Toneelgroep Amsterdam beschamend

Satire is een betrekkelijk zeldzaam beoefend genre in het Nederlandse toneel. Wim T. Schippers en Paul Haenen wagen zich eraan, en Bert Edelenbos, maar hun werk is eigenlijk te mild-ironisch, zij zijn eerder zedenschetsers dan scherpschutters. Alleen het duo Guus Vleugel en Ton Vorstenbosch koesterde – Vleugel overleed vorig jaar – de ambitie om met toneel politiek-maatschappelijke misstanden aan de kaak te stellen. Dat lukte hen uitzonderlijk goed met Srebrenica!, uit 1996. Het ging over de actualiteit van toen (het gedrag van Nederlandse soldaten in de VN-enclave in het voormalige Joegoslavië), het pekelde open wonden en het leverde zeer uiteenlopende reacties en nijdige opiniepaginastukken op. Iedere satiricus moet dromen van zo'n controverse.

Angst en ellende in het rijk van Kok is hun laatste, wat Vleugel betreft postuum verschenen stuk. Het gaat, zoals het hoort, over een gevoelig onderwerp; uitgangspunt is dat immigratieland Nederland ,,islamiseert'' en dat de verworvenheden van de emancipatiestrijd van vrouwen en homoseksuelen daardoor bedreigd worden. Omdat de satire gedijt bij het uitlichten van extremen, maar ook vanwege persoonlijke ervaringen van de schrijvers, is een oudere nicht die zich belaagd voelt door groepjes jonge Marokkanen het centrale personage van het stuk. En passant delen de schrijvers links en rechts klappen uit, vrouwen en homoseksuelen zelf worden net zo goed op de korrel genomen als premier Kok, de pedo-hysterie, bijbehorende hulpverleners en de onvermijdelijke grachtengordel.

Ik heb het stuk grinnikend gelezen. Met bewondering ook voor de manier waarop Vleugel en Vorstenbosch directe, feitelijke actualiteit voorzien van commentaar en daar een tot op de rand toe met gevoeligheden en grappen gevuld toneelstuk van weten te smeden. Ze tuigen hun kerstboom op met schreeuwende lichtjes en foeilelijke glitters tot-ie topzwaar dreigt om te vallen. Flauwiteiten en schromelijke overdrijving zijn net zo goed ingrediënten als loepzuivere observatie en verontrustende analyse. Het noemen van namen en de verwijzingen naar recente gebeurtenissen maken het stuk extra aantrekkelijk: over vijf jaar is het, zoals het goede satire betaamt, verouderd.

Lachbereid bekeek ik de voorstelling die Gerardjan Rijnders er voor Toneelgroep Amsterdam van maakte. Zijn enscenering is een beschamende afgang. Wat er op papier goed uitziet, is op toneel pijnlijk krachteloze en kleinburgerlijke ongein. De overdrijving is log en zwaar, de personages zijn onverteerbaar stompzinnige typetjes, de situaties geforceerd en het exposé is even oppervlakkig als langdradig en vervelend.

Het lijkt wel alsof iedereen er met zijn pet naar gooit. Grappen vallen niet eens als bakstenen op de grond, maar in een peilloos diepe put zonder echo. Het spel is over de hele linie amateuristisch, met Janni Goslinga als door ambitie verteerde PvdA-politica als kampioene. Hugo Koolschijn als criminele pedo lijkt in het geheel niet geregisseerd, Kees Hulst als ouwe mie is een reliek uit Rijnders' Globe-tijd van twintig jaar geleden en Kitty Courbois als de boerenslimme werkster is op een ergerlijk evidente manier koddig. Compassie verbiedt het over de stoethaspelende rest uit te weiden.

Het is best mogelijk dat het stuk bij nader inzien vaart mist en kernachtiger had gekund, zeker is dat Toneelgroep Amsterdam er een zooitje van maakt. Van vaart en timing lijken ze nog nooit gehoord te hebben, van gemakzucht des te meer. Wie beweert dat komedie spelen het allermoeilijkste is, heeft aan deze voorstelling een doorslaggevend argument.

Voorstelling: Angst en ellende in het rijk van Kok van Guus Vleugel en Ton Vorstenbosch door Toneelgroep Amsterdam. Regie: Gerardjan Rijnders. Decor: Paul Gallis. Spel: Kees Hulst, Kitty Courbois e.a. Gezien: 8/4, Stadsschouwburg, Amsterdam. Herh. 9 en 10/4, 14,15 en 16/5 aldaar, elders t/m 30/5.

Inl. (020) 624 23 11 of 523 78 00