MiG neerhalen kost een kleine miljoen gulden

De NAVO-lidstaten die deelnemen aan Allied Force betalen hun bijdrage uit eigen zak. Nederland draait dus zelf op voor de kosten van de inzet van de zestien F16's vanaf Amendola.

,,Three Serbian MiG 29's coming your way'' waarschuwde vorige week woensdag het AWACS-radarvliegtuig de vier Nederlandse F16's, die kort daarvoor vanaf de Italiaanse luchtmachtbasis Amendola waren opgestegen. Even later, om vijf over half acht, kreeg een Nederlandse piloot een lock op zijn eigen radarsysteem en meteen nadat hij toestemming had gekregen om het vuur te openen, drukte hij een van de drie grijze knopjes op zijn joystick in. In een oogwenk was de AMRAAM (Advanced Medium Range Air to Air Missile)-raket niet meer dan een vurig stipje in de verte. Precies dertig seconden later bevestigde de boordradar de lichtflits die de piloot aan de donkere horizon had gezien: de raket had doel getroffen. Kosten voor het neerhalen van de MiG: 950.000 gulden.

Mensenlevens aan eigen zijde heeft het NAVO-luchtoffensief tot nu toe niet gekost, maar verder is de prijs die de NAVO-landen betalen voor de deelname aan Allied Force hoog. Volgens een raming van het Amerikaanse Center for Strategic and Budgetary Assessments bedragen de totale kosten van de luchtoperaties tot nu toe meer dan 1,2 miljard dollar. Grootste post vormt de inzet van de kruisraket, die afhankelijk van de versie twee tot vier miljoen gulden kost. Daarvan zijn er tot nu toe ongeveer honderdvijftig afgevuurd.

Met de intensivering van de luchtaanvallen, niet alleen op strategische doelen maar ook op Servische troepen en materieel, zullen de kosten van Allied Force snel oplopen. Een `Maverick' AGM-65 Air to Ground Missile (zeer geschikt tegen tanks) kost ongeveer 400.000 gulden. Een GBU-12 `Paveway' clusterprojectiel (goed tegen verspreide groepen, materieel en manschappen) kost ruim een ton. Zelfs voor een `domme' MK 82 bom, het goedkoopste wapen uit het NAVO-arsenaal, moet toch snel zesduizend gulden worden neergeteld. De NAVO-lidstaten die deelnemen aan Allied Force betalen hun bijdrage uit eigen zak. Nederland draait dus zelf op voor de kosten van de inzet van de zestien F16's vanaf Amendola. Die kosten worden niet alleen veroorzaakt door de inzet van wapensystemen. Een moderne jachtbommenwerper als de F16 verbrandt binnen enkele uren duizenden kilo's brandstof.

Ook moet het toestel worden onderhouden. Een uurtje vliegen met een F16 kost daarom in vredestijd al ongeveer 52.000 gulden. Om veilig terug te kunnen keren van een oorlogsmissie boven Joegoslavisch grondgebied moeten de toestellen in de lucht bovendien worden bijgetankt. Extra inzet van het materieel vergt extra onderhoud. Verder betaalt Defensie de piloten en het grondpersoneel tijdens hun inzet in het buitenland een extra maandelijkse toelage van 3.800 gulden bruto. Tot nu toe heeft de NAVO ongeveer 3.500 `sorties' uitgevoerd. De Nederlandse F16's hebben hiervan 210 vluchten voor hun rekening genomen. De Nederlandse bijdrage aan Allied Force wordt cynisch genoeg betaald uit de post `vredesoperaties' van de Homogene Groep Internationale Samenwerking (HGIS), de verzamelde som van uitgaven die Nederland doet voor het maken van buitenlands beleid. De hoofdmoot van het HGIS-geld bestaat uit de volledige begroting van het ministerie van Ontwikkelingssamenwerking, dat jaarlijks 0,8 procent van het bruto nationaal product uitgeeft aan `zuivere hulp'. De rest wordt uitgegeven door Buitenlandse Zaken en door het ministerie van Defensie, dat voor het uitvoeren van vredesmissies in 1999 270 miljoen gulden ter beschikking heeft. De besteding van dit bedrag is al grotendeels vastgelegd: 50 miljoen contributie aan de VN in New York, 124,4 miljoen voor de Nederlandse bijdrage aan SFOR in Bosnië, 8,7 miljoen voor de VN-missie op Cyprus en 33,8 miljoen gulden voor de operatie Deny Flight boven Bosnië vanaf de Italiaanse vliegbasis Villafranca – de zestien Nederlandse F16's die nu vanaf Amendola meedoen aan Allied Force.

Voor de extra kosten die de operatie met zich meebrengt is binnen de begroting voor vredesoperaties een post `onvoorzien' van 53,5 miljoen gulden ingeruimd. Daarvan moet echter niet alleen de inzet van de F16's worden betaald. Ook de inzet van de 230 Nederlandse militairen die naar Macedonië zijn gestuurd wordt uit de post `onvoorzien' gefinancierd. Vorige week gaf het ministerie van Defensie daarom al in een brief aan minister Zalm (Financiën) aan dat de begroting voor vredesoperaties voor 1999 naar alle waarschijnlijkheid zwaar overschreden zal worden.

Eigenlijk schrijft de begrotingsdoctrine van Paars-II voor dat ministeries tegenvallers binnen hun begroting zelf oplossen. Dick Zandee, onderzoeker van Clingendael, acht het niet onwaarschijnlijk dat Defensie het geld dat nodig is voor Allied Force uit de eigen begroting kan `persen'. ,,Gedurende het jaar doen zich altijd kleine verschuivingen voor, bijvoorbeeld doordat betalingen voor nieuw materieel worden uitgesteld.''

Desondanks denkt Zandee niet dat de bereidheid van Defensie om de broekriem na alle bezuinigingen opnieuw aan te halen, groot zal zijn. ,,Defensie heeft al in de brief aan Zalm duidelijk gemaakt dat voor deze dure operatie extra geld nodig is.''

Dat er binnen de HGIS extra fondsen kunnen worden aangeboord, lijkt ook onwaarschijnlijk. Gisteren maakte minister Herfkens (Ontwikkelingssamenwerking) bijvoorbeeld bekend dat ze 30 miljoen gulden zal uittrekken voor de opvang van Albanese vluchtelingen uit Kosovo. Dat geld is voorlopig nog te vinden binnen het fonds voor noodhulp, vertelt een woordvoerder. Bij een grotere Nederlandse inspanning komen de financiële grenzen van de Homogene Groep Internationale Samenwerking echter snel in zicht.

Afgelopen woensdag nam premier Kok in een debat in de Tweede Kamer daarom alvast een voorschot op de behandeling van de Voorjaarsnota. Als Nederland meer wil doen in Kosovo, zowel op het gebied van defensie als op het gebied van ontwikkelingssamenwerking, dan zal het bereid moeten zijn dit te betalen uit de algemene middelen, zei Kok. ,,Dan moeten we maar met z'n allen lappen.''