Schokjes vriendschap

Het is oorlog in Europa. In Amerika is dat te merken, veel jongens en mannen zijn weg als soldaat, er varen oorlogsschepen uit, boter is moeilijk te krijgen. Ook Lily's vader, die ingenieur is, gaat naar Europa. Om te helpen: `Achter de legers aan komen mensen zoals ik (...) Wij zijn degenen die Europa weer zullen helpen opbouwen.'

Lily's leugen van Patricia Reilly Giff speelt zich af in de zomer van 1944. D-day is al voorbij, de radio bericht dat tienduizenden soldaten vastzitten op de Normandische stranden. De broer van Lily's zomerbuurmeisje is één van hen. Na een paar weken wordt hij opgegeven als vermist. Hij wordt niet meer gevonden. In Rockaway, een plaatsje aan zee vlakbij New York, leeft iedereen met de oorlog. 's Nachts kun je de grote troepenschepen uit zien varen. Lily brengt er alle zomers door, en ook deze, in het huis van haar oma. Ze roeit, ze vist, ze zwemt als een otter en meestal is ze heel gelukkig in Rockaway. Maar deze zomer is alles anders. Het buurmeisje verhuist en haar vader gaat naar Europa. Lily's moeder is een paar jaar geleden gestorven en Lily is geen meisje dat makkelijk vrienden maakt. Ze heeft problemen, vindt ze zelf. Ze heeft een problemenlijstje. Bovenaan staat `leugens'. Ze dist graag stoere verhalen op, over tantes in het verzet, neven bij de marine, over hoe graag ze piano speelt, over wat haar vader kan en wat ze zelf zal doen – Lily is een fantast.

Van oma moet Lily veel: afwassen, opruimen, piano studeren, netjes zijn. Oma is ook een probleem. Nummer vier op Lily's lijstje. De andere twee nummers zijn `2.Dagdromen' en `3.Vriendschap (zoeken)'.

Dit boek gaat over vriendschap (zoeken). Want in het huis van bevriende buren komt Albert logeren. Albert komt uit Hongarije, zijn ouders zijn door de Duitsers vermoord omdat ze een verzetskrant uitgaven, en hij en zijn zusje zijn het land uitgesmokkeld. Maar Alberts zusje is ziek geworden en in Frankrijk achtergebleven. Albert wil niets liever dan haar terughalen, of naar haar toegaan.

De vriendschap tussen Albert en Lily ontstaat met schokjes, aanvankelijk zijn ze geen van tweeën van plan om met elkaar om te gaan. Lily is ook wel een raar meisje. Ze smeert zich vol goedkope lippenstift, ze liegt, ze stelt zich aan, ze spioneert – de eerste keer dat Albert haar ziet, gluurt ze 's avonds laat door de ramen naar binnen. Maar Lily is ook een gevoelig meisje, dat haar gevoeligheden vaak omzet in bokkige of boze reacties. Maar soms ook niet.

Dit boek doet daarom ook een beetje bokkig, leuk bokkig dat wel. Aanvankelijk is Lily voornamelijk onuitstaanbaar, maar geleidelijk aan krijgt ze meer kanten. Patricia Reilly Giff legt niet veel uit, ze laat wel veel zien van de sfeer van de warme zomer in een kustplaatsje, van het ronddobberen in boten, van hoe de mensen zich voelen met de wolk van de oorlog die almaar aan de horizon hangt. En van het beperkte begrip dat kinderen hebben van een oorlog. Lily ziet overal spionnen. Albert denkt dat zijn ouders niet van hem en zijn zusje hielden, want dat ze anders niet zoiets gevaarlijks zouden hebben gedaan waarvoor ze doodgeschoten konden worden. Hij is kwaad op hen, zoals Lily kwaad is op haar vader.

Het is oma die uitlegt waarom ouders zulke dingen doen. Voor een betere toekomst voor hun kinderen. Dat klinkt erg braaf. Dit boek is hier en daar ook wel braaf. Maar het overtuigt ook, omdat er zoiets echts in de toon zit en zoiets brokkeligs en toch gaafs in de karakters. Lily wordt volwassener van Albert en Albert vrolijker van Lily. En het is leuk om met ze mee te roeien en het koude water in te vallen en over het van de warmte plakkerige asfalt te lopen en de poes te verzorgen die Paprika heet.

Patricia Reilly Giff: Lily's leugen. Vert. Martha Heesen.

Querido, 120 blz. ƒ24,95