,We krijgen op dit moment nog geen stukken aangeboden door musea, maar ik kan me heel goed voorstellen dat dat in de toekomst gaat gebeuren. Je ziet dat de depots van musea steeds voller raken en hun aankoopbudgetten zijn toch vaak peanuts. Ik verwacht dan ook dat, als er een jongere generatie museummensen aan de bak komt, er niet meer zo streng zal worden vastgehouden aan tradities en ze hun collectie kritischer zullen gaan bekijken.''

Op dit moment werkt het Instituut Collectie Nederland aan een gedragsregel waarin het afstoten van stukken uit museumcollecties en het onderlinge bruikleenverkeer tussen musea nauwkeuriger geregeld moet worden. Eind november houdt het ICN een internationaal congres waarop de nieuwe regel getoetst gaat worden waarna hij zo spoedig mogelijk zal worden ingevoerd. Het ICN verwacht dat alle musea in Nederland zich eraan zullen houden.

Dat zonder dergelijke afspraken het gevaar bestaat dat museale collecties bloot komen te staan aan de grillen van een nieuwe directeur erkent ook directeur Vos van het ICN, voorheen directeur van het Fries Museum in Leeuwarden. ,,Eigenwijzer volk dan museumdirecteuren is er niet. En ik kan het weten, want ik ben er zelf een geweest. Ze hebben niet erg de neiging zich veel van het beleid van anderen aan te trekken. Alleen daarom al zou het helemaal niet zo slecht zijn als er eens een discussie op gang kwam in de zin van: wat willen wij in Nederland allemaal bezitten en bewaren? En vragen als: kunnen wij in Nederland zonder Rothko of met zoveel Cézannes? We moeten er vooral niet van uitgaan dat zoiets onbespreekbaar is. Je moet durven toegeven dat ook musea keuzes moeten maken. En soms is verkopen nu eenmaal beter dan krampachtig vasthouden.''

De opbrengst van een stuk uit de collectie moet altijd worden gebruikt voor nieuwe aankopen